Orgaandonatie (2)

Gisteren is de  wet orgaandonatie aangenomen in de eerste kamer. Met een minimale meerderheid, 36/ 38. Nu gaat het zo worden dat iedereen zijn organen beschikbaar wil stellen voor donatie, behalve wanneer je het niet wilt, dan moet  je dat zelf doorgeven. Mocht je inderdaad in de situatie komen dat je donor kunt worden, dan wordt er eerst nog overlegd met je naasten.

Op tv was veel aandacht voor dit nieuws. In Nieuwsuur was een gesprek met iemand die dringend een donorhart nodig heeft. Het blijft een ingewikkelde situatie, dat iemand een donorhart nodig heeft, terwijl je dan weet dat er iemand (voor jou) moet sterven om dat mogelijk te maken. (bijna de paasgedachte).

Twitter ontplofte gisteravond en vanmorgen. In mijn tijdlijn voornamelijk mensen die tegen deze nieuwe wet zijn en een behoorlijk aantal daarvan gaf aan nu geen donor meer te willen zijn. “Want ik wil niet dat mijn organen naar de staat gaan, ” lees ik als argument. Of: al die laaggeletterde mensen die niet snappen wat ze kiezen, dus ik wil ook geen donor meer zijn. Of: “Ik gun mijn naasten een rustig afscheid, dus ik word geen donor”. Voor mij allemaal bizondere redenen die ik ook niet helemaal kan volgen eerlijk gezegd.

Het verbaast me dat (ook) veel christenen zo reageren. Mijn lichaam is van mij en niemand heeft er iets over te zeggen. In andere situaties, bijvoorbeeld euthanasie/ laatste wil pil, is het argument juist dat je niet de baas bent over je eigen leven en levenseinde. Vanmorgen in het ND stonden diverse reacties. Deze sprak me het meeste aan: “Mijn lichaam is niet van mijzelf, ik heb het in bruikleen van de Schepper. Het verbaasde me dat juist christenen in deze discussie opkwamen voor autonomie”. Gijsbert van den Brink, theoloog. Daar kan ik me in vinden.

Al eerder schreef ik over dit onderwerp.

Op de weblog van ds. Ernst Leeftink  verscheen vandaag ook een interessant artikel over donatie. Op deze website zijn veel meer artikelen te vinden over dit onderwerp.

 

Gefeliciteerd!

Vandaag zijn ze gedoopt, zoon drie en schoondochter twee. (op volgorde van binnenkomst). Het was een bijzondere gebeurtenis!. …..

In de afgelopen weken werd ons nogal eens gevraagd wat wij ervan vonden. Ik realiseerde me weer (eens) dat het kennelijk zo is dat je overal iets van moet vinden. Herkenbaar, dat wel. In ieder geval ‘vroeger’ vond ik overal iets van. En ik wist het ook altijd. Ik merk nu dat ik steeds minder vind. En ik merk dat dat prettig is.

Natuurlijk weet ik precies wat de verschillen zijn tussen de kinderdoop en de volwassenendoop. Ja zeker, de dopelingen van vandaag zijn eerder dopeling geweest. Door hun ouders de kerk ingebracht en die ouders hebben beloofd hun kinderen op te voeden in de leer van de kerk. Dat deden die ouders met liefde. Ook deden beiden belijdenis in de gereformeerde kerk.

Een aantal jaar geleden zijn zoon en schoondochter lid geworden van een evangelische gemeente. De wens om je te laten dopen is dan min of meer een (logisch) gevolg van deze stap en komt niet helemaal uit de lucht vallen.

Een stap die ik een jaar of tien geleden erg lastig gevonden had.Toen zouden mijn theologische gedachten me erg in de weg gezeten hebben. Nu weet ik dat niet meer zo goed. Ik zie alleen twee jonge mensen die een welbewuste stap zetten. Die veel verdriet en problemen op hun weg tegengekomen zijn en Gods liefde en trouw daarbij ervaren hebben. Daar gaven ze allebei een ontroerend getuigenis van vanmorgen.We zagen twee jonge mensen die met Hem hun leven verder willen gaan leven en dat graag willen laten zien.

En uit de grond van mijn hart zeg ik: gefeliciteerd!

Kerstmuziek

Om eens heel origineel te beginnen: binnenkort is het kerstfeest. Mijn hoofd zit vol lijstjes: boodschappen, adressen opzoeken, werkafspraken, werkjaar afsluiten, etc. Ergens tussendoor probeer ik te denken aan de echte betekenis van kerstfeest. En dan is er ook nog kerstmuziek. Musici maken overuren door alle concerten die gegeven worden, recensenten eveneens. In winkelcentra klinken de jingle bells volop. Dat is nog te hanteren, vind ik. Lastiger vind ik het aanhoren van de voluit christelijke kerstliedjes in zo’n winkelcentrum. Tegelijk vraag ik me dan af waarom juist dat me dan triggert. Het gejakker en geconsumeer past niet zo bij kerst. (het consumeren hebben we er zelf van gemaakt) En terwijl ik dit typ pingelt mijn telefoon voortdurend, voor een stemming in onze gezinsapp, met als onderwerp: wat eten we met kerst? Dus ja, consumeren doen we al dan niet vrolijk aan mee.

Gister was ik wat aan het zoeken naar muziek. Muziek raakt me keer op keer, en ik ben blij met afspeellijsten die ik tegenkom, of goede tips die me toegestuurd worden. Deze vond ik zelf. Het raakte me!

Gistermiddag haalde ik de kleinkinderen uit school. Floor vroeg bij het verlaten van school nog even aan haar juf hoeveel nachtjes slapen het nog was voor het kerst was. Nog twee nachtjes slapen en dan was de kerstviering op school. Dan gingen ze samen eten, en kwamen papa en mama ook op school!

Er moesten nog wat liedjes geoefend worden, want ze dacht dat ze die nog niet zo goed kende. Op mijn telefoon vond ze zelfstandig de liedjes die ze zocht, en er ging een wereld aan nieuwe kerstliedjes voor mij open. Samen oefenden we onderstaand liedje. Floor paste de tekst wat aan, het werd bij haar Alleluja, en Here zij God. Klonk ook mooi!

Goede kerstdagen gewenst!

10 jaar later

In november 2007 deed ik een retraite. Zeg je dat zo? Deed ik een retraite? Volgde ik een retraite? Geen idee. Wat ik wel weet is dat het bijzondere dagen waren destijds. Dagen die toen veel indruk maakten en een blijvende indruk achterlieten. En invloed hadden op mijn leven. Na die retraite hadden we een terugkomdag, en ontmoetten we elkaar bij het huwelijk van een van de groepsleden. In de loop der jaren was het contact wat verwaterd. Tot aan deze zomer.. of we zin hadden in een reünie?

Gister en eergister hadden we een reünie. Ik vond het best wel spannend, eerlijk gezegd. Hoe zou het gaan? Het was bijzonder vanaf de eerste minuut! We zagen elkaar, vlogen elkaar in de armen en pakten de draad zo weer op. Voordat we de retraite tien jaar geleden ingingen, ontvingen we een vragenlijst. Deze keer mochten we drie voorwerpen meenemen die iets zeggen over de afgelopen tien jaar. Drie voorwerpen voor de gebieden: gezins/ familieleven, maatschappelijk leven, geestelijk leven. Daar hebben we met z’n allen de dinsdagavond over gepraat. Een aantal uren en flessen wijn later waren we weer op de hoogte van elkaars leven. Het mooie was dat dit niet een op de hoogte zijn van elkaars leven is, het is veel meer. We doken als het ware in het leven. Zo mooi om te horen en te zien van elkaar. Wat is er veel gebeurd, niet alleen gebeurd, maar ook geleefd en soms ook geleden. Blij zijn en in de pijn zijn, alles was er.

Na een korte nachtrust zaten we gisterochtend allemaal om acht uur in de kapel van de Hezenberg. Een mooie kapel, waar we de vorige keer ook waren. Mooi om de dag zo in alle rust te beginnen. Gisterochtend keken we met elkaar een film: The Schack. (verfilming van het boek “De Uitnodiging”) Een film die mij bijzonder raakte en die ik nog een keer wil zien, voordat ik erover blog.

We aten, wandelden, praatten nog uitgebreid na over de film en over de dagen en het was alweer voorbij. Een zucht in de tijd… weer namen we afscheid. Voor altijd?

En onderstaand lied was de afsluiting!

(dit was het uitzicht overdag)

 

Vroeger was het beter.

Je hoort het wel eens: vroeger was het beter. Niet een heel bijbelse uitspraak. Prediker zei al: “En vraag jezelf niet af waarom het vroeger beter was dan nu. Het getuigt van weinig wijsheid als je daarnaar vraagt.”

In onderwijsland is veel onrust. Grote klassen, veel minder geld voor kinderen die extra zorg nodig hebben. Daardoor overbelasting bij leerkrachten. Verschil in beloning in basis- en voortgezet onderwijs. Dit alles levert acties op. Of ingezonden stukken in kranten. Recent stond er een in het ND. De vraag werd gesteld of het nu echt zoveel slechter in het onderwijs is dan voorheen. De vader van schrijver van deze brief was ook onderwijzer geweest en had een klas met wel vijftig leerlingen. En dat was toch ook goed gegaan? Er kwam een reactie op in een andere ingezonden brief. Vrijdag stond er een column van Theanne Boer in het ND, naar aanleiding van deze brief. Helder werd uiteengezet dat vergelijken niet goed mogelijk is. Dat er op andere manieren gestraft werd, dat de klassen wel veel groter waren, maar dat daardoor veel dingen over het hoofd gezien werden. Met als voorbeeld diagnoses die gemist waren. Herkenbaar.

Ik heb op twee verschillende lagere scholen gezeten. Eerst een algemeen christelijke, die achter ons huis stond. Daar ging ik naar toe tot en met klas vier. Lekker makkelijk, thuis eten tussen de middag, op het laatste moment naar school. We leerden daar elke week een psalmversje, en soms ook gezangen. Die zongen wij niet in de kerkdiensten. Dan leerden we thuis nog een extra vers uit een psalm, als we een gezang moesten leren. Soms was er met kerst een kerstspel. Daar ging ik dan niet naar toe, of ik het niet mocht, of dat ik zelf dacht dat het niet kon, iets uit de bijbel uitbeelden, dat weet ik niet meer. Ik kan me ook niet goed meer herinneren of de klassen erg groot waren. Ik weet nog wel dat ik met een paar andere kinderen helemaal achter in het lokaal zat. Wij waren altijd sneller klaar met de opdrachten uit de les, dan mochten we andere dingen doen. ( alle hoofdsteden van heel Europa leren of dergelijke dingen)

Op enig moment werd er een gereformeerde school gesticht. (we hebben het over de jaren zestig, waarin de vrijgemaakte zuil erg bloeide)  Die kwam in Mariënberg, zo’n 20 kilometer van Almelo.  Een streekschool. Dat zou betekenen dat we elke dag met de bus op en neer reisden. Lange dagen, want tussen onze woonplaats en Mariënberg zou die bus op verschillende plaatsen kinderen ophalen. Ik wilde daar wel heel graag naar toe, en dat gebeurde. Ik heb op die school klas vijf en zes meegemaakt, mijn broer vanaf klas drie en mijn zussen vanaf klas één. Een hele onderneming. Het was een kleine school in het begin. Er waren drie combinatieklassen, meer niet. In het allereerste begin was de school nog niet klaar en hadden we les in de kerk.

Het schoolgebouw was een houten gebouw. Daar zaten we dan, twee klassen in één lokaal. Klas vijf en zes. In klas vijf en zes hadden we les van de hoofdmeester. Op deze school hadden we meesters, op de vorige hadden we meneren. Hier was veel anders. Geen banken, wel tafeltjes en stoeltjes. Geen inktpennen, wel balpennen. Ik zat hier voor in de klas.

Aan het einde van dag werden we vaak voorgelezen. De hoofdmeester schoof dan zijn stoel naast mijn tafeltje. Tijdens het lezen rookte hij zijn pijp. Tijdens het lezen streelde hij voortdurend mijn arm…

En ik, ik liet dat toe. Heb er nooit over gepraat thuis. Kreeg daardoor een uitzonderingspositie in de klas. Haha, jij bent het lievelingetje van de meester…. dat was ik waarschijnlijk ook.

Hier is mijn hart

Er zijn liederen die absoluut mij favoriet zijn en er zijn liederen die ik met pijn en moeite zing, of helemaal niet zing.. Niet zing omdat de tekst me teveel aangrijpt, of niet zing omdat ik denk: als ik dit zing beloof ik van alles en dat alles gaat me nooit lukken!

Een lied dat ik liever niet zong is “Neem mijn leven, laat het Heer”. In dat lied beloof je al je uren en je tijd aan God te besteden. Ook nog je zilver en je goud bied je aan. Maak dat ik de voeten zet op de wegen van de wet, ook nog een zin uit dit lied. (in het ‘nieuwe liedboek’ nummer 912) Jaren lang was ik erg consequent in het niet zingen. Tot ik het ooit dus wel zong, uit mijn hart. Eén keer.

Bijna iedere zondagochtend luister ik naar het lied: “Here’s my heart, Lord” gezongen door de Casting Crowns. Ik vind het een mooie opening van de week, het zet me stil. Mooie muziek, mooie tekst.

Een paar weken geleden waren we op een dag van Vaderhart  Een bijzondere dag! (alle ‘toespraken’ zijn terug te luisteren)

We begonnen die dag met het zingen van aanbiddingsliederen. Oude en nieuwe. We zongen “Hier is mijn hart, Heer”. Hé, bekende melodie! Ik luisterde nog eens goed naar de tekst. Een tekst met dezelfde strekking als het lied (uit het liedboek)  dat ik voorheen zo lastig zingen vond. Het lied waar ik elke week naar luister, nu in de eigen taal. Bijzonder!

 

Trouw

De laatste bijeenkomst van NewWine. Deze werd geleid door een vrouw. Alle andere bijeenkomsten werden door een man geleid. Dat was in de afgelopen jaren anders, waren er meer vrouwen. En natuurlijk werden er grapjes over gemaakt.

Het was een mooie afsluiting, een mooie samenvatting van een bijzondere week. De spreekster (Esther Westerkamp) vroeg ons of Jezus door ons heen zichtbaar mag worden? De wereld heeft Gods kinderen nodig!

We mochten allemaal een stuk karton beschrijven. Iets dat ons in de afgelopen week duidelijk geworden was,  een woord, een tekst, een omschrijving van God. Vervolgens hielden we die tekstborden allemaal boven ons hoofd. Het was een bijzonder gezicht, al deze borden, met mooie woorden in de lucht.

Dit was mijn bord. TROUW. Ik ervaar God als trouw. Een trouwe Vader. Hij doet wat Hij beloofd heeft.

Gister was ik bij iemand op bezoek. Haar man is al een aantal jaren ziek. De situatie is stabiel. Samen voelen ze zich vergeten. In het begin van de ziekte was er alle aandacht voor beiden. Nu niet meer. Ze zijn er verdrietig door. Zij nog meer dan hij, hij merkt het wat minder op. Communiceren met hem gaat moeizaam, door zijn ziekte. Dat is best een barrière. Begrijpelijk en verklaarbaar. En toch doet het zo’n pijn! Wat moet ik dan doen, zegt zij? Zelf maar steeds weer aan anderen vragen of ze willen komen? Of ze mijn man eens mee willen nemen voor een autoritje?

Och, wie herkent dit niet, het alleen zijn, je alleen voelen? Hoe gedachteloos kan een belofte gedaan worden? “We komen gauw hoor!” De weduwe die inmiddels al meer dan tien jaar weduwe is heeft de maker van die belofte nog niet weer ontmoet. We komen gauw hoor! Ik probeer dat juist niet te zeggen, om me niet vast te leggen. Maar ook om geen valse verwachtingen te wekken. Op safe spelen dus.

Trouw zijn en daarin God laten zien aan de ander…. niet zo makkelijk dus.

Still haven’t found what I’m looking for

Een paar weken geleden vroeg iemand me wat ik in mijn vakantie ging doen. We gingen naar NewWine, maar wat vertel je dan? Ik vertelde dat we naar een conferentie zouden gaan, waar veel gezongen wordt en waar veel sprekers hun verhaal vertelden en dat dit alles christelijk is. O, was de reactie, “dus je gaat de hele dag “Kumbaya my Lord” zingen?” Dat bevestigde ik maar, al kon ik me niet herinneren dat we dat lied ooit  op NewWine zongen.

We gingen naar NewWine. Het was Nederlands weer, ons veld was gezellig, met bekende en onbekende mensen. Iedereen komt naar NW met verwachtingen en hoop en er is een gezamenlijke basis. Dat maakt het bijzonder en laagdrempelig.

In de openingsbijeenkomst (zaterdagavond) werden we uitgedaagd uit onze comfortzone te stappen. De volgende ochtend mocht ik meehelpen oppassen, op kindertjes van 1 à 2 jaar. Voorwaar, een uitdaging!

De rest van de week stapte ik best uit mijn comfortzone, wat die ook wezen moge. We hoorden preken van Derek Morphew, over pinksteren en verder. Derek was de hoofdspreker.  Hij hield iedere dag een ‘preek’. Gedegen verhalen, die niet altijd even makkelijk te volgen waren. We leerden over parallellen tussen delen van het oude testament en nieuwe testament. Dit waren voor mij nieuwe verbindingen.  In een van de diensten werden we opgeroepen te vragen of we met de Heilige Geest vervuld mochten worden. In een andere dienst werd geluisterd of er een woord van God voor een ander zou komen.

In weer een andere dienst werden we gevraagd een gebed mee te bidden zodat we iemand vergeving konden geven. Zo te zien/horen deed iedereen mee. Ik ook, het was bevrijdend. In diezelfde dienst werd gebeden voor genezing, en er zijn inderdaad een aantal mensen genezen. (maar toen was ik al niet meer aanwezig, dus ik heb dat van horen zeggen)

Oei oei, voor mij best wel uit mijn comfortzone getrokken! Ik weet niet zo goed wat ik er mee moet, en ik moet van mijzelf altijd ergens iets mee. In die zin waren al deze dingen voor mij verwarrend. En natuurlijk waren we dit jaar niet voor de eerste keer op NewWine en hadden we het programma van te voren bekeken. In die zin dus geen grote verrassing. En toch… ik blijf maar weer puzzelen. Moet ik streven naar de gaven van de Geest? Zo wordt het alweer moeten. Genezen, woorden van profetie uitspreken, het spreken in tongen, met name deze gaven kregen de aandacht. Ik denk wel (bijna) zeker te weten dat ik die gaven niet heb.

Ben ik nu klaar met NewWine? Geen idee. Ik heb genoten van Otto de Bruijne, die zijn verhaal heel relativerend begon met: de werking van de Geest is ook het brengen van gerechtigheid aan hen die verdrukt worden. (maar misschien moet je een en ander niet tegen elkaar uitspelen) Niettemin, dit verhaal raakte me enorm. Echt tot diep in mijn ziel. De muziek die erbij gedraaid werd, raakte me nog meer: “Kumbaya my Lord”….

Ik heb genoten van een avond met Elise Mannah! Wat een geweldig mooie muziek, wat een goede band, wat een vakvrouw! Ik heb genoten van een workshop biblejournaling. Ik heb genoten van de contacten, mensen die langskwamen, (nieuwe) familieleden die ik ontdekte,  korte gesprekjes bij de douches, het plezier, de kinderen die van alles en nog wat organiseerden om maar geld binnen te halen voor het goede doel. Zelfs de corvee die we als groep hadden, (het schoonmaken der toiletten) was niet echt fijn maar wel leuk.

Het kwam enorm binnen dat in een van de diensten gebeden werd voor ‘gemeentestichters’. Aan het eind van een dienst werden kerkplanters, voorgangers verzocht te gaan staan. De spreker sprak een gebed uit, en vervolgens waren er veel meer mensen die voor de staande mensen gingen bidden. Een zegen!

En de titel van deze blog en dit lied? Een knipoog naar mijn tijdlijn opTwitter en Facebook. En als ik eerlijk ben? Ik was op zoek naar ‘geestelijke’ rust op NewWine……

Synodebesluiten

En inmiddels zijn er besluiten genomen. Vrouwen mogen diaken, ouderling èn predikant worden. Donderdag is besloten dat diaken en ouderling mag. Vrijdag viel de beslissing dat vrouwen ook predikant mogen worden. (in mijn ogen is die laatste beslissing een logisch gevolg van de vorige beslissing)

Vandaag wordt besloten hoe dit ingevoerd gaat worden. Er lag een voorstel om diaken en preekconsent (= wel mogen preken en geen predikant zijn) wel snel in te voeren, en ouderling en predikant officieel in 2020. Als ik het goed heb is daar geen uitsluitsel over gegeven. (ik zie net op twitter dat het open ligt en er geen voorstel van deputaten ligt) Lijkt mij een goed plan om dit aan de plaatselijke kerken over te laten, en niet van “bovenaf” vast te leggen. We heten niet voor niets nog steeds vrijgemaakt.

Er zijn veel reacties op deze besluiten. Blije reacties, in de zin van: eindelijk gerechtigheid. Of dankbaarheid, die gewoon dankbaarheid genoemd wordt. Ik zie ook veel teleurgestelde en verdrietige en boze reacties. Mensen die aangeven nu weg te gaan uit de GKv. Dit is de laatste druppel die de emmer deed overlopen voor hen. Ik lees veel woorden, grote woorden. Ik lees oordelen en hardheid. Word er verdrietig van.

Wat zal ik er nog meer over zeggen?

 

M/V en ambt, blog nummer zoveel…

en dan binnen de Gereformeerde kerk vrijgemaakt. Nog meer dan anders zit ik aan mijn telefoon gekluisterd. Iedere tweet volg ik. De synode (=landelijke vergadering van de kerk) vergadert. Over de plaats van vrouwen in de kerk. Daar wordt al een aantal jaren over nagedacht en vergaderd.

Binnen onze kerken mogen vrouwen veel doen, maar geen ambt bekleden, zoals dat heet. Een ambt betekent regeren, en vrouwen mogen niet regeren. Dit is gebaseerd op een aantal bijbelteksten. In onze kerken is lang gezegd dat als je die bijbelteksten over de vrouw loslaat, dus wel zegt dat een vrouw in het ambt kan en mag, je de bijbel loslaat. En waar kom je uit, als je het gezag van de bijbel loslaat? Wat is dan nog wel of niet waar?

Sinds een aantal jaren wordt er (toch) nagedacht over vrouwen en ambten. Ik schreef er al (veel) vaker over. De reden dat ik er nu weer over schrijf is dat er vandaag een beslissing genomen wordt. Terwijl ik dit schrijf ontdek ik dat er een video is gemaakt over dit onderwerp. Nog niet gezien, dat ga ik binnenkort doen.

Ik merk dat ik een knoop in mijn maag heb. Ik probeer om wijsheid te bidden.  Ik vind het heel erg spannend. Ik weet niet wat ik ervan kan en mag ‘vinden’. Het argument: ik volg de bijbel, “dus” mag het niet, vind ik te kort door de bocht. Alles en iedereen veroordelen die alleen al er over nadenkt, nee dat is het niet. Wat het dan wel is, wat wel wijsheid is, weet ik nog steeds niet.

Wel weet ik/ denk ik, dat wat er ook besloten wordt, er mensen teleurgesteld en verdrietig (boos?) zullen zijn. Er zijn al verschillende voorstellen voorbij gekomen. En afgeschoten. Een voorstel tot verdere studie haalde het niet. De gedachten gaan diverse kanten uit, zoals de meningen in de kerk dat ook doen. Ik vind dat er een echt besluit genomen moet worden. Ook al zou dat zijn dat alles blijft zoals het was. Dan is er duidelijkheid. Dus niet nog eens weer gaan studeren, of het ene ambt uitbreiden en geen ambt meer noemen zodat vrouwen mee kunnen doen. (en toch net niet echt mee doen).

Er was een opmerking dat de urgentie (voor besluitvorming)  wel meevalt als je twaalf jaar discussie tegenover twintig eeuwen kerkgeschiedenis zet. Dat vind ik dan weer typische mannenlogica, die vrouwen werkelijk te kort doet.

Hoe het wel moet? Hoe het verder gaat? Heer, geef wijsheid.