Dagje den Haag

Jongste zus en ik vonden het weer eens tijd worden een dagje te treinen, te kletsen, en wie weet, ook nog te shoppen. De NS was zo vriendelijk mij weer een dag “vrij reizen” te gunnen, dat is altijd prettig. (oftewel, hoe houd je jezelf voor de gek… die vrij reizen dagen betaal je uiteraard wel)

Afgelopen dinsdag reisden we af naar den Haag. We wilden (ik wilde) een voor de herkansing van het reuzenrad op de pier. Vorig jaar hadden oudste kleinzoon en ik al eens een poging gedaan.

 

Wie weet zou het nu wel lukken. Het was dinsdag veel kouder dan de dagen ervoor, en het waaide wat. Gelukkig niet zo hard als de vorige keer, dus we mochten instappen. In traag tempo draaide de molen rond. Vier rondjes later stonden we weer stil en mochten we uitstappen. Was het eng? Ik vond van niet, en zusje de eerste ronde wel en later niet meer. We vroegen ons af waarom dit eng was. De gedachte was dat je als mens, geen enkele invloed hebt op dit gebeuren. Je moet je overgeven.


Bijna ieder mens vindt loslaten, overgeven moeilijk. Het eeuwige “ikke self doen”, zit er al jong in en blijft toch best lang hangen. Als je in zo’n cabine zit, ben je overgeleverd aan?? Geen idee eigenlijk. Dat begint natuurlijk al met het maken van zo’n ding, het moet wel stevig geconstrueerd zijn. En als je in de cabine zit, wordt die dichtgedaan door de dienstdoende werker. Dat was iemand die druk bezig was met het slijpen van iets. Iedere keer als we weer beneden waren zagen we hem druk bezig, en hoorden het geslijp. Hij keek niet op of om. Gelukkig had hij ons nog wel op de noodknop gewezen, die in het plafond van ons onderkomen zat. (hmm en dan denk ik altijd: wat gebeurt er als je die knop (onnodig) gebruikt? Toch maar niet uitgeprobeerd.

Na vier rondjes draaien stonden we weer op de grond. Een leuke ervaring rijker. Het was druilerig en somber weer, daardoor konden we niet heel ver zien. Op het strand was het erg rustig. Nadat we nog een kop koffie gedronken hadden, besloten we terug te lopen naar het centrum. Daar ontdekten we mooie zandsculpturen. Wat een kunstwerken! (het is het wereldkampioenschap zandsculpturen maken, dit in het kader van 200 jaar badplaats Scheveningen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na een heerlijke en gezellige maaltijd zochten we onze treinen op en reisden naar huis. Het was een goede dag.

Enne…. voorlopig staan er geen nieuwe uitstapjes gepland en wordt er gewoon gewerkt.

Baat bij muziek

Afgelopen week waren we (weer) bij een voorstelling van Daniël Lohues. Opnieuw een feestje, van begin tot einde. Deze keer alleen Daniël Lohues op het podium, met een piano, gitaren in verschillende soorten, een strijkplank met daarop een keyboard. Liedjes, verhalen, muziek. Schijnbaar simpel maar zo diepgravend.


Verhalen over vroeger, over heimwee naar tijden die waren. Verhalen die de draak steken met deze tijd: hij tindert zijn vingers kapot… bijvoorbeeld.

Zoals vaker,  ik zou bijna zeggen, zoals altijd, ging het ook nu over geloven, over wie God is. Nooit spottend, altijd met een vleug heimwee naar verloren geloof:  “Jezus heeft geleefd, maar aan zijn vader twijfel ik, en daar schijnt het om te gaan…. Om verder te gaan met:  waarom is de wereld zoals die is? Waarom zien we niets van God?” Om vervolgens een toch een (soort) antwoord te vinden in:

“Of waren ‘t dan toch Elvis?
John Lennon en van Gogh,
Mozart, Bach en Beethoven
Van boben stuurt
Was ‘t dat dan toch?”

Zo eindigt zijn liedje “de kerke”. Het houdt hem bezig…En deze tekst raakt me, omdat het lijkt of er een zoektocht is, geen afgesloten geheel.Hoewel hij vervolgens aangeeft een cultuurchristen te zijn. Wel het een en ander weten over het christelijke geloof, daar ook dankbaar voor zijn, maar het niet (kunnen?) geloven. De kennis over geloof is onmisbaar, hoe kun je anders van bijvoorbeeld de Mattheus Passie genieten als je het verhaal niet kent?

Onderstaand liedje was een van de laatste liedjes die gezongen werd. In mijn beleving ook weer helemaal waar, dat je baat hebt bij muziek. Voor mijzelf zou ik het nog wat sterker willen zeggen dan alleen baat hebben bij: muziek geeft me troost en helpt me verder.

Samengevat: dit was een mooie voorstelling, waar we van genoten hebben. Voorlopig de laatste op deze manier. De nieuwe show wordt iets met elektronische muziek, in een zaal zonder stoelen, we mogen dan op de grond zitten, als we persé willen zitten. Hm, ik voel toch een generatiekloofje…

Jaargetijden

Tuinieren.. het is niet mijn hobby. Maar als je wilt genieten van je tuin, moet er toch af en toe wat gebeuren. Dit jaar  heb ik weer eens bloembakken gevuld, nieuwe vaste planten aangeschaft en Koningsdag besteed aan het mooi maken van onze metertjes grond. (met een gezellige tuin en drie dagen spierpijn als gevolg)


Gister bekeek eens wat er in staat en groeit en bloeit. Daar werd ik erg blij van! Veel knoppen te zien en als dat allemaal uitbarst wordt het een vrolijk geheel. En als de bijtjes nog bij de appelboombloemetjes komen kunnen we appeltjes uit eigen tuin eten.

Ik kan me verwonderen en verblijden over de seizoenen. Zo gauw het echt voorjaar is vallen de zorgen die er in de winter zijn, (of die ik in de winter bedenk) verdwenen. Ik geniet van voorjaar en zomer.

Vorige week lazen we de geschiedenis van Noach en de ark. Een verhaal van redding. Tegelijk de geschiedenis van de verwoesting van de aarde. Een geschiedenis die je je eigenlijk niet echt voor kunt stellen, te moeilijk, te heftig. In Genesis negen belooft God dat Hij de aarde niet weer zal verwoesten. Nooit weer zal er een zondvloed zijn.Als teken van dit verbond geeft Hij de (regen)boog in de wolken. Het bijzondere is dan dat God tegen Noach en zijn gezin zegt:
“Als Ik de boog in de wolken zie verschijnen, zal ik denken aan dit eeuwigdurende verbond tussen God en al wat op aarde leeft”.

Voor mij voelt dat als de omgekeerde wereld: God die aan zijn verbond denkt. Alsof God zijn beloften zou vergeten.. de enige die “vergeetachtig” is, is de mens. God heeft hier beloofd voor  de aarde te blijven zorgen. In ditzelfde hoofdstuk geeft God de mens (opnieuw) de opdracht: “wees vruchtbaar en talrijk en bevolk de hele aarde”. Aan die opdracht is al ruimschoots voldaan. God had al eerder aan de mens de opdracht gegeven over de aarde te heersen. (Genesis drie vers 28) Dat heersen hebben we als mensen volop gedaan. We zijn geen goede beheerders geweest, we hebben veel genomen van de aarde. Goed voor onze leefomgeving zorgen is (doorgaans) niet de eerste prioriteit van christenen geweest.

Afgelopen zaterdag gingen allernaaste en ik naar een theaterconcert. Bij Podium Witteman hadden we de aankondiging gezien. Een uitvoering van de vier jaargetijden van Vivaldi door Esther Apituley en Charlie Chan Dagelet. Klassieke muziek, met een bijzonder twist, onder anderen omdat naast ‘klassieke’ instrumenten ook een accordeon bespeeld werd. Behalve muziek was er toneel. Het verhaal was dat er eigenlijk geen seizoenen meer zijn, alles ligt door elkaar. Dit is zo verwarrend dat de weervrouwen (waar dit hele verhaal om draaide) er totaal van slag van raakten. Dit werd tot in het absurde doorgevoerd. De uitvoering van dit alles was zeer bijzonder, we zaten min of meer ademloos te luisteren.

Tegelijkertijd was dit wel weer een spiegel: hoe gaan we, hoe ga ik, met de aarde om?

 

Kennis en inzicht

Vandaag staat er weer een nieuwe blog online op de website van het CGMV.

Inmiddels de vierde alweer! De andere blogs zijn via de website terug te vinden. Ik vind het bijzonder leuk om te doen. Het bijzondere is dat iedere vier weken spontaan een onderwerp in mijn gedachten komt waar ik over kan schrijven.

Tranen

Gistermiddag gingen schoondochter twee en ik naar een concert van Kinga Bàn. Gewapend met extra zakdoeken gingen we vroeg in de middag al weg. Het concert begon om half vier en we wilden een mooie plaats hebben.

We zagen er naar uit en we zagen er ook tegenop. Het is altijd bijzonder om te luisteren naar de muziek van Kinga, zo mooi! Het weten dat ze zo ernstig ziek is gaf ons ook wel wat gespannenheid. Hoe emotioneel zou het zijn?

Nou… bij het eerste lied hadden we allebei onze zakdoek al nodig. Het was een lied dat bij ons allebei diep insloeg. (ook al was  het een lied dat niet nieuw was)

Wat volgde waren de liedjes van de nieuwste cd. De een nog mooier en dieper dan de ander. Teksten over vertrouwen op God, over liefde, over een leven dat steeds kleiner wordt. Zoveel dingen die niet meer kunnen. Ondanks alle pijn (letterlijk ook) en verdriet daar op een podium staan en muziek maken.. we vonden het overweldigend.

En voelden ons soms een beetje bezwaard om zo diep en ver in haar leven te mogen kijken…

Dit lied maakte de meeste indruk op me:

Stiltetour

Alweer een tijd geleden had ik kaarten besteld voor de Stiltetour van Mirjam van der Vegt en Ronald Koops. Een avond tot rust komen, stil zijn, naar muziek luisteren.. dat trok me. Wat me nog meer trok was de locatie van deze avond. Namelijk klooster Nieuw Sion in Diepenveen. Dat leek me een heel bijzondere plaats die ik zo graag wilde zien! Dus kaarten besteld.
En dan is het de dag zelf en ga ik bedenken dat het best veel autorijden is, voor één avond. En dat de klok ook nog vooruitgezet gaat worden, zodat de nacht extra kort is. En dat ik toch best nog heel moe ben enzo. Kortom, genoeg redenen om niet te gaan. Uiteindelijk bedacht ik dat ik meer redenen had om wel te gaan. En het is nu eenmaal het nadeel van in dit deel van het land wonen dat je voor veel mooie dingen eerst een eind moet (auto)rijden.

We mochten een bijzondere avond meemaken! Wat een bijzonder gebouw om te zijn, wat een bijzonder verhaal. Wat een rust en tja.. wat nog meer? Het thema van de avond was: ” U geeft mij nieuwe ruimte”. In alle rust, soms in stilte en soms met mooie muziek, brachten we de avond door. Het verhaal uit Genesis 32 en 33 was het onderwerp. ( Jakob is bang zijn broer Ezau te ontmoeten, is bang zijn bezit te verliezen, en strijdt met God bij de beek Jabbok)  We werden meegevoerd in deze geschiedenis. Staken zelf de beek over, brachten onze dierbaren en bezittingen naar de overkant, zoals Jakob deed. Oei, ik wist niet dat ik zoveel spullen had….

We maakten het gevecht mee, met daarbij de vraag waaraan jij je ontworstelt? Wat houdt jou bezig/ wat houdt jou vast? Wat belemmert je om meer ruimte te krijgen?

Het was gaaf om in dit gebouw te zijn. De kennismaking in het donker maakt nieuwsgierig naar een kennismaking in het licht. (en ik was zo heel erg blij dat ik twee truien aangedaan had). De muziek was super! Veel mooie pianomuziek, af een toe een lied gezongen door Mirjam en Ronald. Helaas zijn die niet terug te vinden op het web. Mooie stemmen in een mooie harmonie. Het lied dat ik hierbij plaats is van toch wel mijn favo zanger. Gisteravond vertelde Ronald Koops er iets over en speelde het ook.

Gastbloghopper

Afgelopen maand mocht ik de bloghop organiseren. De hop is voor mensen die zelf een weblog hebben. Blij verrast was ik toen ik een column van een van mijn lezers kreeg. Het onderwerp was voor hem zo aansprekend dat hij spontaan een bijdrage leverde. Vandaag dus als gastblogger.
Bedankt Johan, (enne… misschien toch tijd voor je eigen weblog?)

Gastles

En toen stond ik ineens voor de klas. Voor het eerst in mijn leven zou ik een gastles verzorgen. Nynke, de middelste dochter van goede vrienden van me, werkte in groep 4 over vogels. Het was de week voor de nationale tuinvogeltelling en wat was er mooier dan om in dat kader een ‘echte vogelaar’ in de klas te hebben? Juf Marleen was direct enthousiast; de klas had nog stapels prangende vragen die op een antwoord wachtten, en wie weet kon ik wel een paar leuke anekdotes met de leerlingen delen. Ik liet me hier graag voor gebruiken; liefde voor de natuur kweken bij kinderen, daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen.

Toen ik bij de school aankwam was het plein leeg; het moest nog pauze worden. Het was lang geleden dat ik op een basisschoolplein had gestaan en de herinneringen aan mijn eigen basisschooltijd drongen zich op. Er heerste een tijdloze sfeer op het plein. Ik moest denken aan de biologielessen die mijn eigen liefde voor de natuur hadden aangewakkerd. Een gastdocent had ooit iets over mieren verteld en dat je die in principe ook kon eten. Avontuurlijk als wij waren hadden we dat in de pauze meteen uitgeprobeerd. Ik kan nu, 30 jaar later, nog de uiterst scherp-zure smaak ervan proeven op mijn tong. Zoveel indruk kunnen gastlessen op de basisschool dus maken. Ik voelde opeens de zware verantwoordelijkheid die op mijn schouders rustte deze middag.

Eenmaal boven in het lokaal werd me al snel duidelijk dat ik in een gespreid bedje was beland. Juf Marleen had met haar eigen enthousiasme voor vogels de interesse van de kinderen al tot grote hoogte opgestuwd. Verspreid over het lokaal lagen verrekijkers en vogelgidsen, er hingen platen aan de muren en vogelvoer buiten voor het raam en in de boom. Ik slaakte een zucht van verlichting: hier was het belangrijkste zendingswerk al gedaan. De snaveltjes voor me stonden wijd opengesperd om meer lekkers toegestopt te krijgen. En het bleken allesetertjes te zijn: een vogelquiz, verhalen over eigen waarnemingen, korte filmpjes van internet en de meegebrachte vogelklok (die elk uur met een ander vogelgeluid komt) – alles was even opwindend en vermakelijk. En natuurlijk bleven de vragen komen, er hingen voortdurend vingers in de lucht. Hoeveel vogels bestonden er eigenlijk in de wereld? Hoe konden vogels vliegen, en hoe hoog?

De spanning naderde het hoogtepunt toen ik de klas vroeg of ze ook vogelsoorten kenden die níet konden vliegen. Dit vraagstuk was duidelijk eerder besproken in de klas. Alle vingers gingen tegelijk de lucht in en iedereen begon meteen te roepen: de struisvogel! Toen ik vertelde dat deze exotische loopvogel om predatoren van zich af te houden wel 60 km per uur kon lopen werd het een leerling links van me te veel: hij stond op van zijn stoeltje en begon op zijn plaats renbewegingen te maken die moesten uitbeelden hoe snel dat wel niet was. Dit was voor de rest van de klas het sein om ook in beweging te komen en even leek mijn eerste gastles ooit te verzanden in complete chaos. Toen greep juf Marleen in die zo wijs was iedereen de gelegenheid te geven één struisvogelrondje door de klas te rennen, waarna de rust weerkeerde.

Een week later liet juf Marleen mij weten dat de klas een paar schitterende goudvinken had gezien vanachter het raam en dat iedereen ze was gaan tekenen. Ik kon tevreden zijn; de natuur zelf zou de rest wel gaan doen bij deze vogelaars-in-de-dop.

Door © Francis C. Franklin / CC-BY-SA-3.0, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=37675952 (bronvermelding van de foto van de goudvink)

Auteur column: Johan Ploegman.

Wat zou ik gelukkig zijn…

Wat zou ik gelukkig zijn,

als ik de Schepper zou mogen eren.

Hij die alle dingen leidt,

de hemel met zijn engelen,

de lucht, de zee, ja eigenlijk alles.

Als ik met behulp van mijn boeken

zou nadenken over wat goed is voor mijn ziel;

Tijd zou nemen om met mijn loflied de hemel toe te zingen,

en tijd om mijzelf te wijden aan het leren van de psalmen.

Als ik tijd zou hebben om,

zeewier van de rotsen te oogsten,

of gelegenheid om te vissen.

Tijd om de armen te eten te geven

en in mijn hut te zijn.

Tijd om te bidden voor het koninkrijk der hemelen,

en voor onze verlossing, dat zou ik wensen.

En daarnaast tijd voor wat werk, niet te zwaar-

wat zou ik gelukkig zijn.

Columba van Iona (521/522-597)

“gepikt” van de Micha Scheurkalender 2018. (die een absolute aanrader is)

Orgaandonatie (2)

Gisteren is de  wet orgaandonatie aangenomen in de eerste kamer. Met een minimale meerderheid, 36/ 38. Nu gaat het zo worden dat iedereen zijn organen beschikbaar wil stellen voor donatie, behalve wanneer je het niet wilt, dan moet  je dat zelf doorgeven. Mocht je inderdaad in de situatie komen dat je donor kunt worden, dan wordt er eerst nog overlegd met je naasten.

Op tv was veel aandacht voor dit nieuws. In Nieuwsuur was een gesprek met iemand die dringend een donorhart nodig heeft. Het blijft een ingewikkelde situatie, dat iemand een donorhart nodig heeft, terwijl je dan weet dat er iemand (voor jou) moet sterven om dat mogelijk te maken. (bijna de paasgedachte).

Twitter ontplofte gisteravond en vanmorgen. In mijn tijdlijn voornamelijk mensen die tegen deze nieuwe wet zijn en een behoorlijk aantal daarvan gaf aan nu geen donor meer te willen zijn. “Want ik wil niet dat mijn organen naar de staat gaan, ” lees ik als argument. Of: al die laaggeletterde mensen die niet snappen wat ze kiezen, dus ik wil ook geen donor meer zijn. Of: “Ik gun mijn naasten een rustig afscheid, dus ik word geen donor”. Voor mij allemaal bizondere redenen die ik ook niet helemaal kan volgen eerlijk gezegd.

Het verbaast me dat (ook) veel christenen zo reageren. Mijn lichaam is van mij en niemand heeft er iets over te zeggen. In andere situaties, bijvoorbeeld euthanasie/ laatste wil pil, is het argument juist dat je niet de baas bent over je eigen leven en levenseinde. Vanmorgen in het ND stonden diverse reacties. Deze sprak me het meeste aan: “Mijn lichaam is niet van mijzelf, ik heb het in bruikleen van de Schepper. Het verbaasde me dat juist christenen in deze discussie opkwamen voor autonomie”. Gijsbert van den Brink, theoloog. Daar kan ik me in vinden.

Al eerder schreef ik over dit onderwerp.

Op de weblog van ds. Ernst Leeftink  verscheen vandaag ook een interessant artikel over donatie. Op deze website zijn veel meer artikelen te vinden over dit onderwerp.

 

Zondagavondtelevisie

Voor mij geen luizenmoeder op zondagavond, ik reis liever door China. Door het hart van China met Ruben Terlou als gids en reisleider. Een tijd geleden was de serie “Langs de oevers van de Yangtze te zien, die serie keek ik al met veel plezier. Nu deze serie, die over een tocht  van het noorden naar het zuiden van China gaat. Het bijzondere is dat Ruben Terlou chinees spreekt en daardoor snel contact met de inwoners van het land heeft. Moeilijke gesprekken schuwt hij niet. Iedere keer opnieuw verbaas ik me over de schoonheid van het land. Zó mooi! En iedere keer opnieuw verbaas ik me over de bevolking, zo vréselijk veel mensen. Steden vol. Zoveel mensen zo dicht op elkaar en tegelijkertijd zoveel eenzaamheid. De politiek van een kind per gezin heeft er uiteraard voor gezorgd dat er geen broers en zussen zijn. Zorg voor ouders komt dan op één paar schouders terecht. Het allene kind moet alle dromen en wensen van de ouders waarmaken, wat een enorme druk oplevert.

Te zien is de trek van uit het platteland naar de steden. In de dorpen wonen alleen oude mensen. Zondag ging het over gezondheidszorg. Een arts liet zien hoe hij te werk ging. Hij werkte op een eiland, waar ongeveer 800 bejaarden wonen. Geen jongeren, geen gezinnen. Scholen werden gesloopt. Die arts gaf een infuus en veel verschillende medicijnen aan een man die slechts fikse verkoudheidsklachten had. Ruben (die geneeskunde gestudeerd heeft) liet zijn verbazing volop zien.

In een grote stad bezocht hij een ziekenhuis dat gespecialiseerd is in de behandeling van kanker. Het was er overvol. Overal mensen en nog meer mensen. Ze liepen te slepen met hun eigen CT scans. Consulten gingen aan de lopende band. De arts bleef op z’n stoel zitten, en de patiënten liepen in en uit. Ik kreeg niet het idee dat er erg veel behandeld werd. Wij klagen hier misschien nog wel eens over de kosten van de zorgverzekering, en de hoogte van de eigen bijdrage. Die kosten vallen in het niet vergeleken bij de bedragen die in de film genoemd werden. Mensen staken zich volop in de schulden om de behandeling van hun geliefden te kunnen betalen. Tienduizenden euro’s moesten ze zelf betalen. Euro’s die betaald werden voor behandelingen die mogelijk een paar maanden verlenging van het leven konden geven. Verzekeringen bestaan wel, maar dan nog moeten de mensen zelf 70% van de behandeling zelf betalen. Schrijnend was een scene waarin een vrouw ontzettend op haar kop kreeg van een andere vrouw. De eerste zou het land te schande maken, ze moest dankbaar zijn voor alle goeds dat de staat voor haar deed. Zij had namelijk verteld aan Ruben hoeveel ze bij moest dragen aan de behandeling van haar man, en hoe moeilijk het allemaal was. Haar man zat stil als een doodziek vogeltje op een stoeltje te wachten op de dingen die zouden komen.

Ontroerend waren de beelden van een fotoshoot die Ruben deed bij een ernstig zieke vrouw . Ze maakte zich mooi voor de foto’s. In de aftiteling werd vermeld dat zij inmiddels was overleden.