“Wat iedereen moet weten over euthanasie”

Dat was de titel van een lezing waar ik gisteravond was. Een lezing gegeven door Rob Bruntink. Aan het begin van de avond werden een paar stellingen geponeerd. De meningen over de antwoorden waren verdeeld.

In de lezing werd uitgebreid uitgelegd wat euthanasie wel is, en wat vooral ook niet. Welke voorwaarden er zijn, wat het “nut” is  van een euthanasieverklaring. Het ging over de verschillen tussen euthanasie en palliatieve sedatie. Een uitgebreide uitleg.Er is een stijgende lijn in het aantal keren dat euthanasie gepleegd wordt. Eveneens is er een verbreding van de situaties waarin het gevraagd wordt. In het begin ging het vooral om situaties van dodelijke ziektes. Nu wordt er een pleidooi gevoerd om ook bij het zogenoemde voltooide leven euthanasie toe te passen.

Na de pauze kon men vragen stellen. Het grotendeels grijsharige publiek maakte daar grif gebruik van. De meeste vragen gingen over euthanasie bij dementie. Misschien wel omdat het in andere situaties meer gemeengoed is geworden. We zijn eraan gewend geraakt dit stuk van ons leven te overzien en organiseren. (denk ik)

 

Diverse keren kwam voorbij dat je toch “recht” hebt op euthanasie. Die stelling werd terecht ontzenuwd. Ik meende een soort verontwaardiging hierover te horen in de reacties. Tevens vond men dat als je maar vaak genoeg tegen je arts gezegd had dat je niet dement wil zijn, de arts dan toch euthanasie moet toedienen, ook al kun jij dat zelf op dat moment niet duidelijk meer aangeven. Dat is echter niet zo, een arts mag en kan dit niet doen. Mooi vond ik dat Rob Bruntink enkele keren benadrukte dat het niet niets is voor een arts om euthanasie toe te passen. Het levert slapeloze nachten op. Een arts kan niet verplicht worden dit te doen, noch een patiënt om het te vragen.

Mensen willen graag controle over hun leven hebben. En het leven is voor een groot deel maakbaar geworden, meer dan ooit. Hoe je levenseinde/ sterfbed is, weten we niet. Angst voor lijden/ pijn kan grotendeels weggenomen worden, dankzij goede pijn bestrijding. Angst voor dementie kan veel minder weggenomen worden omdat deze ziekte zo ongrijpbaar en tot nu toe ongeneselijk is.

Afgelopen twee zondagen was in het programma Kruispunt een  documentaire te zien over een echtpaar waarvan de man de ziekte van Alzheimer heeft. Je wordt meegezogen in de worsteling van man en vrouw. De man was dominee geweest, je zag terugblikken op zijn preken. (deze documentaire was door een zoon die filmmaker is, gemaakt) In de film merkte je de onmacht van beiden. De man begreep goed dat er van alles niet klopte, de vrouw had soms moeite haar geduld te bewaren. De man probeerde te verdoezelen dat hij dingen niet meer begreep: ik trap daar niet in hoor, je houdt me voor de gek, zegt hij, als hij niet weet wat hij moet doen. Ik vond het boeiend en verdrietig en helaas zeer herkenbaar.
Ik vond deze films confronterend, bijna ontluisterend ook. In de aankondiging van deze documentaire in het Nederlands Dagblad las ik: “Het is te hopen dat de zoektocht naar de medicijnen die de ziekte afzwakken of zelfs tot staan brengen, doorgaat”.

Ik weet niet of ik het daar mee eens ben. Op het moment dat de ziekte zich openbaart is er al (veel) beschadigd in de hersenen. Als je dan medicijnen krijgt die het proces vertragen/ verlengen, realiseer je je nog langer je onvermogen en onmogelijkheden. Juist de tijd dat je weet wat je hebt en zelf (nog) doorhebt wat niet goed meer gaat, je onvermogen om je verbaal uit te drukken, zoals ook bij deze dominee het geval was, is voor de patiënt de meest heftige en pijnlijke tijd.

Zo vielen twee dingen voor mij samen, de lezing en beide afleveringen van Kruispunt. Bij die documentaire kwamen weer veel herinneringen boven. Bij de lezing ook wel, maar anders. Ik dacht terug aan mijn tijd op de intensive care, hoe lastig ik het vaak vond als een behandeling gestopt moest worden. (wat geen euthanasie is). Toch vond ik vaak moeilijk, al was er geen andere weg. Ik hoorde gisteren de feitelijke zaken rondom euthanasie. Het tegen euthanasie zijn was (soms) een lakmoesproef voor het al dan niet christen zijn. Ik ben ervan overtuigd dat God de gever en nemer van het leven is. In die zin is het hele euthanasieverhaal iets dat ver van je bed lijkt. Toch is het zeer zinvol om er stil bij te staan, over na te denken en alert te blijven. Vorige week stond er een interview met Pia Dijkstra in het Algemeen Dagblad. Daarin gaf zij aan dat de regering toch maar eens haast moet gaan maken met het onderzoek naar voltooid leven en hoe daar een einde aan te maken. Een waardig levenseinde vindt zij heel belangrijk. Dat zal een ieder graag willen, maar helaas, ook hier in is gebrokenheid zichtbaar “Euthanasie alleen toestaan op medische gronden is nooit de bedoeling van Els Borst geweest” zo besluit ze. Om te vervolgen met haar persoonlijke missie: “Dat wil ik rechtzetten”. Zonder te willen doemdenken, lijkt het me wel belangrijk om wakker te blijven!

P.S: deze lezing werd gegeven bij aula Vredehof, ivm het 150 jarig bestaan. Er was zoveel belangstelling voor dat een tweede avond wordt overwogen.

#huppakee

euthanasieloesjeWat een idee, een week van de euthanasie. Die nog tot 20 februari duurt. Wat moet je ermee en wat is de bedoeling? Meer bekendheid geven? Nog eens hameren op het aambeeld van zelfbeschikking?

In het Nederlands Dagblad van zaterdag 13 februari stond te lezen dat christenen meer begrip krijgen voor euthanasie. Maar wat is dat meer begrip, vraag ik me af en heeft dat dan gevolgen in de omgang met euthanasie? Gesteld werd: “christenen realiseren zich gewoonweg dat er heel nare lijdenswegen bestaan”. De wereld verandert en christenen veranderen mee. Hoever gaat dat mee veranderen?

Gisteravond zag ik de documentaire over de Levenseindekliniek op tv. Deze documentaire was bedoeld als kunstzinnig document, zo vertelde de directeur van de kliniek vanavond bij de wereld draait door.

In die documentaire werd het verhaal van drie mensen verteld, die alle drie graag wilden sterven. De behandeling bestond uit euthanasie. Ik vond het een schokkend verhaal. Het uitzichtloze lijden (=voorwaarde om te mogen euthanaseren) bestond bij alle drie uit geestelijk lijden. De ene mevrouw was 100 en klaar met  leven, een man van in de 60 werd geregeerd door zijn dwanggedachten en -handelingen. Een mevrouw, ook 60-er, had een bijzonder soort dementie, waardoor zij steeds minder woorden kende en herkende. “Huppakee” dat was wat ze wilde, huppakee weg. Alles was huppakee. En huppakee, weg, stond keurig gepland in de familyplanner. Haar liefhebbende echtgenoot vroeg met tranen in zijn ogen om begrip voor de zieke, en dat we nu eens niet aan ons zelf zouden denken. Hoeveel begrip voor de zieke uit zijn eigen woorden sprak: “Als zij in een tehuis moet worden opgenomen ga ik niet naar haar op bezoek, want ze is zichzelf niet meer en kent me niet meer, is alleen nog een lege huls”, mag de lezer zelf invullen.

We mochten getuige zijn van het sterven van deze mevrouw. Als kunstuiting?

Ik keek met droge ogen en volle verbazing. Intussen volgde ik de discussie en reacties op Twitter. #levenseindekliniek was trending topic. Naarmate de uitzending vorderde gevolgd door #huppakee. Op Twitter sprak men algehele bewondering uit voor de artsen en verpleegkundigen die zulk moeilijk en zwaar werk hebben. Geweldig wat deze mensen doen! Een enkeling die een andere mening had, werd weggezet als, ja wat?

Het taalgebruik in deze docu was uitermate verhullend. De mensen gingen op reis, vlak voor het toedienen van het dodelijke middel werd hen een goede reis gewenst. Euthanasie heette een behandeling. De randen van de wet moeten worden opgerekt. Euthanasie is een recht, en de artsen die er niet aan mee wilden (konden) werken, die hadden er echt niets van begrepen.

Nog een paar dooddoeners, die ik veel vaker tegenkom: “Daar herken ik me niet in”. Tja, dat is voldoende om verder geen argumenten meer nodig te hebben. Of je benoemt iets als “beneden alle peil”, en ook dan ben je klaar met je argumenten.

Afgelopen zondag was het tweede deel van een serie op tv: Langs de oevers van de Yangtze. Boeiende beelden en gesprekken. Er was een gesprek met een ‘brugwachter’. Deze meneer probeerde mensen te redden die van een enorm hoge brug wilden springen omdat zij het leven niet meer aan kunnen. In de loop der jaren heeft hij heel wat mensen kunnen weerhouden van hun sprong. De man geeft ze te eten en drinken, de warmte van een bed, de warmte van aandacht. Het kost hem veel moeite, zijn huwelijk en zijn gezondheid. Hij verdrinkt het verdriet van de ander.

En wie is hier nu de barmhartige samaritaan?

The farewell party

Deze film zagen we gisteravond in het plaatselijke filmhuis. De film speelt in een bejaardenhuis of iets dergelijks, in Jeruzalem. Zo op het oog vitale bejaarden wonen daar en worden bezig gehouden met bingo middagen en zwemlessen. Een van de bewoners lijdt ondragelijke pijnen, en wil graag sterven. In Jeruzalem is niet mogelijk wat in ons land wel kan. De echtgenote van de zieke man zegt: “Ze laten ze leven, alsof sterven een misdaad is”.

Een vriend, Yehezkel,  maakt een  machine waarmee iemand zichzelf kan doden. Op deze manier is niemand schuldig aan moord, en kan het leven toch beëindigd worden. Dat gebeurt…. En in een verzorgingshuis blijft niets onopgemerkt. Dus ook dit niet. Er zijn meer gegadigden, die niet meer willen lijden, maar naar het ‘niemandsland’ willen gaan, zoals het genoemd wordt. Niet alleen zo genoemd, er werd ook over gezongen in een mooi lied.

Er wordt een dringend beroep gedaan op Yehezkel en zijn “hulpen”. Nog enkele keren laat hij door deze machine mensen sterven. Tot hij ontdekt dat een van zijn hulpen geld achterover drukt, van de mensen die willen sterven. Einde van de machine, die wordt vernietigd.

Intussen glijdt zijn eigen vrouw, Levana,  steeds verder weg in het dementie proces. In eerste instantie is zij fel tegen het gebruik van de zelfdodingsmachine. Het gaat over moord. We zien hoe zij achteruit gaat en dit heel goed merkt en omschrijft. De leiding van het verzorgingshuis wil haar over laten plaatsen naar een verpleeghuis. Ze gaat daar met haar man een kijkje nemen. Onthutsend voor hen. Zij beseft dat zij ook bezig is zo te worden, maar haar man zit nog in (een langdurige) ontkenningsfase. Hoe eenzaam kun je dan samen zijn?

De film eindigt wat abrupt. Alsof het verhaal ‘uit’ was, er geen inspiratie meer was. Wat ik over deze film gelezen had, was dat het een tragikomedie was, met zwarte humor. Die humor was er zeker, maar was niet al te subtiel. Voor mij sprong vooral het dementie verhaal eruit. Zo heftig, zo herkenbaar. Met wat gemengde gevoelens verlieten we de zaal.