Gefeliciteerd!

Vandaag zijn ze gedoopt, zoon drie en schoondochter twee. (op volgorde van binnenkomst). Het was een bijzondere gebeurtenis!. …..

In de afgelopen weken werd ons nogal eens gevraagd wat wij ervan vonden. Ik realiseerde me weer (eens) dat het kennelijk zo is dat je overal iets van moet vinden. Herkenbaar, dat wel. In ieder geval ‘vroeger’ vond ik overal iets van. En ik wist het ook altijd. Ik merk nu dat ik steeds minder vind. En ik merk dat dat prettig is.

Natuurlijk weet ik precies wat de verschillen zijn tussen de kinderdoop en de volwassenendoop. Ja zeker, de dopelingen van vandaag zijn eerder dopeling geweest. Door hun ouders de kerk ingebracht en die ouders hebben beloofd hun kinderen op te voeden in de leer van de kerk. Dat deden die ouders met liefde. Ook deden beiden belijdenis in de gereformeerde kerk.

Een aantal jaar geleden zijn zoon en schoondochter lid geworden van een evangelische gemeente. De wens om je te laten dopen is dan min of meer een (logisch) gevolg van deze stap en komt niet helemaal uit de lucht vallen.

Een stap die ik een jaar of tien geleden erg lastig gevonden had.Toen zouden mijn theologische gedachten me erg in de weg gezeten hebben. Nu weet ik dat niet meer zo goed. Ik zie alleen twee jonge mensen die een welbewuste stap zetten. Die veel verdriet en problemen op hun weg tegengekomen zijn en Gods liefde en trouw daarbij ervaren hebben. Daar gaven ze allebei een ontroerend getuigenis van vanmorgen.We zagen twee jonge mensen die met Hem hun leven verder willen gaan leven en dat graag willen laten zien.

En uit de grond van mijn hart zeg ik: gefeliciteerd!

Blue Monday

Gelukkig hij is weer bijna voorbij, de dag die tot de meest deprimerende van het jaar is uitgeroepen. Het schijnt dat een nep psycholoog deze dag bedacht heeft, in opdracht van een reisbureau. In de hoop zo meer reizen te verkopen. Blue Monday was het vandaag. Erger dan dit wordt het niet, luidde de titel van een cartoon in het ND van vandaag. Laten we er maar een grapje van maken, zo midden in de winter die nog steeds geen winter is.

Niet mijn meest favoriete seizoen. De donkerte vind ik, zoals veel mensen, erg vervelend. Ik ontdekte dat er een ‘mooie’ naam is voor de winterdepressie: seasonal affective disorder. (SAD). Als je hieraan lijdt is je biologische klok ook ontregeld, en daar heb ik geen last van. Aan het begin van de echt donkere dagen las ik een artikeltje over de “winterdip”. Dat vind ik een mooi woord. Depressie klinkt, voor mij althans, zo heftig. Een dip kan het zeker zijn. Je niet zo lekker voelen, geen zin hebben, eigenlijk wel de hele dag kunnen eten.

In dat verhaaltje stonden ook tips om die dip te lijf te gaan. Lange wandelingen maken bijvoorbeeld, en vitamine D slikken, en veel groenten eten. Die vitamine slikte ik al, groente en fruit eet ik al redelijk veel. Nu dat wandelen nog…. Het hoorde doorgaans wel bij mijn goede voornemens, elke dag een eind wandelen. Ik houd daarvan. Al was het wel wennen om weer alleen te moeten lopen. Ook dat went. Lopend overdenk ik de dag, luister ik een preek of een podcast, bel gezellig, geniet van de dingen om me heen. Lopend geniet ik er iedere keer opnieuw van dat ik kan lopen. Ondanks dat  lukte het me niet goed om heel regelmatig te lopen.

Sinds een aantal maanden heb ik een app op mijn telefoon die mijn stappen stelt en heb ik doelen gesteld. Mijn eerst doel was, vooral voor de winter, te ambitieus. Dat moest ik bijstellen. Het bijgestelde doel is goed haalbaar. Inmiddels ben ik zover dat die dagelijkse 8000 stappen persé gehaald moeten worden, ook als dat betekent dat ik om negen uur ’s avonds nog begin aan mijn wandeling…..

Wat je zegt dat ben je zelf…

“Je ziet allemaal leeuwen en beren op de weg”, hoor ik mezelf zeggen in een begeleidingsgesprek. “En die worden steeds maar groter, omdat je ze voedt door jouw gedachten”.

Tevreden ga ik verzitten. Dit klinkt best goed, vind ik. Ik zie bijna een plaatje van woord-etende beren voor me.

Mijn gastvrouw/ klant kijkt me aan. Ik zie haar denken. En zich afvragen hoe je die leeuwen en beren voedert. Nou, heel simpel, denk ik. Door alleen, of eerst te kijken naar de onmogelijkheden en de mogelijkheden te vergeten. Een herkenbaar patroon…

Want plotseling realiseer ik me dat ik niet alleen tegen mijn klant praat, ten diepste zit ik mezelf toe te spreken. Immers, ik heb die avond een bijeenkomst waar ik zo vreselijk geen zin in heb. Ik ben druk bezig met argumenten bedenken om mezelf te rechtvaardigen om niet te gaan. Zo is het geen verplichte bijeenkomst, bijvoorbeeld. Dat het gewoon gezellig kan zijn wil ik niet zo accepteren. Ik maak het alleen maar groot in mijn hoofd en zie er huizenhoog tegenop. Terwijl mijn verstand zegt dat dit soort dingen altijd meevallen, protesteert mijn gevoel. Ik ben er nog niet uit, wat ik ga doen.

Ik deel met mijn gastvrouw dat ik zelf ook wel zo zit te puzzelen. Gedeelde smart blijft tenslotte halve smart. De hele dag blijft het een beetje zeuren in mijn gedachten. Hoezo beren voeden?

Tijdens het eten zit ik nog met allernaaste te sparren: wel of niet gaan? Hij kent me langer dan vandaag en is dit gezeur wel (enigszins) gewend. Ik vertel over het gesprek van die ochtend. Ik kan het niet laten mijn mail even te checken en schrik van het aantal afmeldingen voor deze bijeenkomst. Veel van mijn collega’s zijn geveld door de griep en een aantal anderen heeft (al dan niet plotseling) een werkafspraak. Vervelend.  Na het eten lees ik uit de bijbel, we zijn bezig met de brief aan de Romeinen. Hoofdstuk twee is aan de beurt.

Ik lees vers 21. Daar staat: “U die anderen onderwijst, onderwijst u uzelf eigenlijk wel?” We schieten in de lach. Uiteraard denk ik weer aan het gesprek van die ochtend.Ik besluit om toch  te gaan. Was het gezellig? Natuurlijk!

Wilt u nog verder leven?

Te denken dat je binnen een paar uur weer thuis bent als je met iemand meegaat naar het ziekenhuis is een foute gedachte. Daar kwam ik gisteren weer eens achter. Een van onze vaste gasten bij Hiernaast, de bijna honderdjarige meneer J,  was van zijn fiets  gevallen en was pittig gewond. Gelukkig zagen een aantal mensen het gebeuren en belde iemand een ambulance. Omdat er niemand van de familie te bereiken was, nam ik het op me om mee te gaan. De start ging vlot, we kwamen snel in het ziekenhuis, en meneer lag al gauw in een onderzoekskamer. Röntgenfoto’s werden gemaakt, bloed geprikt. Een CT scan was ook nog nodig. Daarna begon het wachten… op uitslagen, op artsen. De verpleegkundige vertelde ons dat het erg druk was. Veel mensen werden, voor de zekerheid, toch maar ingestuurd naar het ziekenhuis. Je weet maar nooit, zo vlak voor de kerstdagen.

Meneer J. onderging alles geduldig. Onderzoek door een co-assistent, een assistent en uiteindelijk door de baas. Iedere keer opnieuw: wilt u dit lampje even volgen? ziet u een of twee lampjes? Iedere keer opnieuw hamertje tik op de knieën. Een keer of vier, vijf mocht meneer vertellen wat er nu precies gebeurd was. Dat wisten wij geen van tweeën.

De uitslagen van de onderzoeken waren allemaal goed. We moesten nog wachten op de dingen die gingen gebeuren, al hadden we geen idee wat voor dingen dat waren. Meneer J. lag erg ongemakkelijk en kreeg steeds meer last van zijn rug.

Hij had een grote wond aan het hoofd, die erg bloedde. Toen duidelijk was dat er geen andere problemen waren, kon die wond gehecht worden en zou verder afgesproken worden. De wond werd gehecht, wat een beste puzzel was. Meneer J. kon best weer naar huis, zo werd besloten. Er was geen medische noodzaak voor een ziekenhuisopname. Dat hij geheel alleen is, is geen reden. Ik dacht pro-actief te zijn en belde de buurman van meneer J. op, om te vragen of hij ons op kon halen. Dat kon.

Vervolgens bleek dat er nog meer gehecht moest worden. Het ritueel van verdoven, in laten werken en hechten begon nog een keer. De arme buurman reed maar rondjes rond het ziekenhuis. Dat staat midden in het centrum en er is bijna geen parkeerruimte rondom, slechts een parkeergarage waar je je scheel betaalt. Meneer J. was gehecht en mocht van zijn bed naar de rolstoel lopen om het ziekenhuis rollend te verlaten. Strompelend bereikte hij de rolstoel. Alarmbellen gingen rinkelen. Hoe moet deze meneer zich thuis redden, als hij zo slecht loopt?

“Spoedoverleg” volgde, met als uitkomst dat hij toch een nacht kon blijven. De “taxi” werd weer afgezegd. Een opnamegesprek met de arts volgde. Zij vroeg aan meneer J. wat er zou moeten gebeuren als er onverhoopt iets heel ernstigs zou gebeuren. Moesten alle zeilen bijgezet worden om hem in leven te houden? Hij antwoordde vrolijk dat hij nog wel een paar jaar zou willen leven. Dat klonk als een ja. Vervolgens vertelde de arts uitgebreid wat de mogelijke gevolgen van een reanimatie op hoge leeftijd kunnen zijn. Kwaliteit van leven is er dan (doorgaans) niet meer. Daarop besloot hij dat er geen grote acties ondernomen hoefden worden.

We kwamen op de verpleegafdeling aan. Daar kwam een verpleegkundige om meneer op te nemen. De eerste vraag die ze stelde was de vraag of… ja, inderdaad, of er gereanimeerd moest worden. Ditmaal wist hij het antwoord direct. Bovendien bleek nu dat dit besluit al veel eerder was genomen en ergens vastgelegd was. Dan vraag ik me toch af: waarom moet dat nog tot twee keer toe gevraagd worden? De tweede keer zelfs op de zaal waar nog een aantal andere patiënten lagen.

Vanmiddag kreeg ik een telefoontje van meneer J. Hij was weer thuis!

 

Social media en sokken

Social media, je kunt er van alles van vinden en zeggen… maar dankzij Facebook heb ik best wel een aantal contacten die ik anders niet gehad zou hebben. Of kom je mensen tegen die je al lang uit het oog verloren was. Vorig jaar kreeg ik weer contact met iemand die ik verpleegd had in mijn jonge jaren. Een ontmoeting volgde, hier in onze stad. Zij woont inmiddels al jaren in den Haag.
En we volgden elkaar via FB. Op enig moment zag ik een plaatje van geweldig mooie sokken op haar tijdlijn voorbijkomen. Iemand attendeerde haar er op, dat dit toch wel erg mooie sokken waren. Daar was ik het geheel mee eens en uiteraard moest ik er op reageren. Ik vond die kousen  een uitdaging… Kousen breien moest toch niet zo heel ingewikkeld zijn dacht ik. Mijn moeder was er altijd mee bezig, mijn vader droeg alleen huisgebreide sokken. Zwarte voor bij zijn uniform, andere kleuren passend bij de pantalons die hij droeg. Mocht ik er niet uitkomen, kon ik bij haar om hulp vragen, zo dacht ik. Ik had ooit wel eens zelf sokken gebreid, dat was al lang geleden.

Dus  er ging een balletje rollen. Die uitdaging wilde ik wel aannemen. Er waren nogal wat hobbels te nemen. Welke kleur? Welk garen? Dank zij internet was het mogelijk veel foto’s te sturen. Op deze manier werd de keuze voor kleuren en materiaal gemaakt en kon ik beginnen. Ik begon voortvarend en het werk vorderde voorspoedig. Ik stuurde een eerste kous op. Hm.. niet geheel naar wens, helaas.

Uitgehaald, opnieuw begonnen. Gelukkig had ik nog een dag vrij reizen dus ik pakte de trein naar den Haag. Sok mee en opnieuw gepast. Nu wist ik hoe ik verder moest. Dacht ik. Ik breide weer verder, grote hiel en kleine hiel, op vier naalden, met vijf naalden, een teen maken, ik deed het minstens vier keer.

Er volgde nog een passessie en het was nog niet helemaal zoals het moest.

Ik breide weer verder, hechtte uiteindelijk veel draadjes af, haakte nog een bloemetje om het geheel af te maken. En jawel, ze zijn nu klaar en vielen zeer in de smaak!

 

Regen en zon

Dat je twee dagen weg bent, thuis komt en dan het gevoel hebt dat je wel twee weken weg bent geweest. De thuiskomst was gisteren. We gingen naar Rotterdam, naar Zoetermeer en Leiden. Dat kwam zo: van onze broers en zussen hadden we een bon voor een High Tea in de SS Rotterdam gekregen. Nu rijden we niet alleen voor zo iets naar het westen, dus het kwam heel mooi uit dat er een neef ging trouwen in Leiden, zodat we een en ander konden combineren. En wat Zoetermeer in dit rijtje doet? Dat ligt een beetje tussen die beide plaatsen in. Daar hadden we ons hotel geboekt.

In de stromende regen vertrokken we donderdag van hier en kwamen in de even stromende regen in Rotterdam. Het schip is heel bijzonder, de high tea superlekker! We liepen nog een rondje door het schip en ontdekten veel mooie dingen. En toch voelt het een beetje als een soort vergane glorie. Het is een totaal andere wereld dan de wereld die ik ken.. we hoorden veel verschillende talen om ons heen. Ik keek m’n ogen uit bij het maken van cocktails door de ober. En voelde me op slag weer een superprovinciaal.

Vrijdag konden we genieten van stralend mooi weer. Heerlijk gewandeld en op een terrasje gezeten. (de rechter foto is van de overkapping van het winklecentrum)

’s Avonds naar Leiden, waar het huwelijk was. We gingen naar de kerk, we zongen mooie liederen (vond ik), hoorden een mooie preek over Spreuken 16 vers 9. Maakten een vrolijk feest mee en hoefden na afloop slechts een half uurtje auto te rijden in plaats van de twee uur die we doorgaans moeten rijden.

Zaterdag reden we weer naar huis. Jammergenoeg regende het enorm, wat maakte dat we besloten niet meer naar mijn favo plek te gaan.. dat komt dan een andere keer wel weer.

 

Lazy Saturday

Ik fiets naar  het centrum van de stad en word links en rechts ingehaald. Rechts door oortjespubliek en links door een echtpaar. Zij fietsen op identieke fietsen, in identieke jassen, een tandje sneller dan ik. Het deert me niet, ik geniet van zon en wind in mijn gezicht.

Ik denk aan wat ik nog wil kopen. Morgen is de eerste brunch van het seizoen. Wij mogen die verzorgen en ik heb er zin in. Het is fijn om elkaar weer te ontmoeten, het is fijn om weer te starten. Ik heb de boodschappen gedaan, morgen alleen nog even broodjes bakken en eieren koken. Ik ben van de broodjes, allernaaste van de eieren. Ik heb het verhaal dat ik wil vertellen in mijn hoofd. Nu heb ik nog wat spullen nodig voor dat verhaal, die ga ik kopen. En ik mag nog kadootjes kopen voor de jarigen van de afgelopen periode. Dat laatste vind ik een puzzel, ik weet nog niet wat het worden moet.

Behalve de brunch staat er morgen een feest op het “programma”. Ik heb er zin in! Lieve vrienden mogen 25 jaar getrouwd zijn. Een groot deel van die tijd hebben we mee mogen maken. En nu dus feest! Ook daar moet ik nog wat voor bedenken.

Ik geniet nog na van de eerste zangavond van dit seizoen. We zongen de hele avond psalmen,  uit het nieuwe liedboek. Eigenlijk zongen we weinig psalmen zoals we ze in de kerkdiensten zingen, we zongen de a/ b/ of c psalmen. Vaak bijzonder verrassend. Heerlijk om weer te zingen !

En ja, ik ben nu wel aangekomen in het centrum. (Ik fiets langzaam of ik denk snel 🙂 )

Allereerst naar de evangelische boekwinkel. Ik koop de cd van LEV. De recensie in het Nederlands Dagblad overtuigde me van de noodzaak tot aanschaf. (en bedankt maar weer) Gelukkig vind ik na wat zoeken toch leuke kado’s. Terwijl ik aan het winkelen ben ontvang ik een aantal appjes. Berichtjes met foto’s en een filmpje. Ik geniet ervan.

Ik ben alleen vandaag. Allernaaste is vandaag zijn verjaardagskado aan het uitpakken: een solextocht met zijn zonen. De beelden die verstuurd worden  zijn vrolijk. Een mooi gezicht, die mannen. Ik realiseer me dat ik de enige ben die kan zeggen: “Kijk, dit zijn mijn kerels!”. Ik voel me blij en trots. (en ja, mensen zijn niet elkaars eigendom, ik weet het) Vandaag leef ik in mijn eigen bubbel. Ik wil vandaag niet weten wat er om me heen gebeurt. Vandaag zijn mijn luiken dicht.

 

 

 

#Zomerfotochallenge2017

In de afgelopen zeven weken plaatste ik elke dag een foto op Facebook. Ik deed (weer) mee aan een challenge. Dit keer was de uitdaging zeven weken iedere dag een foto plaatsen, elke week een ander onderwerp. De organisator was een fotografe. (hoe kan het ook anders) Hieronder mijn foto’s. Allemaal gewoon met mijn telefoon gemaakt. Nu is het voorbij. Ik vond het erg leuk om mee te doen. Het leerde me beter te kijken. Het was best een uitdaging om te zoeken naar kleuren en vormen. Jammer dat het afgelopen is. De zomerchallenge gaat wel door als creatieve challenge. Dan hoef je niet iedere dag een foto te plaatsen, maar een paar keer per week. Ik zit nog een beetje te puzzelen of ik daar aan mee ga doen.

blauw

rond

groen

rood

lijnengeel

Groet’n

Een aantal jaar geleden liep ik met een van mijn zussen in onze stad. Zij verbaasde zich over het aantal mensen dat mij groette. Het lijkt hier wel een dorp, iedereen kent elkaar, was haar reactie. Hm, heel dorps is het hier niet. (vind ik dan) Ik ken gewoon redelijk veel mensen door werk en kerk. En het is leuk om te zien en gezien te worden.

De laatste dagen maak ik elke dag een behoorlijk aantal stappen. Ik kwam tot de ontdekking dat er (weer) teveel Maahtje is en dat het dus tijd voor actie is. Aan de wandel. Het is heerlijk om  je straat uit te lopen en buiten de stad te zijn. Zo is wandelen een makkie. Dat vinden meer mensen. Ook zij zijn aan de wandel, al dan niet met hond. Of aan het hardlopen, al dan niet onder fietsende begeleiding. Het al dan niet groeten is soms een vraag.

Eigenlijk heb ik geen zin om iedereen te groeten, ik doe het dan ook lang niet altijd. En soms zie je gewoon aan mensen of ze al dan niet gegroet willen worden. Vanmiddag fietste een (oudere) mevrouw met haar hardlopende man mee. Ik groette hen en werd terug gegroet. Ik hoorde haar zeggen: “Heel veel mensn segn niks meer, tegnwoordig“. Haar man had nog genoeg adem om te reageren, ik liep zelf te snel om dat antwoord nog mee te krijgen.

Groeten, het is fijn om gezien te worden. Gezien door mensen. Gezien door God. Ook deze week mochten we beginnen met een groet van onze Heer.

 

Hartengroet en een goede week gewenst!