Leven als kind van God

Pasto-raad op wielen

 

“Pas op dat je niet cynisch wordt”, zei hij, “je hebt het wel een beetje in je dat je dat wordt”.

“neem me niet kwalijk hoor dat ik dat zo zeg”.

“Van jou kan ik het hebben”, was mijn reactie. “Dank je wel, ik weet het van mezelf”.

Hij, de predikant van een kerk die qua ‘ligging’ onze buurkerk is, een jaar of vijftig geleden ontstaan. En ik. Twee kerkmensen, met hart en ziel verbonden met Christus, gescheiden optrekkend. We wonen in aangrenzende wijken en zijn beiden fervent fietser. We ontmoeten elkaar regelmatig, en zijn redelijk op de hoogte van (elkaars) kerkelijke wel en wee. Mijn wee mocht ik naar hem uitspreken.

Gister zag ik hem bij een winkel in het stadscentrum, ik fietste naar huis. Altijd dezelfde route. Och, een ontmoeting zou leuk zijn dacht ik. Ik vertraagde mijn fietstempo, en bij verkeerslichten werd ik ingehaald. We praatten, nou ja, hij vroeg en ik vertelde. Altijd fijn, een luisterend oor. Zoals vaker was zijn slotzin: je weet met te wonen, toch? Ja, ik weet zijn huis te wonen, en zal toch niet zo snel een afspraak maken. Dat heeft dan weer te maken met mijn invulkunde: hij heeft het al zo druk…

Ik kreeg bovenstaande opmerking over cynisme.  Ik herken me erin. Cynisch worden, dat wil ik niet. Het is mijn valkuil, cynisch worden/ zijn om niet te voelen of al te zeer na te denken.

Onze wegen gingen uiteen, hij had zijn bestemming bereikt. Zoals vaker stak hij zijn arm op en zei: Zegen voor jullie.

Een gezegend mens fietste dat laatste stukje naar haar huis.

pastoraat

Gehoord/ gezien/ gelezen

Aan Gods hand door pijn en lijden

Ik ben een boekenfreak. Vaste (en goede, denk ik) klant bij de plaatselijke christelijke boekhandel. Kasten vol, en helaas, ik beken, ik heb ze lang niet allemaal gelezen. Soms vergeet ik zelfs dat ik een bepaald boek heb, terwijl nou net dat boek je verder kan helpen.

aangodshanddoorpijnenlijdenDit was zo’n boek. Vorig jaar al gekocht, in een tijd van ziekte van een van de kleinkinderen. Leek me wel toepasselijk, maar op dat moment te confronterend, ofzo. In de kast beland, totdat een (facebook)vriend/familielid me tijdens een chatsessie op dit boek wees. (nog bedankt!) Ach ja, natuurlijk, ik heb het. Toen begon ik toch maar te lezen…

Ik vond het een pittig boek om te lezen. Pittig in de zin van: veel pagina’s. (415). Pittige tekst, vooral het eerste deel. Het boek heeft drie delen. In het eerste deel worden verschillende visies op lijden beschreven, vanuit de “oudheid” tot nu toe. In het tweede deel gaat over wat de bijbel zegt over lijden, en het derde deel is meer pastoraal van toon. Je kunt de verschillende onderdelen los van elkaar lezen. Het is zeker geen droog, theoretisch boek, er staan veel levensverhalen in.

Voor mij is die boek vertroostend, bemoedigend, inzichtgevend, confronterend geweest. Inmiddels zit het vol omgeslagen hoekjes aan pagina’s en onderstreepte zinnen. ( wel een beetje sneu voor de volgende lezer) Prachtige zinnen staan er in!

Wat er voor mij erg uitsprong was de vraag: houd je van God om wat Hij ons geeft, of om wie Hij is…