Leven als kind van God

10 jaar later

In november 2007 deed ik een retraite. Zeg je dat zo? Deed ik een retraite? Volgde ik een retraite? Geen idee. Wat ik wel weet is dat het bijzondere dagen waren destijds. Dagen die toen veel indruk maakten en een blijvende indruk achterlieten. En invloed hadden op mijn leven. Na die retraite hadden we een terugkomdag, en ontmoetten we elkaar bij het huwelijk van een van de groepsleden. In de loop der jaren was het contact wat verwaterd. Tot aan deze zomer.. of we zin hadden in een reünie?

Gister en eergister hadden we een reünie. Ik vond het best wel spannend, eerlijk gezegd. Hoe zou het gaan? Het was bijzonder vanaf de eerste minuut! We zagen elkaar, vlogen elkaar in de armen en pakten de draad zo weer op. Voordat we de retraite tien jaar geleden ingingen, ontvingen we een vragenlijst. Deze keer mochten we drie voorwerpen meenemen die iets zeggen over de afgelopen tien jaar. Drie voorwerpen voor de gebieden: gezins/ familieleven, maatschappelijk leven, geestelijk leven. Daar hebben we met z’n allen de dinsdagavond over gepraat. Een aantal uren en flessen wijn later waren we weer op de hoogte van elkaars leven. Het mooie was dat dit niet een op de hoogte zijn van elkaars leven is, het is veel meer. We doken als het ware in het leven. Zo mooi om te horen en te zien van elkaar. Wat is er veel gebeurd, niet alleen gebeurd, maar ook geleefd en soms ook geleden. Blij zijn en in de pijn zijn, alles was er.

Na een korte nachtrust zaten we gisterochtend allemaal om acht uur in de kapel van de Hezenberg. Een mooie kapel, waar we de vorige keer ook waren. Mooi om de dag zo in alle rust te beginnen. Gisterochtend keken we met elkaar een film: The Schack. (verfilming van het boek “De Uitnodiging”) Een film die mij bijzonder raakte en die ik nog een keer wil zien, voordat ik erover blog.

We aten, wandelden, praatten nog uitgebreid na over de film en over de dagen en het was alweer voorbij. Een zucht in de tijd… weer namen we afscheid. Voor altijd?

En onderstaand lied was de afsluiting!

(dit was het uitzicht overdag)

 

Persoonlijk

Social media en sokken

Social media, je kunt er van alles van vinden en zeggen… maar dankzij Facebook heb ik best wel een aantal contacten die ik anders niet gehad zou hebben. Of kom je mensen tegen die je al lang uit het oog verloren was. Vorig jaar kreeg ik weer contact met iemand die ik verpleegd had in mijn jonge jaren. Een ontmoeting volgde, hier in onze stad. Zij woont inmiddels al jaren in den Haag.
En we volgden elkaar via FB. Op enig moment zag ik een plaatje van geweldig mooie sokken op haar tijdlijn voorbijkomen. Iemand attendeerde haar er op, dat dit toch wel erg mooie sokken waren. Daar was ik het geheel mee eens en uiteraard moest ik er op reageren. Ik vond die kousen  een uitdaging… Kousen breien moest toch niet zo heel ingewikkeld zijn dacht ik. Mijn moeder was er altijd mee bezig, mijn vader droeg alleen huisgebreide sokken. Zwarte voor bij zijn uniform, andere kleuren passend bij de pantalons die hij droeg. Mocht ik er niet uitkomen, kon ik bij haar om hulp vragen, zo dacht ik. Ik had ooit wel eens zelf sokken gebreid, dat was al lang geleden.

Dus  er ging een balletje rollen. Die uitdaging wilde ik wel aannemen. Er waren nogal wat hobbels te nemen. Welke kleur? Welk garen? Dank zij internet was het mogelijk veel foto’s te sturen. Op deze manier werd de keuze voor kleuren en materiaal gemaakt en kon ik beginnen. Ik begon voortvarend en het werk vorderde voorspoedig. Ik stuurde een eerste kous op. Hm.. niet geheel naar wens, helaas.

Uitgehaald, opnieuw begonnen. Gelukkig had ik nog een dag vrij reizen dus ik pakte de trein naar den Haag. Sok mee en opnieuw gepast. Nu wist ik hoe ik verder moest. Dacht ik. Ik breide weer verder, grote hiel en kleine hiel, op vier naalden, met vijf naalden, een teen maken, ik deed het minstens vier keer.

Er volgde nog een passessie en het was nog niet helemaal zoals het moest.

Ik breide weer verder, hechtte uiteindelijk veel draadjes af, haakte nog een bloemetje om het geheel af te maken. En jawel, ze zijn nu klaar en vielen zeer in de smaak!

 

#bloghop

Rood

Ik loop naar de kassa en leg mijn boodschappen op de band. Niet zo heel veel. Een flesje wijn en wat zakjes noten. De jonge vrouw die achter de kassa zit heeft dreadlocks. Ik zie wat tattoos onder haar t shirt uitpiepen. Mijn hersenen vormen zich al oordelen.

Als ze het flesje wijn scant, zegt ze: “Is dit lekkere wijn?” Ik antwoord dat ik het eigenlijk niet weet, dat ik deze nog niet eerder gekocht heb. En in een vlaag van openhartigheid vertel ik dat ik eerder andere wijn kocht, in grotere flessen,  en dat dit nu mijn voorraad voor de hele week is. Dat ik voorheen veel meer dronk, maar besloten heb te minderen.

De vrouw antwoordt: “O, ik heb nog nooit alcohol gedronken. Geen idee hoe het smaakt. Ik heb net zoveel plezier met een colaatje. Waarvoor zou je alcohol nodig hebben?”

Ik ben stil, weet geen antwoord. En voel me beschaamd en word van binnen rood.  Ik had mijn oordeel alweer klaar.

Mijn wijnvoorraad voor een week bestaat tegenwoordig uit één flesje. Ik ben er blij mee. Was bang verslaafd te raken of te zijn. Dat ben ik gelukkig niet, of niet meer. Ik geniet iedere vrijdag van een heerlijk flesje wijn!

Het thema van de huidige bloghop is rood. Dit is mijn bijdrage. Deze keer mag Martine bedenken wie gewonnen heeft!

Leven als kind van God

Vroeger was het beter.

Je hoort het wel eens: vroeger was het beter. Niet een heel bijbelse uitspraak. Prediker zei al: “En vraag jezelf niet af waarom het vroeger beter was dan nu. Het getuigt van weinig wijsheid als je daarnaar vraagt.”

In onderwijsland is veel onrust. Grote klassen, veel minder geld voor kinderen die extra zorg nodig hebben. Daardoor overbelasting bij leerkrachten. Verschil in beloning in basis- en voortgezet onderwijs. Dit alles levert acties op. Of ingezonden stukken in kranten. Recent stond er een in het ND. De vraag werd gesteld of het nu echt zoveel slechter in het onderwijs is dan voorheen. De vader van schrijver van deze brief was ook onderwijzer geweest en had een klas met wel vijftig leerlingen. En dat was toch ook goed gegaan? Er kwam een reactie op in een andere ingezonden brief. Vrijdag stond er een column van Theanne Boer in het ND, naar aanleiding van deze brief. Helder werd uiteengezet dat vergelijken niet goed mogelijk is. Dat er op andere manieren gestraft werd, dat de klassen wel veel groter waren, maar dat daardoor veel dingen over het hoofd gezien werden. Met als voorbeeld diagnoses die gemist waren. Herkenbaar.

Ik heb op twee verschillende lagere scholen gezeten. Eerst een algemeen christelijke, die achter ons huis stond. Daar ging ik naar toe tot en met klas vier. Lekker makkelijk, thuis eten tussen de middag, op het laatste moment naar school. We leerden daar elke week een psalmversje, en soms ook gezangen. Die zongen wij niet in de kerkdiensten. Dan leerden we thuis nog een extra vers uit een psalm, als we een gezang moesten leren. Soms was er met kerst een kerstspel. Daar ging ik dan niet naar toe, of ik het niet mocht, of dat ik zelf dacht dat het niet kon, iets uit de bijbel uitbeelden, dat weet ik niet meer. Ik kan me ook niet goed meer herinneren of de klassen erg groot waren. Ik weet nog wel dat ik met een paar andere kinderen helemaal achter in het lokaal zat. Wij waren altijd sneller klaar met de opdrachten uit de les, dan mochten we andere dingen doen. ( alle hoofdsteden van heel Europa leren of dergelijke dingen)

Op enig moment werd er een gereformeerde school gesticht. (we hebben het over de jaren zestig, waarin de vrijgemaakte zuil erg bloeide)  Die kwam in Mariënberg, zo’n 20 kilometer van Almelo.  Een streekschool. Dat zou betekenen dat we elke dag met de bus op en neer reisden. Lange dagen, want tussen onze woonplaats en Mariënberg zou die bus op verschillende plaatsen kinderen ophalen. Ik wilde daar wel heel graag naar toe, en dat gebeurde. Ik heb op die school klas vijf en zes meegemaakt, mijn broer vanaf klas drie en mijn zussen vanaf klas één. Een hele onderneming. Het was een kleine school in het begin. Er waren drie combinatieklassen, meer niet. In het allereerste begin was de school nog niet klaar en hadden we les in de kerk.

Het schoolgebouw was een houten gebouw. Daar zaten we dan, twee klassen in één lokaal. Klas vijf en zes. In klas vijf en zes hadden we les van de hoofdmeester. Op deze school hadden we meesters, op de vorige hadden we meneren. Hier was veel anders. Geen banken, wel tafeltjes en stoeltjes. Geen inktpennen, wel balpennen. Ik zat hier voor in de klas.

Aan het einde van dag werden we vaak voorgelezen. De hoofdmeester schoof dan zijn stoel naast mijn tafeltje. Tijdens het lezen rookte hij zijn pijp. Tijdens het lezen streelde hij voortdurend mijn arm…

En ik, ik liet dat toe. Heb er nooit over gepraat thuis. Kreeg daardoor een uitzonderingspositie in de klas. Haha, jij bent het lievelingetje van de meester…. dat was ik waarschijnlijk ook.

Gehoord/ gezien/ gelezen

Goed verhaal

Gisteravond togen we naar Apeldoorn om daar naar een theatervoorstelling te gaan. Je moet toch wat, als de IJssel oversteken voor artiesten wat lastig lijkt. We gingen naar Timzingt. 

Mijn communicatie met de kaartjesautomaat verliep nogal moeizaam.  De reis verliep deze keer vlekkeloos. We wandelden een kwartiertje en waren bij het theater van bestemming.

Onze plaatsen waren op de allereerste rij, helemaal in het hoekje. Hm, zou niet echt onze eerste keuze zijn, maar we hadden niets te kiezen. Uiteindelijk viel het mee, we zagen alles goed en het geluid was niet oorverdovend.

Wat volgde was enerverend. Hilarische teksten waarbij ik de neiging kreeg te huilen. Niet van het lachen, wel omdat de teksten me raakten. Leidraad van de avond was het levensverhaal van de oma van Tim. Het was een spiegel en soms een feest van herkenning.

Het was een waterval van verhaaltjes, anekdotes, liedjes. Verhalen waarin ik me meegezogen voelde. De woorden vlogen de zaal in. Het ging over heel veel. Opvoeding, onderwijs, selfies. facebook, geloven, relaties, tuinieren. Onderwijs is: ik weet een verhaal en ik wil graag dat jij dat verhaal ook kent. Zo waren er veel meer mooie zinnen. Zoveel… zo mooi…

 

 

 

Leven als kind van God

Hier is mijn hart

Er zijn liederen die absoluut mij favoriet zijn en er zijn liederen die ik met pijn en moeite zing, of helemaal niet zing.. Niet zing omdat de tekst me teveel aangrijpt, of niet zing omdat ik denk: als ik dit zing beloof ik van alles en dat alles gaat me nooit lukken!

Een lied dat ik liever niet zong is “Neem mijn leven, laat het Heer”. In dat lied beloof je al je uren en je tijd aan God te besteden. Ook nog je zilver en je goud bied je aan. Maak dat ik de voeten zet op de wegen van de wet, ook nog een zin uit dit lied. (in het ‘nieuwe liedboek’ nummer 912) Jaren lang was ik erg consequent in het niet zingen. Tot ik het ooit dus wel zong, uit mijn hart. Eén keer.

Bijna iedere zondagochtend luister ik naar het lied: “Here’s my heart, Lord” gezongen door de Casting Crowns. Ik vind het een mooie opening van de week, het zet me stil. Mooie muziek, mooie tekst.

Een paar weken geleden waren we op een dag van Vaderhart  Een bijzondere dag! (alle ‘toespraken’ zijn terug te luisteren)

We begonnen die dag met het zingen van aanbiddingsliederen. Oude en nieuwe. We zongen “Hier is mijn hart, Heer”. Hé, bekende melodie! Ik luisterde nog eens goed naar de tekst. Een tekst met dezelfde strekking als het lied (uit het liedboek)  dat ik voorheen zo lastig zingen vond. Het lied waar ik elke week naar luister, nu in de eigen taal. Bijzonder!

 

Gehoord/ gezien/ gelezen

Zeg niet….

zeg niet: dat heb ik ook weleens,

als iemand zegt: ik heb altijd hoofdpijn

 

zeg niet: o ja, dat heb ik ook,

als iemand zegt: ik ben zo moe

 

zeg niet: voor mij is ook niet alles bereikbaar,

als een wheeler ergens niet naar binnen kan

 

zeg niet: ik snap ook niet alles

als iemand zegt: ik raak het overzicht kwijt

 

zeg niet: ik ben ook wel eens kort door de bocht,

als iemand zegt een kort lontje te hebben

 

zeg niet: ik vergeet ook wel eens wat,

als iemand zegt zo vergeetachtig te zijn

 

zeg niet: ik zie toch niets aan jou

alsof wat je niet kunt zien er ook niet is

 

zeg niet: wees nu blij met wat je wel kunt,

als de mogelijkheden steeds beperkter worden

 

zeg niet: ik snap wat je bedoelt,

want echt snappen lukt vaak niet.

 

wees stil en zorg dat je er bent.

Gehoord/ gezien/ gelezen

Grenzen

Grenzen, een spannend onderwerp.

Hoeveel ruimte heb jij, hoeveel ruimte heeft de ander? Als ik iemand iets weiger, doe ik hem/ haar dan tekort? Of voelt een ander zich dan afgewezen? Moet ik onmiddellijk op ieder berichtje, iedere vraag reageren? (en waarom reageer ik dan eigenlijk?) Ben ik zelf bang afgewezen te worden?

Enne, het is toch ook christelijk om om een ander te geven en voor een ander te zorgen? Maar waar eindigt meeleven en waar begint pleasen? En ga je over je eigen grens als je iets doet waar je niet veel zin in hebt? Zoiets als ‘zelfverloochening’. (en ik heb het hier niet over grensoverschrijdende fysieke dingen)

Of doe je alleen die dingen die je echt leuk vindt?

Over deze onderwerpen kun je eindeloos doorpraten en doordenken. Dat gebeurt dan ook. Afgelopen week kwam het aan de orde in een gesprek, in mijn werksituatie.  Het ging over de redenen waarom je dingen doet. Soms zit daar inderdaad angst voor afwijzing onder. Maar, als je het altijd iedereen naar de zin probeert te maken, weet je dan nog wie je zelf bent? Wat jouw wensen zijn, jouw verlangens. En, niet onbelangrijk: kun je die wensen kenbaar maken? Het was een boeiend gesprek, vond ik.

Gistermiddag had ik mijn oma-petje op. Ik mocht de kinderen uit school halen. Vrolijk kwamen ze de school uit. En vrolijk zaten ze in de auto.  Het was geweldig mooi weer, twee kleinzonen gingen buiten spelen. Kleindochter (5) was binnen bezig met het bouwen van sprookjespaleizen. Een precies klusje wat alle aandacht verdient.

Ik probeerde een gesprekje te voeren, met de geijkte vragen hoe het op school was die dag, en wat ze beleefd had. Haar antwoord was helder: “Oma, nu niet hoor, ik wil niet praten, ik ben bezig”.

Meer lezen over het onderwerp grenzen: “Grenzen” geschreven door Henry Cloud en John Townsend. En een recenter boek, geschreven door Michelle van Dusseldorp en Carianne Ros: “Nee is oké”, met als ondertitel: meer genieten, minder moeten.

Persoonlijk

Regen en zon

Dat je twee dagen weg bent, thuis komt en dan het gevoel hebt dat je wel twee weken weg bent geweest. De thuiskomst was gisteren. We gingen naar Rotterdam, naar Zoetermeer en Leiden. Dat kwam zo: van onze broers en zussen hadden we een bon voor een High Tea in de SS Rotterdam gekregen. Nu rijden we niet alleen voor zo iets naar het westen, dus het kwam heel mooi uit dat er een neef ging trouwen in Leiden, zodat we een en ander konden combineren. En wat Zoetermeer in dit rijtje doet? Dat ligt een beetje tussen die beide plaatsen in. Daar hadden we ons hotel geboekt.

In de stromende regen vertrokken we donderdag van hier en kwamen in de even stromende regen in Rotterdam. Het schip is heel bijzonder, de high tea superlekker! We liepen nog een rondje door het schip en ontdekten veel mooie dingen. En toch voelt het een beetje als een soort vergane glorie. Het is een totaal andere wereld dan de wereld die ik ken.. we hoorden veel verschillende talen om ons heen. Ik keek m’n ogen uit bij het maken van cocktails door de ober. En voelde me op slag weer een superprovinciaal.

Vrijdag konden we genieten van stralend mooi weer. Heerlijk gewandeld en op een terrasje gezeten. (de rechter foto is van de overkapping van het winklecentrum)

’s Avonds naar Leiden, waar het huwelijk was. We gingen naar de kerk, we zongen mooie liederen (vond ik), hoorden een mooie preek over Spreuken 16 vers 9. Maakten een vrolijk feest mee en hoefden na afloop slechts een half uurtje auto te rijden in plaats van de twee uur die we doorgaans moeten rijden.

Zaterdag reden we weer naar huis. Jammergenoeg regende het enorm, wat maakte dat we besloten niet meer naar mijn favo plek te gaan.. dat komt dan een andere keer wel weer.

 

Gehoord/ gezien/ gelezen

Weer een film

Het gaat er op lijken dat ik alleen nog maar over films schrijf.. ik beloof dat mijn volgende blog over een ander onderwerp gaat.

Vorige week ging ik naar deze film met een kennis. Niet in ‘mijn’ vertrouwde filmhuis, wel in de grote bioscoop. We gingen naar de middagvoorstelling. De bioscoop maakte een verlaten indruk. Geen kassa open… kaartjes kopen via een automaat.

Mijn kennis kan niet zo goed traplopen, we moesten naar de eerste verdieping, dus zochten we een lift. Daar hing een briefje op: als u gebruik wilt maken van de lift, moet u zich bij de kassa melden. Maar ja, die was dus gesloten. Ik vroeg het aan een rondlopende serveerster. Ze adviseerde me naar boven te gaan voor verdere inlichtingen, zij kon me niet verder helpen….

Uiteindelijk kwamen we in de zaal boven. Er waren ongeveer vijf bezoekers. De film was uitgekozen door mijn kennis. Ik liet me twee uur verrassen. Het was mijn kennismaking met Tom Cruise. De film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Een onvoorstelbaar verhaal. Een verhaal over hoe iemand steeds verder in een web terecht kan komen. Voor mij ook een duik in de geschiedenis. De geschiedenis van midden Amerika in de jaren tachtig vorige eeuw. In de film waren soms documentaire achtige delen. Een jonge Bill Clinton, Ronald Reagan eerst als filmster en daarna als president. Juist die stukjes geschiedenis vond ik bijzonder. Nogal eens een o ja gedachte, zo was dat. Wat weet ik er nog van, vroeg ik me af. Niet zo heel veel. Het was de tijd dat ons gezin groeide en ik vooral daar mee bezig was.

Ik verbaasde me in het verhaal over alle intriges en complotten. Dan denk je, heel naïef dat politiek soort van eerlijk is. Niets is minder waar. Niets was wat het leek. Intrigerend. Ik zat me af te vragen hoe dat dan nu zou zijn. Niet veel anders, ben ik bang. Dat is dan wel weer heftig.