Opstaan en weer opkrabbelen.

Het is vandaag vier weken geleden dat ik van mijn fiets gevallen ben. Ik was erg geschrokken, en mijn naasten eveneens. Ik deed een paar dagen rustig aan, en vond dat het best meeviel. Volgens mijn eigen onderzoek had ik geen echte hersenschudding, want niet misselijk, geen hoofdpijn, niet duizelig. En in het ziekenhuis hadden ze gezegd dat ik misschien een lichte hersenschudding had, maar dat was niet zeker..Ik had geen adviezen over wat ik wel en niet mocht doen meegekregen.

Nou, dan lukt werken na een week best wel weer, vond ik. Ik ging weer vrolijk aan de slag. Al zag ik er niet uit. Ik kreeg tips van mijn klanten: denk eraan, bouw rustpauzes in, let op je energie. Tja… van wie had ik dat eerder gehoord?

Maar wat was ik moe en wat sliep ik slecht! Ik modderde een week door, en sliep steeds slechter en werd steeds vermoeider. Dat ging zo ver door, dat ik een soort paniek aanval kreeg. Gelukkig heb ik lieve en wijze schoondochters en een van de drie raadde me toch zeer een bezoek aan de huisarts aan. Daar kon ik binnen een uur  terecht.

Mijn huisarts was nogal onder de indruk van de smak die ik gemaakt had. Ze was minder onder de indruk/enthousiast over het feit dat ik weer aan het werk was. (nu werkte ik echt wel minder dan ‘normaal’ en had ik alle avondactiviteiten stopgezet). Haarfijn werd me uitgelegd dat ik een beste klap gemaakt had, en dat mijn hersenen daardoor ook een beste dreun gehad hebben. Dat betekent niet dat je zes weken plat moet, maar wel dat je niet meteen weer op volle kracht bezig mag gaan.

Tja… dan is het toch echt wel tijd om pas op de plaats te maken. Het is inmiddels twee weken geleden dat ik naar de huisarts ging. Behalve goede adviezen, en alle tijd, had ze ook nog een recept voor slaapmedicatie voor me. Dan maar met wat hulpmiddelen, slapen is en blijft belangrijk. Ik ben (nog) minder gaan werken, heb de afspraken wat meer verdeeld. Vorige week zijn we een midweekje weg geweest, Dat was al voor mijn ongeluk gepland. Het was fijn om de deur achter je dicht te trekken en even ergens anders te zijn. Confronterend is het dan te merken dat je niet meer die lange wandelingen van voorheen kunt maken. Ik hoop zo ontzettend dat dat weer terugkomt…

Deze week ben ik weer begonnen met werken. Ik kan het niet laten… en het is ook een beetje het lastige van ZZP-er zijn, dat vervanging lastiger te regelen is. Ik merk dat ik zoek hoe mijn energie te verdelen. Wat doe ik wel en wat doe ik niet? Ga ik toch naar de interessante conferentie, of is het wijzer niet te gaan? En die stiltewandeling? En zang? Ik heb de neiging om de werkdingen belangrijker te vinden dan de ontspanningsdingen. In begeleidingsgesprekken zijn dit ook vaak de puzzelstukken. Ik weet wel wat ik anderen in die situaties adviseer… De kunst is om mijzelf hierin net zo serieus te nemen als ik in die gesprekken aangeef!

Keukentafelgesprekken

Afgelopen week was ik aan de beurt voor het schrijven van een blog voor de CGMV website.

Gelukkig had ik die blog al geschreven en opgestuurd, voordat ik  viel.

Keukentafelgesprekken.

Sinds een aantal jaren is in ons land de term “keukentafelgesprekken” ingeburgerd. Een  gesprek bij iemand thuis, bij voorkeur heel ontspannen aan de keukentafel. Een wijkteamlid, of een wijkcoach gaat in gesprek met de inwoner, die een ‘hulpvraag’ heeft. In dat gesprek kan de inwoner aangeven waar hij/ zij tegen aanloopt, wat er niet goed gaat. Deze gesprekken worden(sinds de gemeente de hulp/ begeleiding betaalt) op deze manier gevoerd. Als het gaat om het aanvragen van begeleiding ben ik vaak bij deze gesprekken aanwezig.

De hele transitie van rijk naar gemeentes is voor een groot deel bedoeld als bezuiniging. Dat verkoopt niet zo heel goed, vandaar dat we mensen nu in hun kracht zetten, en net doen alsof het voor mensen veel fijner is als iemand uit het netwerk inspringt, in plaats van een professional over de vloer te hebben.

Vanuit het werkveld werd dit alles met scepsis bekeken. We geloofden er niet zo erg in. Je kunt wel of niet bouwen op je netwerk, en dat verandert niet door een gesprek aan de keukentafel. Van  mijn (toenmalige) baas ontvingen we instructies voor deze gesprekken.

Zoals met alles, werd ook deze gang van zaken na verloop van tijd onderzocht. Afgelopen week waren de resultaten van dit onderzoek bekend gemaakt. (Helaas  kan ik niet meer traceren hoe en wie dit onderzoek is uitgevoerd. Ik hoorde  het 13 september op Radio 1. Exact kan ik het niet terughalen. Wel werd benoemd dat er ruim 66 gesprekken helemaal geanalyseerd waren, en dat er uit 3 gesprekken naar voren kwam dat het netwerk wel iets actiever kon zijn: in twee situaties zou er over nagedacht worden, en in de derde situatie kon een kleine bijdrage uit het netwerk geleverd worden. )

Het blijkt dat in die keukentafelgesprekken wel de vraag gesteld wordt of het netwerk meer in kan springen. En het blijkt dat de praktijk weerbarstiger is dan de theorie. Of ernstiger en verdrietiger. Heel vaak hebben mensen geen toereikend netwerk. Dat is dan best confronterend in zo’n gesprek. Ik maakte het ook wel mee, dat een enthousiaste wijkcoach een eigen kracht conferentie op touw wilde zetten om een cliënt van mij te ondersteunen. Helaas, er was geen enkel netwerk, ook (zelfs) niet uit de familiekring. Zoiets kan een faalgevoel geven, als je zelfs geen contact meer hebt met je eigen familie… wat zegt dat over jou?

Conclusie van dit onderzoek; eigen netwerken inzetten is veel minder een optie dan gedacht en verwacht. Het kan zelfs averechts effect hebben doordat het voor mensen zeer confronterend kan zijn, te merken dat je geen mogelijkheden hebt om anderen dingen voor jou te laten doen.

Zeer verbaasd was ik toen ik een van de onderzoekers op de radio een mogelijke oplossing hoorde noemen. Haar voorstel was om dan maar in een iets verdere kring naar vrijwilligers te zoeken. Dan moet er maar een opbouwwerker bij die gesprekken aanwezig zijn, en die kan dan in zijn netwerk, bijvoorbeeld in het buurthuis, naar geschikte mensen zoeken. En ik maar denken dat opbouwerkers en buurthuizen allang wegbezuinigd zijn?

 

Gevallen vrouw

Het is hier een beetje stil, erg stil voor mijn doen zelfs. Er gebeurt niet zo heel veel, wel in mijn gedachten, niet in het echt. Bovendien heb ik de laatste weken vrij veel last van mijn rug, de pijn komt in golven, het liefst ’s nachts. Ik merk dat mijn humeur en energie er nogal door beïnvloed worden. Gelukkig gaat het zo langzamerhand weer wat beter, al zijn er nog wel erg slechte nachten, zoals de nacht van maandag op dinsdag jl.

Gisteren fietste ik in  gedachten van de ene afspraak naar de andere. Totdat ik op het fietspad lag en een aantal mensen om me heen zat, te deppen met doekjes. Verbaasd keek ik op. Ik was blijkbaar van mijn fiets gevallen. Ik voelde niet veel, zag wel wat bloed. Gelukkig kwam er net een kennis aanfietsen. Zij zorgde dat allernaaste gebeld werd, en dat mijn fiets opgehaald werd. Kennelijk had iemand al 112 gebeld en ik werd voorzichtig in de ambulance geschoven.

Was ik in het afgelopen jaar een paar keer als begeleider meegeweest naar het ziekenhuis, deze keer was ik de patiënt.

Het is raar om daar te liggen, ik kan me niet meer herinneren wat er allemaal gebeurde. Er zal een röntgenfoto gemaakt zijn, een hartfilmpje, een scan. In de ambulance had ik al een infuus gekregen. Ik kreeg nog een tetanusprik.Het was super dat allernaaste gelukkig snel kon komen.  En verder?  Verder was ik wat in de war en herhaalde voortdurend mijn vraag/opdracht over kleinkinderen uit school halen. Loslaten is zelfs in het ziekenhuis lastig!  Het was rustig op de spoedeisende hulp, er was alle tijd, inclusief koffie voor naaste.

Na een onderzoek door een neuroloog, overleg met een cardioloog, werd besloten dat ik naar huis mocht, dat ik geen letsel had. Hooguit een scheurtje in mijn jukbeen, en misschien een lichte hersenschudding. Niet iets ernstigs gelukkig. Iets waar we zeer dankbaar voor zijn!

Gisteravond ging ik vroeg naar bed en heb prima geslapen. Ik heb geen pijn, ben niet misselijk, geen hoofdpijn of wat ook. Gister besloot ik al even een paar dagen pas op de plaats te maken, even een paar dagen geen werk en niet teveel andere dingen. Ik hoop dat mijn blauwe gezicht en dichte oog langzamerhand weer meer toonbaar worden!

Appen achter het stuur

Vandaag zag ik er weer een…. een appende automobilist, of een rijdende apper, wat het ook is. Zo’n sluipmoordenaar.. word je betrapt dan heb je pech en krijg je een boete. Jammer dan! Ik zou willen dat de straf voor deze (in mijn ogen) misdaad een taakstraf is, en wel een aantal dagen meelopen en meewerken in een revalidatie centrum. Alternatief: loop een dag mee in het leven van een van mijn cliënten. Ik schreef er een blog over voor het CGMV:

Als ik mijn voicemail beluister hoor ik iemand zeggen: “Altijd hetzelfde met die ambulant begeleiders, nooit te bereiken”. Vervolgens kan ik enkele minuten genieten van iemands belevenissen in het afgelopen weekend. De volgende dag word ik opnieuw gebeld, en blijkt het telefoontje afkomstig te zijn van een UWV dame. Ik vertel mijn ervaring met haar vorige telefoontje en ze is blij met mijn feedback.

Het telefoongesprek gaat over de aanvraag voor een gesprek met een van mijn klanten. Marieke is 21 jaar en is een aantal jaar geleden aangereden door een appende autobestuurster. De gevolgen zijn nog dagelijks merkbaar en zijn blijvend. Ze volgt een beroepsopleiding en loopt hopeloos vast in haar stage. De dagen zijn te lang voor de beschikbare energie. Hoe kan zij ooit haar eigen brood verdienen? Deze vraag willen we voorleggen bij het UWV, vandaar de aanvraag.

Gisteren was de afspraak met de arbeidsdeskundige. Marieke zag er best tegenop. Het voelde voor haar spannend, en ze wist niet goed wat haar te wachten stond.  En als in het verleden behaalde resultaten wel meetellen, was ik wat pessimistisch. Tot nu toe had ik niet veel arbeidsdeskundigen meegemaakt die (goed) inschatten wat de impact van NAH is. Zou dat deze keer beter zijn?

Even is er twijfel bij de arbeidsdeskundige of zij het gesprek wel door zal laten gaan: Marieke is nog niet klaar met haar opleiding, en nu al een aanvraag? Pro-activiteit kent kennelijk grenzen. Toch gaan we van start. De arbeidskundige legt een en ander uit en stelt haar vragen.  Duidelijk is in ieder geval dat een Wajong uitkering niet aan de orde is. Daar komt Marieke niet voor in aanmerking omdat er wel wat mogelijkheden tot loon verdienen zijn. We gaan in eerste instantie voor een aanvraag “indicatie banenafspraak”. Marieke doet haar best, zoekt naar woorden en komt er af en toe niet helemaal uit. Op die momenten kan ik bijspringen. De arbeidsdeskundige zit druk mee te pennen, gelukkig deze keer geen zoemende computer met storende geluiden. De conclusie van dit gesprek is al snel duidelijk: zeker wordt de aanvraag van Marieke gehonoreerd. De vraag is nog wel wanneer een en ander ingaat.  We spreken af dat ik daar bericht over krijg, om mijn klant niet te zeer te belasten.

We drinken nog ergens koffie, om terug te kijken op het gesprek. Koffie met iets lekkers, het voelt deels of er een overwinning behaald is. Een overwinning die voor Marieke als een nederlaag voelt…

 

Zondagskind

In de afgelopen weken las ik het boek Zondagskind, geschreven door Judith Visser. Een populair boek, ik heb het via de bibliotheek gelezen en moest een paar maanden wachten voor ik aan de beurt was om het te lenen.

Dit boek is een autobiografische roman. Het vertelt het verhaal van Jasmijn Vink, geboren en getogen in Rotterdam. Ze kon lezen toen ze drie was, maar drinken zonder rietje lukte als puber nog steeds niet. Haar leven verloopt met hobbels en bobbels. Ze is anders dan de anderen. Veel sneller overprikkeld, en schijnbaar ‘normale’ dingen als een gesprek voeren zijn bijna onmogelijkheden voor haar.

Ze is geboren in 1978. Het boek beschrijft haar leven vanaf haar schooltijd. De eerste dag op de kleuterschool verloopt al moeizaam, en zo verloopt haar hele schoolleven. Niet omdat ze de lesstof niet aankan, integendeel. Wel omdat het (school)leven en alles wat daarin gebeurt ongrijpbaar is voor haar. Haar oudere broer en ouders begrijpen niet goed hoe dat kan. Voor hen is het leven overzichtelijk, voor Jasmijn niet. Haar grote vriend is haar hond Senna, met haar kan ze communiceren op haar eigen manier. Echte vriendinnen heeft ze niet, wel op de middelbare school, daar ontmoet ze een vriendin die (veel) rekening met haar kan houden. De ouders van Jasmijn doen dat ook wel, ze mag bijvoorbeeld eten op haar eigen kamer, hoeft niet (altijd) mee op familiebezoek en dergelijke. “Je bent nu eenmaal zo”, zegt haar moeder regelmatig.

Het boek beschrijft hoe het leven een worsteling is voor Jasmijn. Toch vind ik het geen deprimerend boek. Ik voelde wel vaak medelijden. Zoveel onmacht, zoveel onbegrip, zoveel pijn (letterlijk en figuurlijk) bij Jasmijn. Voor de lezer is waarschijnlijk wel duidelijk wat er met haar aan de hand is. Aan het eind van het boek doet de vriendin van Jasmijn (die dan in het onderwijs werkt) haar de tip aan de hand zich te laten testen. In eerste instantie wil ze dat niet, om vervolgens toch te bedenken dat het een antwoord op veel waarom vragen kan zijn.

Bij de schrijfster van dit boek is op (relatief) latere leeftijd een stoornis in het autismespectrum vastgesteld. Inmiddels is zij bezig/ van plan een vervolg op dit boek te schrijven. Ik zie er naar uit, al vraag ik me ook af of dat niet meer van het zelfde gaat worden. Al lezend had ik nu ook wel eens de gedachte: o ja, nu krijgt z e weer een migraineaanval… en ja, dat was dan ook zo.

Toch, ondanks dat ik het soms wat voorspelbaar vond, boeide het me van begin tot einde.  Het maakte voor mij meer inleefbaar hoe het is om zo’n stoornis te hebben. Hoe verstrekkend de gevolgen (kunnen) zijn. Het vervolg op dit boek wacht ik met spanning af, en intussen ga ik op zoek naar de andere boeken die zij geschreven heeft. Boeken die overigens een heel ander genre zijn.

Geef regen Heer….

Al een paar dagen zingt deze regel in mijn hoofd: “Geef regen, Heer, geef regen, de aarde is zo droog”. Afgelopen zondag waren we in een dienst waar  het ‘origineel’ gezongen werd: geef vrede Heer, geef vrede (liedboek 1010). Een nieuwe berijming zou inmiddels kunnen, bij deze droogte en bij deze temperaturen.
In een Nederlands Dagblad van vorige week stond een artikel over de zomer van 1976 waarin de warmte net zo groot was als nu en de droogte minder. Ik kan me herinneren dat het toen erg warm was, het was ons trouwjaar. Ik herinner me dat het toen heel bijzonder was dat het zó warm was. Toen we trouwden was het 30 graden, toen uitzonderlijk! Nu komt het zo vaak voor, dat we er bijna niet van opkijken, alleen temperaturen ver boven de 30 zijn bijzonder. Ik word er zo langzamerhand erg moe van, en met mij velen.Hoe blij was ik vorige week met een enkele regenbui. Bijzonder om te zien dat slakken uit hun schuilplaats kwamen en voorzichtig een fietspad overstaken.

De hitte..en het (dreigende?) watertekort. Wat hebben die temperaturen een impact op het dagelijks leven. Ik verzuchtte onlangs dat ik naar een kouder land wilde emigreren. Nou ja, laten we beginnen met een vakantie in een koel land.  Ik voelde me bijna een klimaatvluchteling. En bedacht dat het niet zo heel vreemd is dat mensen hun land verlaten, als je ziet hoe landen woestijnen worden. Oogsten die mislukken, en vee dat sterft. Het lijkt mij niet zo heel vreemd als je dan op zoek gaat naar betere leefomstandigheden. Inmiddels is er ook voor ons land de angst/ bijna zekerheid dat oogsten mislukken of in ieder geval veel kleiner zullen zijn. Dat zal ongetwijfeld prijsstijgingen tot gevolg hebben. Geen goede vooruitzichten, maar hoe goed hebben wij het in ons deel van de wereld?  (en wat doen we ermee?)

In dat artikel over de zomer van 1976 kwam ik nog een opvallend zinnetje tegen, iets wat me nogal triggerde: een dominee noemde in een blad het bidden om regen een heidens ritueel..

Huh? Hoe kan dat? Waar blijft het aloude geloof in Gods zorg voor de aarde? Zorg waar je om mag vragen? De wereld is in nood, en bij / met alle nood mag je naar Hem gaan!

Tegelijk is het de vraag (en waarschijnlijk is het geen echte vraag) waardoor de droogte wordt veroorzaakt. Toeval? Is dit een een op een gevolg van hoe wij met de aarde omgaan? Of, beter gezegd: niet omgaan, en onze gang gaan? Is dit een boodschap van God en welke dan?

Geloven in begeleiding.

Deze blog schreef ik voor het CGMV en is daar op de website te vinden.

Onlangs las ik in het Nederlands Dagblad een interview met iemand die zowel predikant als psycholoog is.  Aan het slot van het gesprek ging het over het bidden met een patiënt bij een therapiegesprek. De geïnterviewde gaf aan hier moeite mee te hebben omdat de grens tussen pastoraat en psychotherapie dan overschreden werd.  De gesprekken die ik voer zijn duidelijk niet bedoeld als therapie. Begeleiding, meelopen is het doel. Toch zat ik wat te puzzelen over deze opmerking…

illustratie ellen de bruijn

 

 

Dat ik christen ben is voor mijn klanten geen geheim. Op de een of andere manier komt het wel ter sprake. Al is het door mijn antwoord op de door mijn klant gestelde vraag: “En, wat heb jij dit weekend gedaan? Soms aarzel ik om hier op in te gaan. Wat wil ik wel of niet delen met mensen waar ik beroepshalve kom?  De laatste keer dat deze vraag me gesteld werd, was mijn antwoord dat ik op zondag naar de kerk was geweest. Dat werd voor kennisgeving aangenomen.

Soms komt mijn christenzijn spontaan ter sprake. Daar houd ik van. Niet dat er dan van mijn kant onmiddellijk een getuigend gesprek komt. Uiteraard ben ik altijd bereid verantwoording af te leggen van de hoop die in me is. Al wordt er niet vaak naar die hoop gevraagd.

Een van mijn klanten heeft een (voor mij) bijzondere manier van geloven. Daar vertelt hij graag over. Hij weet dat ik christen ben en zijn zienswijze niet deel. Toch kan hij het niet laten vol vuur  te vertellen over de opdracht die Jezus gegeven heeft, om twee aan twee het goede nieuws aan anderen te brengen. Een opdracht die hij wekelijks in praktijk brengt, op een manier die doorgaans niet op veel bijval kan rekenen. Uiteraard respecteren we elkaar en ik ben blij te zien dat hij troost put uit zijn geloof.

En het bidden met klanten? Vorig jaar vroegen twee mensen specifiek om begeleiding van mij, mede omdat ik christen ben. Zij vroegen of het mogelijk was de gesprekken af te sluiten met gebed. En dat doen we dan ook. Danken voor de goedheid van God onze Vader, vragen om kracht die nodig is in de komende tijd. Vragen om rust in het dragen van de beperkingen die er zijn. Dank brengen voor het uitzicht op heelheid in de nieuwe wereld die komen zal.

Weekendje weg

Neem een huis, een dertienpersoonsvakantiehuis. Op vrijdagmiddag kom je er. De kamers zien er schoon en opgeruimd uit. Een dag later staat er van alles en nog wat, in de douches heeft een ieder zijn/ haar territorium ingenomen. Maandagochtend tien uur: het huis is weer leeg, en alles staat weer op zijn plek. En in de tussentijd is er veel en ook niets gebeurd.

 

 

We vierden de 65ste verjaardag van allernaaste met ons allen in een vakantiehuis in Steenwijk. Al weken waren we er mee bezig geweest, dat wil zeggen, de hele club, met uitzondering van allernaaste. Niet dat we zoveel plannen gemaakt hadden, wel dat we al veel voorpret hadden. Op mijn verjaardag, (drie dagen voor de zijne) werd de verrassing onthuld. Een verrassing die in de smaak viel.

Zo waren we dan bij elkaar, afgelopen weekend. We genoten van elkaar en van het mooie weer, van goede gesprekken en lekker eten. Zaterdagmiddag waren we in twee boten in de Weerribben te vinden. Voor sommigen van ons leek het in eerste instantie best wel eng, in zo’n boot varen met zeven personen. Er kan zoveel gebeuren en je weet het maar nooit van tevoren. Loslaten en overgeven heet zoiets. De verzekering dat, als het ècht te spannend zou worden we weer terug zouden gaan werkte al zo rustgevend dat de rest van de middag zonder zorgen verliep. Zelfs Titanic liedjes werden gezongen. (wat ik dan weer iets minder rustgevend vond)

Het was een mooie tocht, waarin we veel plezier hadden en genoten van de omgeving. Bijzonder om in eigen land toch steeds weer nieuwe dingen te ontdekken.

 

Die nieuwe dingen waren er zondagochtend ook. We gingen uitgebreid met elkaar in gesprek. We deelden welke bijbeltekst ons raakt en waarom. In alle openheid konden we met elkaar praten, delen, zingen en bidden. (al vonden de jongsten deze (kerk)dienst wel erg lang duren)

Vanmiddag kwamen we weer thuis. Ik moet dan eerst omschakelen. Vanuit de drukte weer naar de rust van ons samenzijn. Dankbaar terugkijken op geweldige dagen, die we als bijzonder cadeau uit Gods hand mochten ontvangen.

 

Afscheid

De hele dag heb ik al een liedje in mijn hoofd:

Dit liedje (dat al eens eerder op mijn blog stond) werd ons vanmorgen toegezongen bij Hiernaast.Dat was nog maar één van de kadootjes die we mochten ontvangen. Deze dag mocht ik mijn 64e verjaardag vieren. En deze dag was de dag van ons afscheid van Hiernaast.

Vanmorgen bakte ik voor de laatste keer de broodjes. Kookte Jan voor de laatste keer de eieren. Voor de laatste keer hielpen we met tafeldekken, zette ik koffie, hebben we als team samen gebeden. Voor de laatste keer mocht ik de brunch met gebed beginnen. Voor de laatste keer werd er voor òns gebeden.

Het deed pijn en het was goed.

Begin dit jaar realiseerde ik me dat ik moe was, erg moe. Ik dacht na over waar die moeheid vandaan kwam. Ik kon het niet helemaal terughalen. Wel realiseerde ik me dat ik met heel veel dingen bezig was. Ik besloot om een stapje terug te doen bij Hiernaast. Ik was er minder en ik deed minder. Dat hielp wel wat, ik voelde me weer rustiger. Toch ontdekte ik dat het nog niet voldoende was.

Nadenken, sparren met allernaaste, vriendinnen, kinderen, bidden. Het was een heel proces. Een proces dat uiteindelijk tot het besluit om helemaal te stoppen bij Hiernaast leidde. Een besluit dat pijn deed. Een besluit dat ook rust opleverde. Een besluit dat allernaaste en ik samen namen, zodat we uiteindelijk ook besloten om samen te stoppen.

Vandaag was de dag dat we afscheid namen. Het was een bijzondere brunch, waarbij ik vaak dacht: dit is de laatste keer dat…..

Nu kijken we terug op een bijzondere dag. Met mensen die  speciaal voor ons  gekomen waren. Met een mooi gedicht dat gelezen werd. We kregen een kado, er hing een geweldige slinger bij Hiernaast. Een slinger waar we nog vaak naar zullen kijken.  En bovenal ontvingen we goede woorden, woorden die ons hart raakten.

Dank voor alles!

Rust

In deze (voor mij) onrustige tijden geniet ik van mijn Micha kalender. Niet altijd, dan heb ik weer het idee dat ik iets moet doen. Of vooral nalaten. Dat doen en nalaten zijn wel herkenbaar. Vanmorgen fietste ik voor de zoveelste keer langs een berm waar veel rommel ligt. Maar ja, ik ben onderweg naar een volgende afspraak en ik heb geen troepprikker bij me. Dus ik kan deze situatie echt niet veranderen, vind ik. En waarom zou ik de troep van een ander opruimen?
Als iedereen zijn eigen zooi opruimt, ziet de wereld er een stuk opgeruimder uit. De wereld, te beginnen in Nederland, en nog liever in mijn eigen straatje.

Beter is het te voorkomen dat je rotzooi en afval hebt. Dat is een nog grotere uitdaging dan rommel opruimen. Dat voorkomen betekent selectief boodschappen doen, (dus minder -plastic- verpakkingen etc.Minder/ andere kleding, enzoverder.)

Dit zijn zomaar wat gedachtes naar aanleiding van de Michakalender. Dit was de tekst van deze dag. Mooi om te lezen. Ik was nieuwsgierig naar de schrijver van deze bijdrage. Gelukkig hielp Google me weer eens op weg..

Weer even met beide voeten op aarde gezet worden, even zitten, even rusten. We hebben het zo nodig, en de verleiding is groot jezelf en de Ander voorbij te rennen.