Afscheid

De hele dag heb ik al een liedje in mijn hoofd:

Dit liedje (dat al eens eerder op mijn blog stond) werd ons vanmorgen toegezongen bij Hiernaast.Dat was nog maar één van de kadootjes die we mochten ontvangen. Deze dag mocht ik mijn 64e verjaardag vieren. En deze dag was de dag van ons afscheid van Hiernaast.

Vanmorgen bakte ik voor de laatste keer de broodjes. Kookte Jan voor de laatste keer de eieren. Voor de laatste keer hielpen we met tafeldekken, zette ik koffie, hebben we als team samen gebeden. Voor de laatste keer mocht ik de brunch met gebed beginnen. Voor de laatste keer werd er voor òns gebeden.

Het deed pijn en het was goed.

Begin dit jaar realiseerde ik me dat ik moe was, erg moe. Ik dacht na over waar die moeheid vandaan kwam. Ik kon het niet helemaal terughalen. Wel realiseerde ik me dat ik met heel veel dingen bezig was. Ik besloot om een stapje terug te doen bij Hiernaast. Ik was er minder en ik deed minder. Dat hielp wel wat, ik voelde me weer rustiger. Toch ontdekte ik dat het nog niet voldoende was.

Nadenken, sparren met allernaaste, vriendinnen, kinderen, bidden. Het was een heel proces. Een proces dat uiteindelijk tot het besluit om helemaal te stoppen bij Hiernaast leidde. Een besluit dat pijn deed. Een besluit dat ook rust opleverde. Een besluit dat allernaaste en ik samen namen, zodat we uiteindelijk ook besloten om samen te stoppen.

Vandaag was de dag dat we afscheid namen. Het was een bijzondere brunch, waarbij ik vaak dacht: dit is de laatste keer dat…..

Nu kijken we terug op een bijzondere dag. Met mensen die  speciaal voor ons  gekomen waren. Met een mooi gedicht dat gelezen werd. We kregen een kado, er hing een geweldige slinger bij Hiernaast. Een slinger waar we nog vaak naar zullen kijken.  En bovenal ontvingen we goede woorden, woorden die ons hart raakten.

Dank voor alles!

Rust

In deze (voor mij) onrustige tijden geniet ik van mijn Micha kalender. Niet altijd, dan heb ik weer het idee dat ik iets moet doen. Of vooral nalaten. Dat doen en nalaten zijn wel herkenbaar. Vanmorgen fietste ik voor de zoveelste keer langs een berm waar veel rommel ligt. Maar ja, ik ben onderweg naar een volgende afspraak en ik heb geen troepprikker bij me. Dus ik kan deze situatie echt niet veranderen, vind ik. En waarom zou ik de troep van een ander opruimen?
Als iedereen zijn eigen zooi opruimt, ziet de wereld er een stuk opgeruimder uit. De wereld, te beginnen in Nederland, en nog liever in mijn eigen straatje.

Beter is het te voorkomen dat je rotzooi en afval hebt. Dat is een nog grotere uitdaging dan rommel opruimen. Dat voorkomen betekent selectief boodschappen doen, (dus minder -plastic- verpakkingen etc.Minder/ andere kleding, enzoverder.)

Dit zijn zomaar wat gedachtes naar aanleiding van de Michakalender. Dit was de tekst van deze dag. Mooi om te lezen. Ik was nieuwsgierig naar de schrijver van deze bijdrage. Gelukkig hielp Google me weer eens op weg..

Weer even met beide voeten op aarde gezet worden, even zitten, even rusten. We hebben het zo nodig, en de verleiding is groot jezelf en de Ander voorbij te rennen.

Romeinen vijf vers 1 tot 5

Aan het begin van het jaar bedacht ik dat ik wel weer (eens) een bijbels dagboek wilde lezen. De keuze viel op het Bonhoeffer Brevier. Nou ja, zo was het niet echt. Een mede-blogger vertelde dat zij met dit dagboek begonnen was en ik herinnerde me dat ik het in een boekenkast had staan. Goede gelegenheid om er ook mee te beginnen!

Min of meer trouw lees ik elke dag een stukje. Het taalgebruik is wat gedateerd, logisch. Op twee maart begon een deel over vrede met God. Als tekst: Romeinen vijf vers 1 tot 5. Dat begint geweldig mooi: “Wij zijn dus als rechtvaardigen aangenomen op grond van ons geloof en leven in vrede met God, door onze Heer Jezus Christus. Dankzij Hem hebben we door het geloof toegang gekregen tot Gods genade, die ons fundament is, en in de hoop te mogen delen in zijn luister prijzen we ons gelukkig

Ah, hier kan ik blij van worden! De vrede van God! Ik zie mooie beelden in mijn hoofd, en probeer al te bedenken hoe ik de bijbelpagina waar dit vers staat, mooi kan maken. (heel af en toe begeef ik me op het biblejournaling pad)

Dan kijk ik verder in de tekst en lees: “En dat niet alleen, we prijzen ons zelfs gelukkig onder alle ellende, omdat we weten dat ellende tot volharding leidt, volharding tot betrouwbaarheid, en betrouwbaarheid tot hoop. Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest die ons gegeven is.”

Dat is iets meer dan alleen vrede. Vrede is waar we naar snakken. Vrede met God, vrede in deze verscheurde wereld. Maar dit gaat over ellende en volharding en betrouwbaarheid, en hoop. Hoop die in zekerheid en in zien zal overgaan.

Ik lees verder in het boek van Bonhoeffer en kom mooie zinnen tegen. Het kruis als toegang tot genade. De open deur naar de vrede van God. Op de volgende dag gaat het verder: “Er is nog niet gezegd hoe God uw leven in de vrede Gods op de proef wil stellen, opdat die vrede werkelijkheid zij en meer dan een woord. We leven nog hier op deze aarde, nog niet in de volmaakte wereld. Of wij de vrede van God werkelijk gevonden hebben, zal blijken uit de manier waarop wij staan tegenover de verdrukking die over ons komt. Veel christenen buigen wel hun knie voor het kruis van Christus, maar tegenover iedere verdrukking in hun leven kennen zij alleen verzet en tegenstribbelen. Zij denken dat zij het kruis van Christus liefhebben, maar het kruis in hun eigen leven haten zij. Wie van zichzelf weet dat hij de verdrukking in eigen leven alleen kan zien als iets vijandigs, iets kwaads, kan daaruit concluderen dat hij de vrede met Christus nog helemaal niet gevonden heeft.”

Voorwaar, pittige woorden waar ik op zit te kauwen. Ik vraag me af wat er met verdrukking/ het kruis in je leven bedoeld wordt. Is dat vervolging omdat je in God gelooft en dat niet mag, zoals dat in heel veel landen is? Is je kruis dragen het lijden wat een ieder van ons in grote of kleinere vorm in het leven meemaakt?

In ieder geval vertaal ik bovenstaande zinnen naar overgave aan God. Overgave in je leven. Waarmee ik niet bedoel te zeggen dat je een willoos poppetje bent, een willoos slachtoffer. Ik denk dat je op mag staan tegen onrecht. Meer nog, dat we de opdracht hebben daar tegen op te staan.

Tegelijkertijd, heftige gebeurtenissen, in welke zin ook, zijn deel van deze gebroken tijd en wereld. Je/we/ ik begrijp(en) niet waarom dingen gebeuren, of misschien juist niet gebeuren. In hoeverre is het mogelijk ook dan in vrede met God te leven? Uit ervaring weet ik dat dat veel strijd en tijd kost. Opstand, boosheid, onbegrip. Ik zou bijna zeggen: wie kent deze dingen niet?

Menselijke worstelingen met de Heer van de hemel. In de bijbel vinden we hier best veel voorbeelden van. Herkenbaar dus. Maar uiteindelijk is God de Heer en overwinnaar. En bij die Heer mogen we altijd (terug) komen. In de vrede die Hij wil geven.

Gisterochtend zongen we dit lied in de kerk. Het raakte me enorm. Zinnen als: “Heer, ik geef U mijn hart, ik geef U mijn ziel, ik leef alleen voor U. Leid de weg die ik ga, elk moment dat ik besta. Heer doe Uw wil in mij”

Ik vind het geweldig mooi om te zingen en tegelijkertijd is er de puzzel: ja, makkelijker gezongen dan gedaan. Mijn ik wil toch het liefste alles zelf bedenken en regelen. Vervolgens realiseer ik me dat er één totaal voorbeeld van overgave is: de Zoon die zich overgaf aan de Vader, voor ons.

Het leven….

Deze week heb ik vakantie. Ik heb geen werkafspraken, andere dingen gaan gewoon door. Het is best lekker om even geen gesprekken te voeren, ietsje minder na te denken over van alles en nog wat. Ik heb een enorme lijst gemaakt van allerlei dingen die ik wil doen. Maar misschien ga ik wel heel andere dingen doen, ik zie wel. Daar is het vakantie voor.

Op mijn keukentafel liggen boeken, papieren, studiegidsen, bolletjes garen en nog meer zooi. Opruimen vind ik ook zo’n vakantie ding. Straks weer meer ruimte in m’n kast. Opruimen betekent kasten leegmaken en het is verrassend wat ik allemaal tegen kom. Een sigarenkistje dat beplakt is met stof, door mijn vader beplakt, gekregen op een verjaardag. Als ik me goed herinner zaten er handwerkspulletjes in. Hoe oud zou ik toen geworden zijn? Ik vind veel sieraden waarvan ik het bestaan min of meer vergeten was. Wanneer kreeg ik die oorbellen, of wanneer kocht ik dat armbandje?  Ik her ontdek een aantal mappen met allerlei schrijfsels, schrijfsels van diverse cursussen die ik gevolgd heb. Wat is het toch heerlijk om te schrijven!

Om nog niet te hoeven beslissen welke spullen waar  belanden, ga ik eerst maar eens een eindje lopen.Ik geniet van de zon op m’n gezicht. In de zon ervaar ik Gods liefde. M’n gedachten vliegen alle kanten op. Ik denk aan het overlijden van Mies Bouwman. “Open het dorp”,  een bijzondere televisie uitzending, de eerste grote tv actie waarbij geld werd ingezameld. Het hele land stond op z’n kop. ik kan het me nog herinneren. Keek ik toen? Dat weet ik niet meer, we hadden toen nog geen tv. Oud mocht ze worden, 88 jaar. Ik denk aan het overlijden van de jongste dochter van staatssecretaris Blokhuis, dochter Julia, zij mocht maar 18 jaar worden. Ik kan me slechts een voorstelling maken van de diepte van het verdriet van de ouders en verder familie.

Het leven is niet eerlijk, wordt er dan gezegd. Dat vind ik altijd een moeilijke, het leven? Is het leven dan een persoon?

Orgaandonatie (2)

Gisteren is de  wet orgaandonatie aangenomen in de eerste kamer. Met een minimale meerderheid, 36/ 38. Nu gaat het zo worden dat iedereen zijn organen beschikbaar wil stellen voor donatie, behalve wanneer je het niet wilt, dan moet  je dat zelf doorgeven. Mocht je inderdaad in de situatie komen dat je donor kunt worden, dan wordt er eerst nog overlegd met je naasten.

Op tv was veel aandacht voor dit nieuws. In Nieuwsuur was een gesprek met iemand die dringend een donorhart nodig heeft. Het blijft een ingewikkelde situatie, dat iemand een donorhart nodig heeft, terwijl je dan weet dat er iemand (voor jou) moet sterven om dat mogelijk te maken. (bijna de paasgedachte).

Twitter ontplofte gisteravond en vanmorgen. In mijn tijdlijn voornamelijk mensen die tegen deze nieuwe wet zijn en een behoorlijk aantal daarvan gaf aan nu geen donor meer te willen zijn. “Want ik wil niet dat mijn organen naar de staat gaan, ” lees ik als argument. Of: al die laaggeletterde mensen die niet snappen wat ze kiezen, dus ik wil ook geen donor meer zijn. Of: “Ik gun mijn naasten een rustig afscheid, dus ik word geen donor”. Voor mij allemaal bizondere redenen die ik ook niet helemaal kan volgen eerlijk gezegd.

Het verbaast me dat (ook) veel christenen zo reageren. Mijn lichaam is van mij en niemand heeft er iets over te zeggen. In andere situaties, bijvoorbeeld euthanasie/ laatste wil pil, is het argument juist dat je niet de baas bent over je eigen leven en levenseinde. Vanmorgen in het ND stonden diverse reacties. Deze sprak me het meeste aan: “Mijn lichaam is niet van mijzelf, ik heb het in bruikleen van de Schepper. Het verbaasde me dat juist christenen in deze discussie opkwamen voor autonomie”. Gijsbert van den Brink, theoloog. Daar kan ik me in vinden.

Al eerder schreef ik over dit onderwerp.

Op de weblog van ds. Ernst Leeftink  verscheen vandaag ook een interessant artikel over donatie. Op deze website zijn veel meer artikelen te vinden over dit onderwerp.

 

Gefeliciteerd!

Vandaag zijn ze gedoopt, zoon drie en schoondochter twee. (op volgorde van binnenkomst). Het was een bijzondere gebeurtenis!. …..

In de afgelopen weken werd ons nogal eens gevraagd wat wij ervan vonden. Ik realiseerde me weer (eens) dat het kennelijk zo is dat je overal iets van moet vinden. Herkenbaar, dat wel. In ieder geval ‘vroeger’ vond ik overal iets van. En ik wist het ook altijd. Ik merk nu dat ik steeds minder vind. En ik merk dat dat prettig is.

Natuurlijk weet ik precies wat de verschillen zijn tussen de kinderdoop en de volwassenendoop. Ja zeker, de dopelingen van vandaag zijn eerder dopeling geweest. Door hun ouders de kerk ingebracht en die ouders hebben beloofd hun kinderen op te voeden in de leer van de kerk. Dat deden die ouders met liefde. Ook deden beiden belijdenis in de gereformeerde kerk.

Een aantal jaar geleden zijn zoon en schoondochter lid geworden van een evangelische gemeente. De wens om je te laten dopen is dan min of meer een (logisch) gevolg van deze stap en komt niet helemaal uit de lucht vallen.

Een stap die ik een jaar of tien geleden erg lastig gevonden had.Toen zouden mijn theologische gedachten me erg in de weg gezeten hebben. Nu weet ik dat niet meer zo goed. Ik zie alleen twee jonge mensen die een welbewuste stap zetten. Die veel verdriet en problemen op hun weg tegengekomen zijn en Gods liefde en trouw daarbij ervaren hebben. Daar gaven ze allebei een ontroerend getuigenis van vanmorgen.We zagen twee jonge mensen die met Hem hun leven verder willen gaan leven en dat graag willen laten zien.

En uit de grond van mijn hart zeg ik: gefeliciteerd!

Kerstmuziek

Om eens heel origineel te beginnen: binnenkort is het kerstfeest. Mijn hoofd zit vol lijstjes: boodschappen, adressen opzoeken, werkafspraken, werkjaar afsluiten, etc. Ergens tussendoor probeer ik te denken aan de echte betekenis van kerstfeest. En dan is er ook nog kerstmuziek. Musici maken overuren door alle concerten die gegeven worden, recensenten eveneens. In winkelcentra klinken de jingle bells volop. Dat is nog te hanteren, vind ik. Lastiger vind ik het aanhoren van de voluit christelijke kerstliedjes in zo’n winkelcentrum. Tegelijk vraag ik me dan af waarom juist dat me dan triggert. Het gejakker en geconsumeer past niet zo bij kerst. (het consumeren hebben we er zelf van gemaakt) En terwijl ik dit typ pingelt mijn telefoon voortdurend, voor een stemming in onze gezinsapp, met als onderwerp: wat eten we met kerst? Dus ja, consumeren doen we al dan niet vrolijk aan mee.

Gister was ik wat aan het zoeken naar muziek. Muziek raakt me keer op keer, en ik ben blij met afspeellijsten die ik tegenkom, of goede tips die me toegestuurd worden. Deze vond ik zelf. Het raakte me!

Gistermiddag haalde ik de kleinkinderen uit school. Floor vroeg bij het verlaten van school nog even aan haar juf hoeveel nachtjes slapen het nog was voor het kerst was. Nog twee nachtjes slapen en dan was de kerstviering op school. Dan gingen ze samen eten, en kwamen papa en mama ook op school!

Er moesten nog wat liedjes geoefend worden, want ze dacht dat ze die nog niet zo goed kende. Op mijn telefoon vond ze zelfstandig de liedjes die ze zocht, en er ging een wereld aan nieuwe kerstliedjes voor mij open. Samen oefenden we onderstaand liedje. Floor paste de tekst wat aan, het werd bij haar Alleluja, en Here zij God. Klonk ook mooi!

Goede kerstdagen gewenst!

10 jaar later

In november 2007 deed ik een retraite. Zeg je dat zo? Deed ik een retraite? Volgde ik een retraite? Geen idee. Wat ik wel weet is dat het bijzondere dagen waren destijds. Dagen die toen veel indruk maakten en een blijvende indruk achterlieten. En invloed hadden op mijn leven. Na die retraite hadden we een terugkomdag, en ontmoetten we elkaar bij het huwelijk van een van de groepsleden. In de loop der jaren was het contact wat verwaterd. Tot aan deze zomer.. of we zin hadden in een reünie?

Gister en eergister hadden we een reünie. Ik vond het best wel spannend, eerlijk gezegd. Hoe zou het gaan? Het was bijzonder vanaf de eerste minuut! We zagen elkaar, vlogen elkaar in de armen en pakten de draad zo weer op. Voordat we de retraite tien jaar geleden ingingen, ontvingen we een vragenlijst. Deze keer mochten we drie voorwerpen meenemen die iets zeggen over de afgelopen tien jaar. Drie voorwerpen voor de gebieden: gezins/ familieleven, maatschappelijk leven, geestelijk leven. Daar hebben we met z’n allen de dinsdagavond over gepraat. Een aantal uren en flessen wijn later waren we weer op de hoogte van elkaars leven. Het mooie was dat dit niet een op de hoogte zijn van elkaars leven is, het is veel meer. We doken als het ware in het leven. Zo mooi om te horen en te zien van elkaar. Wat is er veel gebeurd, niet alleen gebeurd, maar ook geleefd en soms ook geleden. Blij zijn en in de pijn zijn, alles was er.

Na een korte nachtrust zaten we gisterochtend allemaal om acht uur in de kapel van de Hezenberg. Een mooie kapel, waar we de vorige keer ook waren. Mooi om de dag zo in alle rust te beginnen. Gisterochtend keken we met elkaar een film: The Schack. (verfilming van het boek “De Uitnodiging”) Een film die mij bijzonder raakte en die ik nog een keer wil zien, voordat ik erover blog.

We aten, wandelden, praatten nog uitgebreid na over de film en over de dagen en het was alweer voorbij. Een zucht in de tijd… weer namen we afscheid. Voor altijd?

En onderstaand lied was de afsluiting!

(dit was het uitzicht overdag)

 

Vroeger was het beter.

Je hoort het wel eens: vroeger was het beter. Niet een heel bijbelse uitspraak. Prediker zei al: “En vraag jezelf niet af waarom het vroeger beter was dan nu. Het getuigt van weinig wijsheid als je daarnaar vraagt.”

In onderwijsland is veel onrust. Grote klassen, veel minder geld voor kinderen die extra zorg nodig hebben. Daardoor overbelasting bij leerkrachten. Verschil in beloning in basis- en voortgezet onderwijs. Dit alles levert acties op. Of ingezonden stukken in kranten. Recent stond er een in het ND. De vraag werd gesteld of het nu echt zoveel slechter in het onderwijs is dan voorheen. De vader van schrijver van deze brief was ook onderwijzer geweest en had een klas met wel vijftig leerlingen. En dat was toch ook goed gegaan? Er kwam een reactie op in een andere ingezonden brief. Vrijdag stond er een column van Theanne Boer in het ND, naar aanleiding van deze brief. Helder werd uiteengezet dat vergelijken niet goed mogelijk is. Dat er op andere manieren gestraft werd, dat de klassen wel veel groter waren, maar dat daardoor veel dingen over het hoofd gezien werden. Met als voorbeeld diagnoses die gemist waren. Herkenbaar.

Ik heb op twee verschillende lagere scholen gezeten. Eerst een algemeen christelijke, die achter ons huis stond. Daar ging ik naar toe tot en met klas vier. Lekker makkelijk, thuis eten tussen de middag, op het laatste moment naar school. We leerden daar elke week een psalmversje, en soms ook gezangen. Die zongen wij niet in de kerkdiensten. Dan leerden we thuis nog een extra vers uit een psalm, als we een gezang moesten leren. Soms was er met kerst een kerstspel. Daar ging ik dan niet naar toe, of ik het niet mocht, of dat ik zelf dacht dat het niet kon, iets uit de bijbel uitbeelden, dat weet ik niet meer. Ik kan me ook niet goed meer herinneren of de klassen erg groot waren. Ik weet nog wel dat ik met een paar andere kinderen helemaal achter in het lokaal zat. Wij waren altijd sneller klaar met de opdrachten uit de les, dan mochten we andere dingen doen. ( alle hoofdsteden van heel Europa leren of dergelijke dingen)

Op enig moment werd er een gereformeerde school gesticht. (we hebben het over de jaren zestig, waarin de vrijgemaakte zuil erg bloeide)  Die kwam in Mariënberg, zo’n 20 kilometer van Almelo.  Een streekschool. Dat zou betekenen dat we elke dag met de bus op en neer reisden. Lange dagen, want tussen onze woonplaats en Mariënberg zou die bus op verschillende plaatsen kinderen ophalen. Ik wilde daar wel heel graag naar toe, en dat gebeurde. Ik heb op die school klas vijf en zes meegemaakt, mijn broer vanaf klas drie en mijn zussen vanaf klas één. Een hele onderneming. Het was een kleine school in het begin. Er waren drie combinatieklassen, meer niet. In het allereerste begin was de school nog niet klaar en hadden we les in de kerk.

Het schoolgebouw was een houten gebouw. Daar zaten we dan, twee klassen in één lokaal. Klas vijf en zes. In klas vijf en zes hadden we les van de hoofdmeester. Op deze school hadden we meesters, op de vorige hadden we meneren. Hier was veel anders. Geen banken, wel tafeltjes en stoeltjes. Geen inktpennen, wel balpennen. Ik zat hier voor in de klas.

Aan het einde van dag werden we vaak voorgelezen. De hoofdmeester schoof dan zijn stoel naast mijn tafeltje. Tijdens het lezen rookte hij zijn pijp. Tijdens het lezen streelde hij voortdurend mijn arm…

En ik, ik liet dat toe. Heb er nooit over gepraat thuis. Kreeg daardoor een uitzonderingspositie in de klas. Haha, jij bent het lievelingetje van de meester…. dat was ik waarschijnlijk ook.

Hier is mijn hart

Er zijn liederen die absoluut mij favoriet zijn en er zijn liederen die ik met pijn en moeite zing, of helemaal niet zing.. Niet zing omdat de tekst me teveel aangrijpt, of niet zing omdat ik denk: als ik dit zing beloof ik van alles en dat alles gaat me nooit lukken!

Een lied dat ik liever niet zong is “Neem mijn leven, laat het Heer”. In dat lied beloof je al je uren en je tijd aan God te besteden. Ook nog je zilver en je goud bied je aan. Maak dat ik de voeten zet op de wegen van de wet, ook nog een zin uit dit lied. (in het ‘nieuwe liedboek’ nummer 912) Jaren lang was ik erg consequent in het niet zingen. Tot ik het ooit dus wel zong, uit mijn hart. Eén keer.

Bijna iedere zondagochtend luister ik naar het lied: “Here’s my heart, Lord” gezongen door de Casting Crowns. Ik vind het een mooie opening van de week, het zet me stil. Mooie muziek, mooie tekst.

Een paar weken geleden waren we op een dag van Vaderhart  Een bijzondere dag! (alle ‘toespraken’ zijn terug te luisteren)

We begonnen die dag met het zingen van aanbiddingsliederen. Oude en nieuwe. We zongen “Hier is mijn hart, Heer”. Hé, bekende melodie! Ik luisterde nog eens goed naar de tekst. Een tekst met dezelfde strekking als het lied (uit het liedboek)  dat ik voorheen zo lastig zingen vond. Het lied waar ik elke week naar luister, nu in de eigen taal. Bijzonder!