Charity Hands

Gezocht:
Een mooi mens die ons vrijwillig of als stagiair wil helpen teksten te schrijven.
Wat bieden we:
* Samenwerken met leuk team.
* Kijkje in de keuken van ontwikkeling/zendingswerk.
* Social media, WordPress & SEO training.
Wat vragen we:
Goede vaardigheid in Nederlandse taal.
Christelijke levensovertuiging.
Min. 2 uur per week beschikbaar.

Deze tekst zag ik een tijdje terug op Facebook staan. Ik zat in de trein en was wat aan het surfen en vervelen. Ik was onmiddellijk enthousiast, ook al ben ik geen stagiair. Ik mailde en dezelfde avond kreeg ik een berichtje terug. Het was een erg enthousiast mailtje,  tot mijn grote verrassing van een ex-collega!

Die ochtend had ik God gevraagd om nieuwe inzichten en bezigheden, nu er een aantal activiteiten voor mij zijn weggevallen. (sinds ons vertrek bij Hiernaast). Diezelfde avond had ik al een soort nieuwe bezigheden! Hoe bijzonder!

Inmiddels is er al veel mailcontact geweest, heb ik mijn ex-collega weer ontmoet, hebben we heerlijk gegeten en gepraat. Er staat een volgende ontmoeting voor volgende week gepland. Dan gaan we verder nadenken en sparren over mijn schrijftaken, en verder afspreken. Ik zie er naar uit!

In de “advertentie”op Facebook werd een kijkje in de keuken van ontwikkelings/ zendingswerk geboden. Ik merk dat er weer een stuk van de wereld voor mij opengaat. Ik zie en ontdek weer allerlei nieuwe dingen! En ik heb (weer) veel om over na te denken.

De eerste blogs uit mijn pen zijn al te lezen… . https://charityhands.org/india/verpleegster-op-grote-hoogte/

 

 

Menselijkheid

Deze blog schreef ik voor de website van het CGMV:

Ik ben in de geel met blauwe textielsupermarkt en wacht op mijn beurt bij de kassa. Voor mij is een echtpaar op leeftijd van turkse afkomst aan de beurt. Ze zijn druk in gesprek in hun landstaal (is mijn aanname) Het winkelmeisje heeft een cadeauverpakking voor hen opgehaald. Daar wordt een babyjasje ingedaan. Eerst moet het prijsje nog van het jasje gehaald worden, vindt de mevrouw. “Dat moet hier toch?” vraagt ze. “Ja, is voor mensen bij ons uit de straat, daar is baby geboren. Ik ken die mensen niet, ik wil toch cadeau geven. Is gewoonte bij ons. Is toch gewoon menselijkheid, ja toch?”  Ik vind het bijzonder, wat ik niet laat merken. Het mooi ingepakte jasje, verdwijnt in de tas en vriendelijk groetend verlaat het paar de winkel.

Twee weken later. Schuin tegenover ons (drie huizen naar links) woont sinds een paar jaar een jong stel. Ik kom ze af en toe tegen in de supermarkt, en doe met kerst een kaart in hun brievenbus. Meer contact is er niet. Ooit heb ik hen ontmoet op een buurtfeest en daar bleef het bij.  Ze zijn beiden werkzaam in het onderwijs. Ze stappen allebei ’s morgens vroeg in hun eigen auto en vertrekken. Nu valt me op dat er steeds een auto bij hun huis staat. Zou een van beiden ziek zijn? Zal ik eens gaan vragen? Of ben ik dan te nieuwsgierig? Ik stel het nog even uit.

Een paar dagen later is er veel gedoe rond hun huis. Er lopen veel mensen rond, er is gelach en gepraat. De boom in de voortuin wordt versierd met roze ballonnen. Er hangt een slinger met de naam LOT. Aha, nu ben ik op de hoogte. Kennelijk heb ik een en ander gemist. Dat kan dus blijkbaar, ook al woon je schuin tegenover elkaar. Het voelt wat ongemakkelijk.

Ik moet weer denken aan de ontmoeting in de textielsuper. Een beetje menselijkheid. Tja.. daar ga ik ook maar voor  zorgen.

Doop

Vanmorgen gingen we naar de kerk. Iets dat langzaam aan weer lukt, al blijft een kerkdienst iets met veel prikkels. Het is fijn om wel te kunnen gaan en te weten dat we dat in alle vrede en vrijheid kunnen en mogen.

In deze dienst werd een baby gedoopt. Het formulier daarvoor werd voorgelezen. Oude, vertrouwde woorden. Confronterende woorden ook: dat kinderen in zonden ontvangen en geboren worden. Daar wil ik het liefst aan voorbij gaan. Tegelijk het weten dat  die zonden betaald zijn. Wat niet wil zeggen dat er geen zonden meer gedaan worden. Met afschuw zit ik deze dagen naar de beelden uit de eerste wereldoorlog te kijken..

Er was een “kindmoment”. De kinderen mogen dan naar voren komen, alwaar de dominee met hen in gesprek gaat. De toren gevulde schoenendozen was minstens twee keer zo hoog als op deze foto. Daarom was het beter als de kinderen op hun plek bleven.

“Wie houdt er van de Here Jezus?”, was de vraag. Er gingen heel wat kindervingers de lucht in. Achter me hoorde ik een jochie aan z’n vader vragen: “Jij toch ook, papa?” Papa beaamde dat onmiddellijk.

Dat de Here Jezus van jou houdt mogen we de kinderen, en hoop ik ook elkaar, en hoop ik nog meer: ook buiten de kerk vertellen. En dat vertellen kan met woorden en (meer nog) met daden.

Er werd gedoopt, er werd gezongen: het mooie lied van Sela over de doop. Wat een mooi lied is dat toch: “Prijs de Vader, prijs de Zoon en Heil’ge Geest, prijs de Heer met al wat leeft en adem heeft!

Zegenweek

In de ene week doe je “gewoon” je werk, en in een andere week gebeurt er van alles. Afgelopen week was er een van de laatste soort. Verwachte en onverwachte gebeurtenissen. Maandag kregen we bezoek van bestuursleden van Urban Expression. Het was goed om na ons afscheid nog een keer in gesprek te gaan, terug te kijken, vooruit te kijken, samen te bidden en de zegen te mogen ontvangen.

Dinsdag had ik een uitgaandagje. Ik ging naar Zwolle voor een mooi gesprek, en vervolgens naar Deventer, gewoon omdat ik dat zo’n leuke stad vind en op zoek was naar die ene specifieke agendavulling. (daar aangeschaft, missie geslaagd). Het is zo leuk om zo een dagje rond te struinen. Ondertussen neusde ik wat op facebook rond en zag daar een leuke oproep die ik niet kon weerstaan. Er ontstond een mailwisseling met een vroegere collega. Nog te vroeg om er meer over te vertellen, het ziet er naar uit dat er een leuke schrijfopdracht zit aan te komen.

Woensdag had ik de weerslag van de dag ervoor. Moe en nog eens moe. Een middagdut helpt dan wel wat, maar niet voldoende. Weer wat geleerd, of ontdekt. In de loop van de week volgden nog een paar fijne gesprekken en ontmoetingen, superfijn!

En dan was eergister (eindelijk) mijn nieuwe fiets gearriveerd. Mijn vorige was geruïneerd bij mijn val. Wat een voorrecht om dan een nieuwe te kunnen kopen!

Gisteren  lekker op de fiets naar de open dag van het werk van allernaaste gegaan, waar het goed toeven was. Mooi om te zien wat daar allemaal gebeurt en gemaakt wordt. Leuk om de mensen te zien waar ik alleen de namen van ken.Al met al een bijzondere week met bijzondere ontmoetingen.

Tja… en deze verrassing bij thuiskomst was dan weer wat minder geslaagd.

 

Gerechtigheid

Vorige week zondag was het  (in onze gemeente) Micha zondag. Niet helemaal op de goede

datum. De preek ging uiteraard over Micha 6:8. In deze tekst gaat het niet alleen over goed doen en recht doen. Het gaat er vooral om wat je aan God geeft en waarom. Om Hem ‘gunstig’ te stemmen, uit gewoonte, uit dankbaarheid? Voor ons in het nu de vraag hoe je dat recht doen en trouw betrachten in de praktijk brengt. Met ook voor ons de vraag waarom je dat doet. Aan het slot van de preek werd gesteld dat er geen kant en klare antwoorden te geven zijn. We mogen er zelf over nadenken en puzzelen. Zelf nadenken is natuurlijk altijd goed, ik houd ook wel van antwoorden…

Die avond was op tv de 100e aflevering van “Adieu God”. Een programma waarin Tijs Brink met mensen in gesprek gaat die afscheid hebben genomen van hun geloof zoals ze dat als kind meekregen. Dit gesprek was met Sigrid Kaag, minister van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking. De term ‘maakbaarheid’ viel. Mevrouw Kaag bedoelde niet te zeggen dat wij zelf de wereld kunnen (ver)maken. Ze benoemde wel de mogelijkheid mee te helpen in de maatschappij. We kunnen omkijken naar buren, familie etc. Je kunt meedoen met maatschappelijke organisaties. Zo kunnen we met z’n allen leefbaarheid bevorderen. (dit is mijn interpretatie). Wat ze zei sprak me aan. Niet de grote toon van wereldverbeteren, wel om je heen kijken en doen wat je kunt. Ik vond dit een mooi antwoord op de vraag van de preek van die ochtend. Praktisch en zinvol.

Vandaag was de Justice Conference in Barneveld. Georganiseerd door TEAR en veel andere organisaties op het gebied van hulp aan anderen. In het voorjaar had ik al kaarten besteld. Helaas lukte het me niet om er naar toe te gaan. (al gaat het best de goede kant op met mijn gezondheid). Ik was er graag bij geweest en ik ben blij met internet, zodat het mogelijk is de toespraken terug te zien. Ze zijn hier te vinden.

Vanavond zag ik bij iemand die naar die conferentie geweest was,  op zijn  Facebookpagina een mooie kreet.  Door deze quote werd voor mij de cirkel rond:

“That we can’t fix the world doesn’t meam we can’t change the world”

Opstaan en weer opkrabbelen.

Het is vandaag vier weken geleden dat ik van mijn fiets gevallen ben. Ik was erg geschrokken, en mijn naasten eveneens. Ik deed een paar dagen rustig aan, en vond dat het best meeviel. Volgens mijn eigen onderzoek had ik geen echte hersenschudding, want niet misselijk, geen hoofdpijn, niet duizelig. En in het ziekenhuis hadden ze gezegd dat ik misschien een lichte hersenschudding had, maar dat was niet zeker..Ik had geen adviezen over wat ik wel en niet mocht doen meegekregen.

Nou, dan lukt werken na een week best wel weer, vond ik. Ik ging weer vrolijk aan de slag. Al zag ik er niet uit. Ik kreeg tips van mijn klanten: denk eraan, bouw rustpauzes in, let op je energie. Tja… van wie had ik dat eerder gehoord?

Maar wat was ik moe en wat sliep ik slecht! Ik modderde een week door, en sliep steeds slechter en werd steeds vermoeider. Dat ging zo ver door, dat ik een soort paniek aanval kreeg. Gelukkig heb ik lieve en wijze schoondochters en een van de drie raadde me toch zeer een bezoek aan de huisarts aan. Daar kon ik binnen een uur  terecht.

Mijn huisarts was nogal onder de indruk van de smak die ik gemaakt had. Ze was minder onder de indruk/enthousiast over het feit dat ik weer aan het werk was. (nu werkte ik echt wel minder dan ‘normaal’ en had ik alle avondactiviteiten stopgezet). Haarfijn werd me uitgelegd dat ik een beste klap gemaakt had, en dat mijn hersenen daardoor ook een beste dreun gehad hebben. Dat betekent niet dat je zes weken plat moet, maar wel dat je niet meteen weer op volle kracht bezig mag gaan.

Tja… dan is het toch echt wel tijd om pas op de plaats te maken. Het is inmiddels twee weken geleden dat ik naar de huisarts ging. Behalve goede adviezen, en alle tijd, had ze ook nog een recept voor slaapmedicatie voor me. Dan maar met wat hulpmiddelen, slapen is en blijft belangrijk. Ik ben (nog) minder gaan werken, heb de afspraken wat meer verdeeld. Vorige week zijn we een midweekje weg geweest, Dat was al voor mijn ongeluk gepland. Het was fijn om de deur achter je dicht te trekken en even ergens anders te zijn. Confronterend is het dan te merken dat je niet meer die lange wandelingen van voorheen kunt maken. Ik hoop zo ontzettend dat dat weer terugkomt…

Deze week ben ik weer begonnen met werken. Ik kan het niet laten… en het is ook een beetje het lastige van ZZP-er zijn, dat vervanging lastiger te regelen is. Ik merk dat ik zoek hoe mijn energie te verdelen. Wat doe ik wel en wat doe ik niet? Ga ik toch naar de interessante conferentie, of is het wijzer niet te gaan? En die stiltewandeling? En zang? Ik heb de neiging om de werkdingen belangrijker te vinden dan de ontspanningsdingen. In begeleidingsgesprekken zijn dit ook vaak de puzzelstukken. Ik weet wel wat ik anderen in die situaties adviseer… De kunst is om mijzelf hierin net zo serieus te nemen als ik in die gesprekken aangeef!

Keukentafelgesprekken

Afgelopen week was ik aan de beurt voor het schrijven van een blog voor de CGMV website.

Gelukkig had ik die blog al geschreven en opgestuurd, voordat ik  viel.

Keukentafelgesprekken.

Sinds een aantal jaren is in ons land de term “keukentafelgesprekken” ingeburgerd. Een  gesprek bij iemand thuis, bij voorkeur heel ontspannen aan de keukentafel. Een wijkteamlid, of een wijkcoach gaat in gesprek met de inwoner, die een ‘hulpvraag’ heeft. In dat gesprek kan de inwoner aangeven waar hij/ zij tegen aanloopt, wat er niet goed gaat. Deze gesprekken worden(sinds de gemeente de hulp/ begeleiding betaalt) op deze manier gevoerd. Als het gaat om het aanvragen van begeleiding ben ik vaak bij deze gesprekken aanwezig.

De hele transitie van rijk naar gemeentes is voor een groot deel bedoeld als bezuiniging. Dat verkoopt niet zo heel goed, vandaar dat we mensen nu in hun kracht zetten, en net doen alsof het voor mensen veel fijner is als iemand uit het netwerk inspringt, in plaats van een professional over de vloer te hebben.

Vanuit het werkveld werd dit alles met scepsis bekeken. We geloofden er niet zo erg in. Je kunt wel of niet bouwen op je netwerk, en dat verandert niet door een gesprek aan de keukentafel. Van  mijn (toenmalige) baas ontvingen we instructies voor deze gesprekken.

Zoals met alles, werd ook deze gang van zaken na verloop van tijd onderzocht. Afgelopen week waren de resultaten van dit onderzoek bekend gemaakt. (Helaas  kan ik niet meer traceren hoe en wie dit onderzoek is uitgevoerd. Ik hoorde  het 13 september op Radio 1. Exact kan ik het niet terughalen. Wel werd benoemd dat er ruim 66 gesprekken helemaal geanalyseerd waren, en dat er uit 3 gesprekken naar voren kwam dat het netwerk wel iets actiever kon zijn: in twee situaties zou er over nagedacht worden, en in de derde situatie kon een kleine bijdrage uit het netwerk geleverd worden. )

Het blijkt dat in die keukentafelgesprekken wel de vraag gesteld wordt of het netwerk meer in kan springen. En het blijkt dat de praktijk weerbarstiger is dan de theorie. Of ernstiger en verdrietiger. Heel vaak hebben mensen geen toereikend netwerk. Dat is dan best confronterend in zo’n gesprek. Ik maakte het ook wel mee, dat een enthousiaste wijkcoach een eigen kracht conferentie op touw wilde zetten om een cliënt van mij te ondersteunen. Helaas, er was geen enkel netwerk, ook (zelfs) niet uit de familiekring. Zoiets kan een faalgevoel geven, als je zelfs geen contact meer hebt met je eigen familie… wat zegt dat over jou?

Conclusie van dit onderzoek; eigen netwerken inzetten is veel minder een optie dan gedacht en verwacht. Het kan zelfs averechts effect hebben doordat het voor mensen zeer confronterend kan zijn, te merken dat je geen mogelijkheden hebt om anderen dingen voor jou te laten doen.

Zeer verbaasd was ik toen ik een van de onderzoekers op de radio een mogelijke oplossing hoorde noemen. Haar voorstel was om dan maar in een iets verdere kring naar vrijwilligers te zoeken. Dan moet er maar een opbouwwerker bij die gesprekken aanwezig zijn, en die kan dan in zijn netwerk, bijvoorbeeld in het buurthuis, naar geschikte mensen zoeken. En ik maar denken dat opbouwerkers en buurthuizen allang wegbezuinigd zijn?

 

Gevallen vrouw

Het is hier een beetje stil, erg stil voor mijn doen zelfs. Er gebeurt niet zo heel veel, wel in mijn gedachten, niet in het echt. Bovendien heb ik de laatste weken vrij veel last van mijn rug, de pijn komt in golven, het liefst ’s nachts. Ik merk dat mijn humeur en energie er nogal door beïnvloed worden. Gelukkig gaat het zo langzamerhand weer wat beter, al zijn er nog wel erg slechte nachten, zoals de nacht van maandag op dinsdag jl.

Gisteren fietste ik in  gedachten van de ene afspraak naar de andere. Totdat ik op het fietspad lag en een aantal mensen om me heen zat, te deppen met doekjes. Verbaasd keek ik op. Ik was blijkbaar van mijn fiets gevallen. Ik voelde niet veel, zag wel wat bloed. Gelukkig kwam er net een kennis aanfietsen. Zij zorgde dat allernaaste gebeld werd, en dat mijn fiets opgehaald werd. Kennelijk had iemand al 112 gebeld en ik werd voorzichtig in de ambulance geschoven.

Was ik in het afgelopen jaar een paar keer als begeleider meegeweest naar het ziekenhuis, deze keer was ik de patiënt.

Het is raar om daar te liggen, ik kan me niet meer herinneren wat er allemaal gebeurde. Er zal een röntgenfoto gemaakt zijn, een hartfilmpje, een scan. In de ambulance had ik al een infuus gekregen. Ik kreeg nog een tetanusprik.Het was super dat allernaaste gelukkig snel kon komen.  En verder?  Verder was ik wat in de war en herhaalde voortdurend mijn vraag/opdracht over kleinkinderen uit school halen. Loslaten is zelfs in het ziekenhuis lastig!  Het was rustig op de spoedeisende hulp, er was alle tijd, inclusief koffie voor naaste.

Na een onderzoek door een neuroloog, overleg met een cardioloog, werd besloten dat ik naar huis mocht, dat ik geen letsel had. Hooguit een scheurtje in mijn jukbeen, en misschien een lichte hersenschudding. Niet iets ernstigs gelukkig. Iets waar we zeer dankbaar voor zijn!

Gisteravond ging ik vroeg naar bed en heb prima geslapen. Ik heb geen pijn, ben niet misselijk, geen hoofdpijn of wat ook. Gister besloot ik al even een paar dagen pas op de plaats te maken, even een paar dagen geen werk en niet teveel andere dingen. Ik hoop dat mijn blauwe gezicht en dichte oog langzamerhand weer meer toonbaar worden!

Appen achter het stuur

Vandaag zag ik er weer een…. een appende automobilist, of een rijdende apper, wat het ook is. Zo’n sluipmoordenaar.. word je betrapt dan heb je pech en krijg je een boete. Jammer dan! Ik zou willen dat de straf voor deze (in mijn ogen) misdaad een taakstraf is, en wel een aantal dagen meelopen en meewerken in een revalidatie centrum. Alternatief: loop een dag mee in het leven van een van mijn cliënten. Ik schreef er een blog over voor het CGMV:

Als ik mijn voicemail beluister hoor ik iemand zeggen: “Altijd hetzelfde met die ambulant begeleiders, nooit te bereiken”. Vervolgens kan ik enkele minuten genieten van iemands belevenissen in het afgelopen weekend. De volgende dag word ik opnieuw gebeld, en blijkt het telefoontje afkomstig te zijn van een UWV dame. Ik vertel mijn ervaring met haar vorige telefoontje en ze is blij met mijn feedback.

Het telefoongesprek gaat over de aanvraag voor een gesprek met een van mijn klanten. Marieke is 21 jaar en is een aantal jaar geleden aangereden door een appende autobestuurster. De gevolgen zijn nog dagelijks merkbaar en zijn blijvend. Ze volgt een beroepsopleiding en loopt hopeloos vast in haar stage. De dagen zijn te lang voor de beschikbare energie. Hoe kan zij ooit haar eigen brood verdienen? Deze vraag willen we voorleggen bij het UWV, vandaar de aanvraag.

Gisteren was de afspraak met de arbeidsdeskundige. Marieke zag er best tegenop. Het voelde voor haar spannend, en ze wist niet goed wat haar te wachten stond.  En als in het verleden behaalde resultaten wel meetellen, was ik wat pessimistisch. Tot nu toe had ik niet veel arbeidsdeskundigen meegemaakt die (goed) inschatten wat de impact van NAH is. Zou dat deze keer beter zijn?

Even is er twijfel bij de arbeidsdeskundige of zij het gesprek wel door zal laten gaan: Marieke is nog niet klaar met haar opleiding, en nu al een aanvraag? Pro-activiteit kent kennelijk grenzen. Toch gaan we van start. De arbeidskundige legt een en ander uit en stelt haar vragen.  Duidelijk is in ieder geval dat een Wajong uitkering niet aan de orde is. Daar komt Marieke niet voor in aanmerking omdat er wel wat mogelijkheden tot loon verdienen zijn. We gaan in eerste instantie voor een aanvraag “indicatie banenafspraak”. Marieke doet haar best, zoekt naar woorden en komt er af en toe niet helemaal uit. Op die momenten kan ik bijspringen. De arbeidsdeskundige zit druk mee te pennen, gelukkig deze keer geen zoemende computer met storende geluiden. De conclusie van dit gesprek is al snel duidelijk: zeker wordt de aanvraag van Marieke gehonoreerd. De vraag is nog wel wanneer een en ander ingaat.  We spreken af dat ik daar bericht over krijg, om mijn klant niet te zeer te belasten.

We drinken nog ergens koffie, om terug te kijken op het gesprek. Koffie met iets lekkers, het voelt deels of er een overwinning behaald is. Een overwinning die voor Marieke als een nederlaag voelt…

 

Zondagskind

In de afgelopen weken las ik het boek Zondagskind, geschreven door Judith Visser. Een populair boek, ik heb het via de bibliotheek gelezen en moest een paar maanden wachten voor ik aan de beurt was om het te lenen.

Dit boek is een autobiografische roman. Het vertelt het verhaal van Jasmijn Vink, geboren en getogen in Rotterdam. Ze kon lezen toen ze drie was, maar drinken zonder rietje lukte als puber nog steeds niet. Haar leven verloopt met hobbels en bobbels. Ze is anders dan de anderen. Veel sneller overprikkeld, en schijnbaar ‘normale’ dingen als een gesprek voeren zijn bijna onmogelijkheden voor haar.

Ze is geboren in 1978. Het boek beschrijft haar leven vanaf haar schooltijd. De eerste dag op de kleuterschool verloopt al moeizaam, en zo verloopt haar hele schoolleven. Niet omdat ze de lesstof niet aankan, integendeel. Wel omdat het (school)leven en alles wat daarin gebeurt ongrijpbaar is voor haar. Haar oudere broer en ouders begrijpen niet goed hoe dat kan. Voor hen is het leven overzichtelijk, voor Jasmijn niet. Haar grote vriend is haar hond Senna, met haar kan ze communiceren op haar eigen manier. Echte vriendinnen heeft ze niet, wel op de middelbare school, daar ontmoet ze een vriendin die (veel) rekening met haar kan houden. De ouders van Jasmijn doen dat ook wel, ze mag bijvoorbeeld eten op haar eigen kamer, hoeft niet (altijd) mee op familiebezoek en dergelijke. “Je bent nu eenmaal zo”, zegt haar moeder regelmatig.

Het boek beschrijft hoe het leven een worsteling is voor Jasmijn. Toch vind ik het geen deprimerend boek. Ik voelde wel vaak medelijden. Zoveel onmacht, zoveel onbegrip, zoveel pijn (letterlijk en figuurlijk) bij Jasmijn. Voor de lezer is waarschijnlijk wel duidelijk wat er met haar aan de hand is. Aan het eind van het boek doet de vriendin van Jasmijn (die dan in het onderwijs werkt) haar de tip aan de hand zich te laten testen. In eerste instantie wil ze dat niet, om vervolgens toch te bedenken dat het een antwoord op veel waarom vragen kan zijn.

Bij de schrijfster van dit boek is op (relatief) latere leeftijd een stoornis in het autismespectrum vastgesteld. Inmiddels is zij bezig/ van plan een vervolg op dit boek te schrijven. Ik zie er naar uit, al vraag ik me ook af of dat niet meer van het zelfde gaat worden. Al lezend had ik nu ook wel eens de gedachte: o ja, nu krijgt z e weer een migraineaanval… en ja, dat was dan ook zo.

Toch, ondanks dat ik het soms wat voorspelbaar vond, boeide het me van begin tot einde.  Het maakte voor mij meer inleefbaar hoe het is om zo’n stoornis te hebben. Hoe verstrekkend de gevolgen (kunnen) zijn. Het vervolg op dit boek wacht ik met spanning af, en intussen ga ik op zoek naar de andere boeken die zij geschreven heeft. Boeken die overigens een heel ander genre zijn.