Blue Monday

Gelukkig hij is weer bijna voorbij, de dag die tot de meest deprimerende van het jaar is uitgeroepen. Het schijnt dat een nep psycholoog deze dag bedacht heeft, in opdracht van een reisbureau. In de hoop zo meer reizen te verkopen. Blue Monday was het vandaag. Erger dan dit wordt het niet, luidde de titel van een cartoon in het ND van vandaag. Laten we er maar een grapje van maken, zo midden in de winter die nog steeds geen winter is.

Niet mijn meest favoriete seizoen. De donkerte vind ik, zoals veel mensen, erg vervelend. Ik ontdekte dat er een ‘mooie’ naam is voor de winterdepressie: seasonal affective disorder. (SAD). Als je hieraan lijdt is je biologische klok ook ontregeld, en daar heb ik geen last van. Aan het begin van de echt donkere dagen las ik een artikeltje over de “winterdip”. Dat vind ik een mooi woord. Depressie klinkt, voor mij althans, zo heftig. Een dip kan het zeker zijn. Je niet zo lekker voelen, geen zin hebben, eigenlijk wel de hele dag kunnen eten.

In dat verhaaltje stonden ook tips om die dip te lijf te gaan. Lange wandelingen maken bijvoorbeeld, en vitamine D slikken, en veel groenten eten. Die vitamine slikte ik al, groente en fruit eet ik al redelijk veel. Nu dat wandelen nog…. Het hoorde doorgaans wel bij mijn goede voornemens, elke dag een eind wandelen. Ik houd daarvan. Al was het wel wennen om weer alleen te moeten lopen. Ook dat went. Lopend overdenk ik de dag, luister ik een preek of een podcast, bel gezellig, geniet van de dingen om me heen. Lopend geniet ik er iedere keer opnieuw van dat ik kan lopen. Ondanks dat  lukte het me niet goed om heel regelmatig te lopen.

Sinds een aantal maanden heb ik een app op mijn telefoon die mijn stappen stelt en heb ik doelen gesteld. Mijn eerst doel was, vooral voor de winter, te ambitieus. Dat moest ik bijstellen. Het bijgestelde doel is goed haalbaar. Inmiddels ben ik zover dat die dagelijkse 8000 stappen persé gehaald moeten worden, ook als dat betekent dat ik om negen uur ’s avonds nog begin aan mijn wandeling…..

Wat je zegt dat ben je zelf…

“Je ziet allemaal leeuwen en beren op de weg”, hoor ik mezelf zeggen in een begeleidingsgesprek. “En die worden steeds maar groter, omdat je ze voedt door jouw gedachten”.

Tevreden ga ik verzitten. Dit klinkt best goed, vind ik. Ik zie bijna een plaatje van woord-etende beren voor me.

Mijn gastvrouw/ klant kijkt me aan. Ik zie haar denken. En zich afvragen hoe je die leeuwen en beren voedert. Nou, heel simpel, denk ik. Door alleen, of eerst te kijken naar de onmogelijkheden en de mogelijkheden te vergeten. Een herkenbaar patroon…

Want plotseling realiseer ik me dat ik niet alleen tegen mijn klant praat, ten diepste zit ik mezelf toe te spreken. Immers, ik heb die avond een bijeenkomst waar ik zo vreselijk geen zin in heb. Ik ben druk bezig met argumenten bedenken om mezelf te rechtvaardigen om niet te gaan. Zo is het geen verplichte bijeenkomst, bijvoorbeeld. Dat het gewoon gezellig kan zijn wil ik niet zo accepteren. Ik maak het alleen maar groot in mijn hoofd en zie er huizenhoog tegenop. Terwijl mijn verstand zegt dat dit soort dingen altijd meevallen, protesteert mijn gevoel. Ik ben er nog niet uit, wat ik ga doen.

Ik deel met mijn gastvrouw dat ik zelf ook wel zo zit te puzzelen. Gedeelde smart blijft tenslotte halve smart. De hele dag blijft het een beetje zeuren in mijn gedachten. Hoezo beren voeden?

Tijdens het eten zit ik nog met allernaaste te sparren: wel of niet gaan? Hij kent me langer dan vandaag en is dit gezeur wel (enigszins) gewend. Ik vertel over het gesprek van die ochtend. Ik kan het niet laten mijn mail even te checken en schrik van het aantal afmeldingen voor deze bijeenkomst. Veel van mijn collega’s zijn geveld door de griep en een aantal anderen heeft (al dan niet plotseling) een werkafspraak. Vervelend.  Na het eten lees ik uit de bijbel, we zijn bezig met de brief aan de Romeinen. Hoofdstuk twee is aan de beurt.

Ik lees vers 21. Daar staat: “U die anderen onderwijst, onderwijst u uzelf eigenlijk wel?” We schieten in de lach. Uiteraard denk ik weer aan het gesprek van die ochtend.Ik besluit om toch  te gaan. Was het gezellig? Natuurlijk!

Wilt u nog verder leven?

Te denken dat je binnen een paar uur weer thuis bent als je met iemand meegaat naar het ziekenhuis is een foute gedachte. Daar kwam ik gisteren weer eens achter. Een van onze vaste gasten bij Hiernaast, de bijna honderdjarige meneer J,  was van zijn fiets  gevallen en was pittig gewond. Gelukkig zagen een aantal mensen het gebeuren en belde iemand een ambulance. Omdat er niemand van de familie te bereiken was, nam ik het op me om mee te gaan. De start ging vlot, we kwamen snel in het ziekenhuis, en meneer lag al gauw in een onderzoekskamer. Röntgenfoto’s werden gemaakt, bloed geprikt. Een CT scan was ook nog nodig. Daarna begon het wachten… op uitslagen, op artsen. De verpleegkundige vertelde ons dat het erg druk was. Veel mensen werden, voor de zekerheid, toch maar ingestuurd naar het ziekenhuis. Je weet maar nooit, zo vlak voor de kerstdagen.

Meneer J. onderging alles geduldig. Onderzoek door een co-assistent, een assistent en uiteindelijk door de baas. Iedere keer opnieuw: wilt u dit lampje even volgen? ziet u een of twee lampjes? Iedere keer opnieuw hamertje tik op de knieën. Een keer of vier, vijf mocht meneer vertellen wat er nu precies gebeurd was. Dat wisten wij geen van tweeën.

De uitslagen van de onderzoeken waren allemaal goed. We moesten nog wachten op de dingen die gingen gebeuren, al hadden we geen idee wat voor dingen dat waren. Meneer J. lag erg ongemakkelijk en kreeg steeds meer last van zijn rug.

Hij had een grote wond aan het hoofd, die erg bloedde. Toen duidelijk was dat er geen andere problemen waren, kon die wond gehecht worden en zou verder afgesproken worden. De wond werd gehecht, wat een beste puzzel was. Meneer J. kon best weer naar huis, zo werd besloten. Er was geen medische noodzaak voor een ziekenhuisopname. Dat hij geheel alleen is, is geen reden. Ik dacht pro-actief te zijn en belde de buurman van meneer J. op, om te vragen of hij ons op kon halen. Dat kon.

Vervolgens bleek dat er nog meer gehecht moest worden. Het ritueel van verdoven, in laten werken en hechten begon nog een keer. De arme buurman reed maar rondjes rond het ziekenhuis. Dat staat midden in het centrum en er is bijna geen parkeerruimte rondom, slechts een parkeergarage waar je je scheel betaalt. Meneer J. was gehecht en mocht van zijn bed naar de rolstoel lopen om het ziekenhuis rollend te verlaten. Strompelend bereikte hij de rolstoel. Alarmbellen gingen rinkelen. Hoe moet deze meneer zich thuis redden, als hij zo slecht loopt?

“Spoedoverleg” volgde, met als uitkomst dat hij toch een nacht kon blijven. De “taxi” werd weer afgezegd. Een opnamegesprek met de arts volgde. Zij vroeg aan meneer J. wat er zou moeten gebeuren als er onverhoopt iets heel ernstigs zou gebeuren. Moesten alle zeilen bijgezet worden om hem in leven te houden? Hij antwoordde vrolijk dat hij nog wel een paar jaar zou willen leven. Dat klonk als een ja. Vervolgens vertelde de arts uitgebreid wat de mogelijke gevolgen van een reanimatie op hoge leeftijd kunnen zijn. Kwaliteit van leven is er dan (doorgaans) niet meer. Daarop besloot hij dat er geen grote acties ondernomen hoefden worden.

We kwamen op de verpleegafdeling aan. Daar kwam een verpleegkundige om meneer op te nemen. De eerste vraag die ze stelde was de vraag of… ja, inderdaad, of er gereanimeerd moest worden. Ditmaal wist hij het antwoord direct. Bovendien bleek nu dat dit besluit al veel eerder was genomen en ergens vastgelegd was. Dan vraag ik me toch af: waarom moet dat nog tot twee keer toe gevraagd worden? De tweede keer zelfs op de zaal waar nog een aantal andere patiënten lagen.

Vanmiddag kreeg ik een telefoontje van meneer J. Hij was weer thuis!

 

Kerstmuziek

Om eens heel origineel te beginnen: binnenkort is het kerstfeest. Mijn hoofd zit vol lijstjes: boodschappen, adressen opzoeken, werkafspraken, werkjaar afsluiten, etc. Ergens tussendoor probeer ik te denken aan de echte betekenis van kerstfeest. En dan is er ook nog kerstmuziek. Musici maken overuren door alle concerten die gegeven worden, recensenten eveneens. In winkelcentra klinken de jingle bells volop. Dat is nog te hanteren, vind ik. Lastiger vind ik het aanhoren van de voluit christelijke kerstliedjes in zo’n winkelcentrum. Tegelijk vraag ik me dan af waarom juist dat me dan triggert. Het gejakker en geconsumeer past niet zo bij kerst. (het consumeren hebben we er zelf van gemaakt) En terwijl ik dit typ pingelt mijn telefoon voortdurend, voor een stemming in onze gezinsapp, met als onderwerp: wat eten we met kerst? Dus ja, consumeren doen we al dan niet vrolijk aan mee.

Gister was ik wat aan het zoeken naar muziek. Muziek raakt me keer op keer, en ik ben blij met afspeellijsten die ik tegenkom, of goede tips die me toegestuurd worden. Deze vond ik zelf. Het raakte me!

Gistermiddag haalde ik de kleinkinderen uit school. Floor vroeg bij het verlaten van school nog even aan haar juf hoeveel nachtjes slapen het nog was voor het kerst was. Nog twee nachtjes slapen en dan was de kerstviering op school. Dan gingen ze samen eten, en kwamen papa en mama ook op school!

Er moesten nog wat liedjes geoefend worden, want ze dacht dat ze die nog niet zo goed kende. Op mijn telefoon vond ze zelfstandig de liedjes die ze zocht, en er ging een wereld aan nieuwe kerstliedjes voor mij open. Samen oefenden we onderstaand liedje. Floor paste de tekst wat aan, het werd bij haar Alleluja, en Here zij God. Klonk ook mooi!

Goede kerstdagen gewenst!

Hoe te sterven?

Gisteren stond in het Nederlands Dagblad een ANP bericht over hulp bij zelfdoding van een moeder, door haar zoon. Een zaak die al een aantal jaren speelt, waar nu al voor de derde keer een voorwaardelijke celstraf voor is geëist. De advocaat in deze zaak vindt dat deze zoon de juiste keuze heeft gemaakt en daarom niet strafbaar is:

“Hij kende de wet en de mogelijke gevolgen, maar hij koos terecht voor de morele plicht om zijn moeder te helpen bij een pijnloze dood. Er waren geen alternatieven.”

Eerlijk gezegd… om maar weer eens een cliché te pakken: ik wist niet wat ik las. Morele plicht om je moeder te helpen dood te gaan?

Gistermiddag gingen allernaaste en ik naar een film. Onze keuze was gevallen op de film “Happy End”. Een film van Michael Haneke.  Ik zag al vaker films van hem. Het was weer een pittige film. Veel lijntjes en draadjes. Een film over leven en dood. Over hoe te leven, al dan niet met je kop in het zand, en hoe te sterven, al dan niet zelf gearrangeerd. Relaties onder druk, relaties om geld, relaties om sex, weinig liefde in te zien. Als ik zeg: we genoten ervan, dan klopt dat niet. Wel weer aan het denken gezet door de vraag wat je zelf wel of niet wilt zien. Hoe leef je met dat wat God je gegeven heeft?

 

Gisteravond lazen we, zoals altijd, aan tafel uit de bijbel. Ons leesrooster gaf Jesaja vijf vers 18-24 aan.  Vers 20 luidt als volgt:

“Wee degenen die het kwade goed noemen, en het goede kwaad, die het licht tot duisternis maken en het duister tot licht, die van zoet bitter maken en van bitter zoet”

Blog met een lied

“Kun jij je nog herinneren dat we vroeger vaak muziek van Adrian Snell draaiden?” vroeg ik afgelopen week aan een van de zonen. ‘O Rejoice, bijvoorbeeld?”

“Ja, dat weet ik nog” reageerde hij. “Ik zong altijd Holy Choice, en ontdekte later pas dat het anders was”. Grappig, je hebt muziek en artiesten die met je “meelopen” in het leven. Voor mij is dat Adrian Snell. Volgens mij heb ik hem al jaren geleden ‘ontdekt’. Hij trad op in de universiteit alhier. Een zanger en een piano, dat was het.  Zo mooi! Dat zal eind zeventiger jaren zijn geweest.

Later schreef hij de grotere werken zoals ‘Alpha&Omega”. Zo mooi! Ik was diep onder de indruk. En dan die koren die meezongen, hoe gaaf zou het zijn om daarin mee te zingen? Ik had toen geen idee hoe dat werkte en hoe je er aan mee kon doen. We gingen zo af en toe met het hele gezin naar een concert van Adrian, of met een paar zussen. Bijzondere avonden.

Uiteraard kocht ik de LPs met zijn muziek. Alpha&Omega was echt wel mijn favoriet. Ik voelde me getroost door deze muziek. Troost die we best nodig hadden. Soms dansten we met een kind op de arm door de kamer, de geluidsboxen barstten zowat. (en de buren ook) En maar dansen en maar blij zijn!

Een paar jaar geleden ontdekte ik dat het mogelijk was mee te zingen in een projectkoor bij een uitvoering van Adrian Snell.  Dat leek me gaaf om te doen. Ik deed auditie en oefende me thuis suf. Pittig maar supermooi om te doen. Zo deed ik eerst mee aan ‘the Virgin’ en later aan ‘Alpha&Omega’. Vooral dat laatste stuk was zeer bijzonder om aan mee te werken. Het was de jubileumuitvoering, na dertig jaar weer opnieuw uitgevoerd. We oefenden extra veel en goed omdat er een cd opname van deze concerten gemaakt werd. Die ik uiteraard onmiddellijk bestelde.

En dat alle kinderen als verrassing bij het concert aanwezig waren, maakte het helemaal onvergetelijk!

De uiterste inzenddatum voor de bloghop van november was de dertigste.. ben ik nog net op tijd. Deze keer is het thema bedacht door Heleen.

 

10 jaar later

In november 2007 deed ik een retraite. Zeg je dat zo? Deed ik een retraite? Volgde ik een retraite? Geen idee. Wat ik wel weet is dat het bijzondere dagen waren destijds. Dagen die toen veel indruk maakten en een blijvende indruk achterlieten. En invloed hadden op mijn leven. Na die retraite hadden we een terugkomdag, en ontmoetten we elkaar bij het huwelijk van een van de groepsleden. In de loop der jaren was het contact wat verwaterd. Tot aan deze zomer.. of we zin hadden in een reünie?

Gister en eergister hadden we een reünie. Ik vond het best wel spannend, eerlijk gezegd. Hoe zou het gaan? Het was bijzonder vanaf de eerste minuut! We zagen elkaar, vlogen elkaar in de armen en pakten de draad zo weer op. Voordat we de retraite tien jaar geleden ingingen, ontvingen we een vragenlijst. Deze keer mochten we drie voorwerpen meenemen die iets zeggen over de afgelopen tien jaar. Drie voorwerpen voor de gebieden: gezins/ familieleven, maatschappelijk leven, geestelijk leven. Daar hebben we met z’n allen de dinsdagavond over gepraat. Een aantal uren en flessen wijn later waren we weer op de hoogte van elkaars leven. Het mooie was dat dit niet een op de hoogte zijn van elkaars leven is, het is veel meer. We doken als het ware in het leven. Zo mooi om te horen en te zien van elkaar. Wat is er veel gebeurd, niet alleen gebeurd, maar ook geleefd en soms ook geleden. Blij zijn en in de pijn zijn, alles was er.

Na een korte nachtrust zaten we gisterochtend allemaal om acht uur in de kapel van de Hezenberg. Een mooie kapel, waar we de vorige keer ook waren. Mooi om de dag zo in alle rust te beginnen. Gisterochtend keken we met elkaar een film: The Schack. (verfilming van het boek “De Uitnodiging”) Een film die mij bijzonder raakte en die ik nog een keer wil zien, voordat ik erover blog.

We aten, wandelden, praatten nog uitgebreid na over de film en over de dagen en het was alweer voorbij. Een zucht in de tijd… weer namen we afscheid. Voor altijd?

En onderstaand lied was de afsluiting!

(dit was het uitzicht overdag)

 

Social media en sokken

Social media, je kunt er van alles van vinden en zeggen… maar dankzij Facebook heb ik best wel een aantal contacten die ik anders niet gehad zou hebben. Of kom je mensen tegen die je al lang uit het oog verloren was. Vorig jaar kreeg ik weer contact met iemand die ik verpleegd had in mijn jonge jaren. Een ontmoeting volgde, hier in onze stad. Zij woont inmiddels al jaren in den Haag.
En we volgden elkaar via FB. Op enig moment zag ik een plaatje van geweldig mooie sokken op haar tijdlijn voorbijkomen. Iemand attendeerde haar er op, dat dit toch wel erg mooie sokken waren. Daar was ik het geheel mee eens en uiteraard moest ik er op reageren. Ik vond die kousen  een uitdaging… Kousen breien moest toch niet zo heel ingewikkeld zijn dacht ik. Mijn moeder was er altijd mee bezig, mijn vader droeg alleen huisgebreide sokken. Zwarte voor bij zijn uniform, andere kleuren passend bij de pantalons die hij droeg. Mocht ik er niet uitkomen, kon ik bij haar om hulp vragen, zo dacht ik. Ik had ooit wel eens zelf sokken gebreid, dat was al lang geleden.

Dus  er ging een balletje rollen. Die uitdaging wilde ik wel aannemen. Er waren nogal wat hobbels te nemen. Welke kleur? Welk garen? Dank zij internet was het mogelijk veel foto’s te sturen. Op deze manier werd de keuze voor kleuren en materiaal gemaakt en kon ik beginnen. Ik begon voortvarend en het werk vorderde voorspoedig. Ik stuurde een eerste kous op. Hm.. niet geheel naar wens, helaas.

Uitgehaald, opnieuw begonnen. Gelukkig had ik nog een dag vrij reizen dus ik pakte de trein naar den Haag. Sok mee en opnieuw gepast. Nu wist ik hoe ik verder moest. Dacht ik. Ik breide weer verder, grote hiel en kleine hiel, op vier naalden, met vijf naalden, een teen maken, ik deed het minstens vier keer.

Er volgde nog een passessie en het was nog niet helemaal zoals het moest.

Ik breide weer verder, hechtte uiteindelijk veel draadjes af, haakte nog een bloemetje om het geheel af te maken. En jawel, ze zijn nu klaar en vielen zeer in de smaak!

 

Rood

Ik loop naar de kassa en leg mijn boodschappen op de band. Niet zo heel veel. Een flesje wijn en wat zakjes noten. De jonge vrouw die achter de kassa zit heeft dreadlocks. Ik zie wat tattoos onder haar t shirt uitpiepen. Mijn hersenen vormen zich al oordelen.

Als ze het flesje wijn scant, zegt ze: “Is dit lekkere wijn?” Ik antwoord dat ik het eigenlijk niet weet, dat ik deze nog niet eerder gekocht heb. En in een vlaag van openhartigheid vertel ik dat ik eerder andere wijn kocht, in grotere flessen,  en dat dit nu mijn voorraad voor de hele week is. Dat ik voorheen veel meer dronk, maar besloten heb te minderen.

De vrouw antwoordt: “O, ik heb nog nooit alcohol gedronken. Geen idee hoe het smaakt. Ik heb net zoveel plezier met een colaatje. Waarvoor zou je alcohol nodig hebben?”

Ik ben stil, weet geen antwoord. En voel me beschaamd en word van binnen rood.  Ik had mijn oordeel alweer klaar.

Mijn wijnvoorraad voor een week bestaat tegenwoordig uit één flesje. Ik ben er blij mee. Was bang verslaafd te raken of te zijn. Dat ben ik gelukkig niet, of niet meer. Ik geniet iedere vrijdag van een heerlijk flesje wijn!

Het thema van de huidige bloghop is rood. Dit is mijn bijdrage. Deze keer mag Martine bedenken wie gewonnen heeft!

Vroeger was het beter.

Je hoort het wel eens: vroeger was het beter. Niet een heel bijbelse uitspraak. Prediker zei al: “En vraag jezelf niet af waarom het vroeger beter was dan nu. Het getuigt van weinig wijsheid als je daarnaar vraagt.”

In onderwijsland is veel onrust. Grote klassen, veel minder geld voor kinderen die extra zorg nodig hebben. Daardoor overbelasting bij leerkrachten. Verschil in beloning in basis- en voortgezet onderwijs. Dit alles levert acties op. Of ingezonden stukken in kranten. Recent stond er een in het ND. De vraag werd gesteld of het nu echt zoveel slechter in het onderwijs is dan voorheen. De vader van schrijver van deze brief was ook onderwijzer geweest en had een klas met wel vijftig leerlingen. En dat was toch ook goed gegaan? Er kwam een reactie op in een andere ingezonden brief. Vrijdag stond er een column van Theanne Boer in het ND, naar aanleiding van deze brief. Helder werd uiteengezet dat vergelijken niet goed mogelijk is. Dat er op andere manieren gestraft werd, dat de klassen wel veel groter waren, maar dat daardoor veel dingen over het hoofd gezien werden. Met als voorbeeld diagnoses die gemist waren. Herkenbaar.

Ik heb op twee verschillende lagere scholen gezeten. Eerst een algemeen christelijke, die achter ons huis stond. Daar ging ik naar toe tot en met klas vier. Lekker makkelijk, thuis eten tussen de middag, op het laatste moment naar school. We leerden daar elke week een psalmversje, en soms ook gezangen. Die zongen wij niet in de kerkdiensten. Dan leerden we thuis nog een extra vers uit een psalm, als we een gezang moesten leren. Soms was er met kerst een kerstspel. Daar ging ik dan niet naar toe, of ik het niet mocht, of dat ik zelf dacht dat het niet kon, iets uit de bijbel uitbeelden, dat weet ik niet meer. Ik kan me ook niet goed meer herinneren of de klassen erg groot waren. Ik weet nog wel dat ik met een paar andere kinderen helemaal achter in het lokaal zat. Wij waren altijd sneller klaar met de opdrachten uit de les, dan mochten we andere dingen doen. ( alle hoofdsteden van heel Europa leren of dergelijke dingen)

Op enig moment werd er een gereformeerde school gesticht. (we hebben het over de jaren zestig, waarin de vrijgemaakte zuil erg bloeide)  Die kwam in Mariënberg, zo’n 20 kilometer van Almelo.  Een streekschool. Dat zou betekenen dat we elke dag met de bus op en neer reisden. Lange dagen, want tussen onze woonplaats en Mariënberg zou die bus op verschillende plaatsen kinderen ophalen. Ik wilde daar wel heel graag naar toe, en dat gebeurde. Ik heb op die school klas vijf en zes meegemaakt, mijn broer vanaf klas drie en mijn zussen vanaf klas één. Een hele onderneming. Het was een kleine school in het begin. Er waren drie combinatieklassen, meer niet. In het allereerste begin was de school nog niet klaar en hadden we les in de kerk.

Het schoolgebouw was een houten gebouw. Daar zaten we dan, twee klassen in één lokaal. Klas vijf en zes. In klas vijf en zes hadden we les van de hoofdmeester. Op deze school hadden we meesters, op de vorige hadden we meneren. Hier was veel anders. Geen banken, wel tafeltjes en stoeltjes. Geen inktpennen, wel balpennen. Ik zat hier voor in de klas.

Aan het einde van dag werden we vaak voorgelezen. De hoofdmeester schoof dan zijn stoel naast mijn tafeltje. Tijdens het lezen rookte hij zijn pijp. Tijdens het lezen streelde hij voortdurend mijn arm…

En ik, ik liet dat toe. Heb er nooit over gepraat thuis. Kreeg daardoor een uitzonderingspositie in de klas. Haha, jij bent het lievelingetje van de meester…. dat was ik waarschijnlijk ook.