Tranen

Gistermiddag gingen schoondochter twee en ik naar een concert van Kinga Bàn. Gewapend met extra zakdoeken gingen we vroeg in de middag al weg. Het concert begon om half vier en we wilden een mooie plaats hebben.

We zagen er naar uit en we zagen er ook tegenop. Het is altijd bijzonder om te luisteren naar de muziek van Kinga, zo mooi! Het weten dat ze zo ernstig ziek is gaf ons ook wel wat gespannenheid. Hoe emotioneel zou het zijn?

Nou… bij het eerste lied hadden we allebei onze zakdoek al nodig. Het was een lied dat bij ons allebei diep insloeg. (ook al was  het een lied dat niet nieuw was)

Wat volgde waren de liedjes van de nieuwste cd. De een nog mooier en dieper dan de ander. Teksten over vertrouwen op God, over liefde, over een leven dat steeds kleiner wordt. Zoveel dingen die niet meer kunnen. Ondanks alle pijn (letterlijk ook) en verdriet daar op een podium staan en muziek maken.. we vonden het overweldigend.

En voelden ons soms een beetje bezwaard om zo diep en ver in haar leven te mogen kijken…

Dit lied maakte de meeste indruk op me:

I’LL PUSH YOU

Al tijden zie ik een hemelsblauw boek met bovenstaande titel. In veel (christelijke) bladen wordt er mee geadverteerd. Mijn eerste gedachte was dat het zo’n echt amerikaans overwinningsverhaal is. Twee (amerikaanse) vrienden besluiten tot het maken van een pelgrimstocht. 800 kilometer lopen, vanuit Frankrijk, dwars door Spanje, einddoel Santiago de Compostella. Bijzonder, maar een tocht die meer mensen maken. Het bijzondere zit er in dat de ene vriend in een rolstoel zit en met alle dagelijkse handelingen geholpen moet worden en dat de andere vriend van plan is die rolstoel die 800 kilometer te gaan duwen. Maar de tocht is gelukt, er is een boek en een dvd over gemaakt. Missie geslaagd…. iets in de categorie: aardig…

Tot dat ik op social media een aankondiging zag van een nederlandse “I’l push you’. De uitgever had bedacht dat er in ons land ook nog wel een pelgrimstocht te vinden was . Het idee was om met een paar mensen die afhankelijk zijn van een rolstoel, en mensen die (zo nodig) kunnen duwen, die tocht te maken. Einddoel:  de uitgeverij waar de nederlandse editie van dit boek uitgegeven wordt. Tja… en als je dan een van de rolstoelers (een beetje) kent, wordt het wel meer interessant. Zo kwam het dat ik toch nog vlak voor pasen dit boek kocht. En gisteravond las ik de laatste bladzijde.

Het leest (dus) als een speer. Af en toe legde ik het bewust weg, om na te kunnen denken over wat ik las. Het is niet alleen een uitgebreid verhaal over hoe de tocht tot stand kwam en hoe het verliep. Het is ook een verhaal over een lange diepgaande vriendschap, Een verhaal over twee levens, die heel erg verweven zijn. Een verhaal over de impact van zo’n pelgrimstocht. Een verhaal over leven met God.

Ik vond het een bijzonder en mooi boek. Niet alleen een geschiedenis, maar ook een boek dat inspireert, aan het denken zet. Aanrader dus.
Ik zit me alleen nog steeds af te vragen of mijn exemplaar een collecters item is, of dat alle boeken verkeerd om ingebonden zijn…of dat het een grap met de titel is… . (ja, ik snap dat de omslag andersom kan. maar dit is achterkant van mijn boek)

Het is bijzonder om de nederlandse tocht te volgen, via twitter en facebook. Leuk om foto’s te zien, bijzonder om te zien dat mensen aanhaken en meelopen. En het dan stiekem jammer vinden dat je eigen agenda best vol zit, en je te realiseren dat een hele dag meelopen er domweg niet inzit… Nog een dag te gaan, morgen de “intocht” in Heerenveen.

Op groot nieuws radio was vandaag een interview met een van de deelnemers.

 

Cultuurverschillen

Stille zaterdag, de dag tussenin. Ik probeer ieder jaar bewust stil te staan bij de lijdenstijd, lees een extra leesrooster. Toch ‘overvalt’ goede vrijdag dan. Dat komt vooral door praktische dingen, een gewone werkdag, en ’s avonds naar de kerk. Stilstaan bij het offer van de Here Jezus, deze keer op een bijzondere en aansprekende manier. En dan vandaag stille zaterdag.

Vanmorgen vond ik dat ik eindelijk eens moest strijken. Dat doe ik dan maar met de tv aan, om het niet al te saai te laten zijn. Ik keek “Over de rug van de Andes” terug. Boeiende serie, iets minder boeiend dan de recente serie over China.

Stef Biemans reist door de Andes. Doordat hij vloeiend spaans spreekt maakt hij makkelijk contact met de bewoners van de diverse landen. Mijn indruk is dat hij zich regelmatig verbaast over alles wat hij ziet en hoort. Er zijn bijzondere gesprekken. In een van de vorige keren ging het over bezit en rijkdom. Een inwoner stelde de vraag: wat heb je aan rijkdom, wat heb je aan een aantal auto’s? Straks raak je het kwijt en wie ben jij dan nog, zonder je bezit?

In de aflevering die ik vandaag zag (getiteld: Het eeuwige leven) ging Stef op onderzoek uit hoe het mogelijk is dat veel mensen hier, in Ecuador, zulke hoge leeftijden bereiken. De mensen wisten het zelf niet goed, in die zin kwam het onderzoek niet heel ver. De (meeste) mensen straalden enorm veel levenslust uit. Hielden zich bezig met van alles en nog wat, pensioengerechtigde leeftijd kwam niet in hun woordenboek voor. Misschien wel noodgedwongen. Er was vrouw van bijna negentig, zij zei dat ze  hoopte niet nog heel lang te (moeten) leven. Ze wachtte tot God haar zou roepen. Zo mooi, die overgave. Geen woord over voltooid leven en dan maar actie ondernemen.

We kregen een inkijkje in ‘medische’ methodes: een cavia werd gebruikt als diagnosemiddel. Voor ons, ubergeciviliseerde westerlingen een bijzonder tafereel. Ongelofelijk zelfs. Ik voelde een soort elitaire meewarigheid in me opkomen. Na deze sessie ging Stef naar een hospice. Een hospice dat gerund werd door katholieke zusters. Een bijna negentigjarige liet Stef raden hoe oud ze was, en zelfs op die leeftijd is het nog een eer als iemand je twintig jaar te jong inschat..

Stef Biermans wilde wel graag weten hoe hier tegen euthanasie aangekeken werd. Hoe kan het toch dat de kerk dat tegenhoudt? Op tijd stoppen met leven, het lijkt hem belangrijk. Het is een onderwerp dat hij regelmatig met zijn vader bespreekt. Zijn vader die absoluut niet afhankelijk van anderen wil worden.

Stef keek mee in het hospice, bij een ernstig zieke mevrouw. Haar kinderen waren bij haar. Liefdevol stonden ze om hun moeder. Een dochter wilde graag gezegend worden door haar moeder, en hoe ziek moeder ook was, ze zegende haar dochter in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Stef vroeg aan de zuster (non) hoe lang deze mevrouw nog te leven had. De non gaf als eenvoudig antwoord: totdat God haar roept. Ze benadrukte dat er ‘integrale’ zorg geboden werd, zorg voor de ziel en zorg voor het lichaam. De vraag naar euthanasie werd stevig aan de kant gezet. Dat kon en mocht niet om voor de hand liggende redenen. Wij zijn God niet, Hij gaat over het leven. Het mooiste vond ik dat ze zei: Zo kan ik als Christus voor haar, de patiënt zijn. En zij is Christus voor mij…. Dat waren genoeg woorden, er ontstond een stilte.

De stilte is bijna voorbij. Morgen zal het Pasen zijn!

Stiltetour

Alweer een tijd geleden had ik kaarten besteld voor de Stiltetour van Mirjam van der Vegt en Ronald Koops. Een avond tot rust komen, stil zijn, naar muziek luisteren.. dat trok me. Wat me nog meer trok was de locatie van deze avond. Namelijk klooster Nieuw Sion in Diepenveen. Dat leek me een heel bijzondere plaats die ik zo graag wilde zien! Dus kaarten besteld.
En dan is het de dag zelf en ga ik bedenken dat het best veel autorijden is, voor één avond. En dat de klok ook nog vooruitgezet gaat worden, zodat de nacht extra kort is. En dat ik toch best nog heel moe ben enzo. Kortom, genoeg redenen om niet te gaan. Uiteindelijk bedacht ik dat ik meer redenen had om wel te gaan. En het is nu eenmaal het nadeel van in dit deel van het land wonen dat je voor veel mooie dingen eerst een eind moet (auto)rijden.

We mochten een bijzondere avond meemaken! Wat een bijzonder gebouw om te zijn, wat een bijzonder verhaal. Wat een rust en tja.. wat nog meer? Het thema van de avond was: ” U geeft mij nieuwe ruimte”. In alle rust, soms in stilte en soms met mooie muziek, brachten we de avond door. Het verhaal uit Genesis 32 en 33 was het onderwerp. ( Jakob is bang zijn broer Ezau te ontmoeten, is bang zijn bezit te verliezen, en strijdt met God bij de beek Jabbok)  We werden meegevoerd in deze geschiedenis. Staken zelf de beek over, brachten onze dierbaren en bezittingen naar de overkant, zoals Jakob deed. Oei, ik wist niet dat ik zoveel spullen had….

We maakten het gevecht mee, met daarbij de vraag waaraan jij je ontworstelt? Wat houdt jou bezig/ wat houdt jou vast? Wat belemmert je om meer ruimte te krijgen?

Het was gaaf om in dit gebouw te zijn. De kennismaking in het donker maakt nieuwsgierig naar een kennismaking in het licht. (en ik was zo heel erg blij dat ik twee truien aangedaan had). De muziek was super! Veel mooie pianomuziek, af een toe een lied gezongen door Mirjam en Ronald. Helaas zijn die niet terug te vinden op het web. Mooie stemmen in een mooie harmonie. Het lied dat ik hierbij plaats is van toch wel mijn favo zanger. Gisteravond vertelde Ronald Koops er iets over en speelde het ook.

Sloerig in de rakkert

Lang had ik echt geen idee wat bovenstaande betekent. Het schijnt saksisch dialect te zijn. En het betekent dat je je niet erg prettig voelt. Bijvoorbeeld na een avond stappen en flink doorzakken…. Afgelopen week was ik geveld door de griep. Eerst was allernaaste aan de beurt, hij was ziek en was ook echt ziek. Ik voelde me in de loop van de week  steeds dichterbij ziek worden komen. Gewoon doorgaan en doorwerken, dacht ik. Als ik neerval merk ik het wel. Nou, ik heb het gemerkt. Vrijdag voor een week  ging ik voor de bijl. Klaar en af. Ik kon mijn bed in. Wat volgde was een lastige week. Niet in staat om te werken, dus eerst maar alle werkafspraken afgezegd. Als zzp-er regel je alles zelf en moet je dit ook zelf regelen. Maar goed, ziek is ziek,  het heeft geen enkele zin gesprekken te voeren als je zelf geen idee hebt waar het over gaat en als je niet kunt bedenken wat de volgende zin eventueel misschien zou kunnen zijn. Geveld dus, en rust is het beste idee. ( en o, wat heb ik slecht geslapen, de afgelopen week. Iedere nacht het licht wel twintig keer aan en uit doen, om te controleren of het nog klopt. Overdag hangen om de dag door te komen) Ik voelde me ziek, ik voelde me verdrietig en een holbewoner.

Kortom, tamelijk dramatisch. Voor iemand die eigenlijk nooit ziek is en gewoon maar doorgaat. In mijn donkere hol kroop ik weg voor de grote boze wereld. Ik voelde me beroerd en was druk met piekeren en denken. Niet dat dat wat opleverde… maar op de een of andere manier lukte het niet om mijn gedachten stil te zetten.

Nu ben ik eindelijk koortsvrij. Dat is winst. Hoesten kan ik nog steeds erg goed en ik hoest mezelf de nachten door. Voorzichtig wil ik weer aan het werk. Iets wat helaas tot nog niet best lukte, toch maar weer gestopt..  Thuis blijven maakt me niet erg blij. En blij worden… dat wil ik zo graag…  Gelukkig is er muziek. Iets waar ik wel blij van word. En het is altijd fijn weer “nieuwe” muziek te ontdekken. Dit is de nieuwe muziek voor deze dag……..

Auto-biografie

In het Nederlands Dagblad staan of stonden regelmatig auto-biografiën. Iemand liet zien in welke auto’s hij/ zij gereden had en een deskundige leverde er commentaar op. Om aan die rubriek mee te doen gaat me te ver, maar ik vind het wel leuk om zelf een en ander te vertellen over de auto’s die wij hadden.

Wel, in het begin van ons huwelijk waren we vol idealen. Wij hoefden geen auto. Niet goed voor het milieu. We hebben het dan over eind zeventiger jaren. Dat hebben we volgehouden tot het eerste kind geboren werd.  We kochten een deux chevaux (2CV), beter bekend als lelijke eend. Eentje die wel 75,- (gulden) kostte. Nooit in gereden, we dachten dat ie wel te repareren was. Om die auto weer kwijt te raken, parkeerden we hem langdurig op een braakliggend stuk grond in de stad. Er werden later flats op gebouwd.

De  volgende auto was weer een lelijke eend, deze keer rijdende in  bestelauto uitvoering. Ik haakte een mooi gordijntje, we plakten plakletters op de buitenkant: “BEUN & HAAS BV”.  Zo scheurden we het land door. Met nadruk op scheuren, we deden weleens een poging tot andere auto’s inhalen, een tot mislukking gedoemd experiment. We reden er een paar jaar in, of beter, allernaaste reed erin, ik had toen nog geen rijbewijs. Dat haalde ik een paar jaar later. Ik durfde niet in die eend te rijden, we zochten een andere auto.

In die tijd kreeg allernaaste een andere baan, en een van zijn nieuwe collega’s was geheel en al een Saab gek. Hij handelde er in, en zo stond onze eerste Saab voor de deur. Weliswaar een oud exemplaar, dat was ook precies de lol van deze auto’s. Zo dachten wij in het begin. Het was een tijdperk van veel bezig zijn met de auto. Motor eruit halen, reviseren, er weer in zetten. Na een Saab 96 volgde een 95, omdat die wat ruimer was en we inmiddels meer kinderen hadden. Oude auto’s, waar geen achtergordels inzaten, waar de kinderen gewoon inzaten. Ik stond er niet heel bij stil, het gebeurde gewoon.

We hadden een witte, die heel wat ritjes naar Utrecht heeft gemaakt, in de tijd dat vogel nr. 3 net geboren was en weken in het Wilhelminakinderziekenhuis lag.

 

Na de witte hadden we nog een tijdje deze gele. Ooit gingen we ermee op vakantie. Het werd een van de minst geslaagde vakanties ooit. We hadden twee (van de drie) kinderen bij ons, hadden ergens een caravan gehuurd. De jongens konden ’s avonds niet in slaap komen, ze waren tot een uur of tien bezig met van alles. ’s Morgens vroeg werden we bijtijds gewekt door de heren. Gingen we overdag op pad met hen, dan sliepen ze in no time. ’s Avonds voelden zij zich nog top fit en begonen weer. Onze kinderen houden van structuur, maakt niet uit welke.

De gele Saab was niet zo goed meer en het volgende exemplaar verscheen op de stoep. Of in de garage van schoonouders, beter gezegd. Deze Saab is werkelijk geheel uit elkaar gehaald en weer in elkaar gezet. Allernaaste heeft meer geduld dan ik heb.

 

 

Het jaar 1993 leek feestelijk te beginnen, in ieder geval wat betreft de auto. We kregen een geweldige nieuwjaarskaart:

Het jaar 1993 werd uiteindelijk een mega zwaar jaar. Onze derde vogel werd ernstig ziek en we leefden weken/ maanden in spanning. Uiteindelijk mocht hij overleven en zijn leven weer oppakken.

We reden een aantal jaren in onze rode Saab. Een erg oude auto, bouwjaar 1974. Niet bepaald goed voor het milieu, wel voor de portemonnee, immers belastingvrij. Ik vond het niet een heel prettige auto om in te rijden. Hij reed zeer zwaar, had stuurversnelling

Ineens had ik het: ik werd echt verliefd op een andere rode auto: een Suzuki Swift. Toen ik hem kocht was ie ook niet bepaald nieuw meer, maar wat was ik er blij mee. Dit is ongeveer in 2001.

 

 

 

 

 

De laatste auto waar mijn vader in gereden heeft, was een Fiat Punto. Een automaat. Dat ging nog redelijk, tot ook dat niet meer mogelijk was. (mijn vader had de ziekte van Alzheimer, hij is in 2004 overleden). Mijn moeder reed geen auto meer, de Punto stond in de garage, en er gebeurde niets mee. Uiteindelijk heb ik hem van mijn moeder overgenomen, en zo bleef de auto in de familie. Er lag een keurig geplastificeerd kaartje in, waar op stond hoe je moest starten, en hoe de auto in de achteruit moest.

Ik heb nog een aantal jaren in de Punto gereden. Twee zonen waren erg blij met mijn Swiftje. Op enig moment kreeg ik een baan waarvoor ik veel moest rijden, dat was de reden dat we toch een andere auto kochten.

 

 

en intussen was de Saab ook nog twee keer als trouwauto gebruikt.

 

 

 

 

Na de Punto kochten we een Mitsubishi Spacestar. Oudste kleinzoon wordt niet moe mij er op te wijzen dat dit de lelijkste auto ever is. Dat mag hij doen, mooi is hij ook niet, maar wel super degelijk. Gisteren werd ik zwaar teleurgesteld: ik stond midden op de singel stil en kon niet meer voor of achteruit. De garage gebeld en in no time werden onze auto en ik opgehaald. Ik kreeg een leenauto mee. Ik voelde me in de steek gelaten door onze Spacestar. We besloten de relatie te stoppen en kochten vandaag een andere auto. Een grijze Mitsubishi.

Romeinen vijf vers 1 tot 5

Aan het begin van het jaar bedacht ik dat ik wel weer (eens) een bijbels dagboek wilde lezen. De keuze viel op het Bonhoeffer Brevier. Nou ja, zo was het niet echt. Een mede-blogger vertelde dat zij met dit dagboek begonnen was en ik herinnerde me dat ik het in een boekenkast had staan. Goede gelegenheid om er ook mee te beginnen!

Min of meer trouw lees ik elke dag een stukje. Het taalgebruik is wat gedateerd, logisch. Op twee maart begon een deel over vrede met God. Als tekst: Romeinen vijf vers 1 tot 5. Dat begint geweldig mooi: “Wij zijn dus als rechtvaardigen aangenomen op grond van ons geloof en leven in vrede met God, door onze Heer Jezus Christus. Dankzij Hem hebben we door het geloof toegang gekregen tot Gods genade, die ons fundament is, en in de hoop te mogen delen in zijn luister prijzen we ons gelukkig

Ah, hier kan ik blij van worden! De vrede van God! Ik zie mooie beelden in mijn hoofd, en probeer al te bedenken hoe ik de bijbelpagina waar dit vers staat, mooi kan maken. (heel af en toe begeef ik me op het biblejournaling pad)

Dan kijk ik verder in de tekst en lees: “En dat niet alleen, we prijzen ons zelfs gelukkig onder alle ellende, omdat we weten dat ellende tot volharding leidt, volharding tot betrouwbaarheid, en betrouwbaarheid tot hoop. Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest die ons gegeven is.”

Dat is iets meer dan alleen vrede. Vrede is waar we naar snakken. Vrede met God, vrede in deze verscheurde wereld. Maar dit gaat over ellende en volharding en betrouwbaarheid, en hoop. Hoop die in zekerheid en in zien zal overgaan.

Ik lees verder in het boek van Bonhoeffer en kom mooie zinnen tegen. Het kruis als toegang tot genade. De open deur naar de vrede van God. Op de volgende dag gaat het verder: “Er is nog niet gezegd hoe God uw leven in de vrede Gods op de proef wil stellen, opdat die vrede werkelijkheid zij en meer dan een woord. We leven nog hier op deze aarde, nog niet in de volmaakte wereld. Of wij de vrede van God werkelijk gevonden hebben, zal blijken uit de manier waarop wij staan tegenover de verdrukking die over ons komt. Veel christenen buigen wel hun knie voor het kruis van Christus, maar tegenover iedere verdrukking in hun leven kennen zij alleen verzet en tegenstribbelen. Zij denken dat zij het kruis van Christus liefhebben, maar het kruis in hun eigen leven haten zij. Wie van zichzelf weet dat hij de verdrukking in eigen leven alleen kan zien als iets vijandigs, iets kwaads, kan daaruit concluderen dat hij de vrede met Christus nog helemaal niet gevonden heeft.”

Voorwaar, pittige woorden waar ik op zit te kauwen. Ik vraag me af wat er met verdrukking/ het kruis in je leven bedoeld wordt. Is dat vervolging omdat je in God gelooft en dat niet mag, zoals dat in heel veel landen is? Is je kruis dragen het lijden wat een ieder van ons in grote of kleinere vorm in het leven meemaakt?

In ieder geval vertaal ik bovenstaande zinnen naar overgave aan God. Overgave in je leven. Waarmee ik niet bedoel te zeggen dat je een willoos poppetje bent, een willoos slachtoffer. Ik denk dat je op mag staan tegen onrecht. Meer nog, dat we de opdracht hebben daar tegen op te staan.

Tegelijkertijd, heftige gebeurtenissen, in welke zin ook, zijn deel van deze gebroken tijd en wereld. Je/we/ ik begrijp(en) niet waarom dingen gebeuren, of misschien juist niet gebeuren. In hoeverre is het mogelijk ook dan in vrede met God te leven? Uit ervaring weet ik dat dat veel strijd en tijd kost. Opstand, boosheid, onbegrip. Ik zou bijna zeggen: wie kent deze dingen niet?

Menselijke worstelingen met de Heer van de hemel. In de bijbel vinden we hier best veel voorbeelden van. Herkenbaar dus. Maar uiteindelijk is God de Heer en overwinnaar. En bij die Heer mogen we altijd (terug) komen. In de vrede die Hij wil geven.

Gisterochtend zongen we dit lied in de kerk. Het raakte me enorm. Zinnen als: “Heer, ik geef U mijn hart, ik geef U mijn ziel, ik leef alleen voor U. Leid de weg die ik ga, elk moment dat ik besta. Heer doe Uw wil in mij”

Ik vind het geweldig mooi om te zingen en tegelijkertijd is er de puzzel: ja, makkelijker gezongen dan gedaan. Mijn ik wil toch het liefste alles zelf bedenken en regelen. Vervolgens realiseer ik me dat er één totaal voorbeeld van overgave is: de Zoon die zich overgaf aan de Vader, voor ons.

Gastbloghopper

Afgelopen maand mocht ik de bloghop organiseren. De hop is voor mensen die zelf een weblog hebben. Blij verrast was ik toen ik een column van een van mijn lezers kreeg. Het onderwerp was voor hem zo aansprekend dat hij spontaan een bijdrage leverde. Vandaag dus als gastblogger.
Bedankt Johan, (enne… misschien toch tijd voor je eigen weblog?)

Gastles

En toen stond ik ineens voor de klas. Voor het eerst in mijn leven zou ik een gastles verzorgen. Nynke, de middelste dochter van goede vrienden van me, werkte in groep 4 over vogels. Het was de week voor de nationale tuinvogeltelling en wat was er mooier dan om in dat kader een ‘echte vogelaar’ in de klas te hebben? Juf Marleen was direct enthousiast; de klas had nog stapels prangende vragen die op een antwoord wachtten, en wie weet kon ik wel een paar leuke anekdotes met de leerlingen delen. Ik liet me hier graag voor gebruiken; liefde voor de natuur kweken bij kinderen, daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen.

Toen ik bij de school aankwam was het plein leeg; het moest nog pauze worden. Het was lang geleden dat ik op een basisschoolplein had gestaan en de herinneringen aan mijn eigen basisschooltijd drongen zich op. Er heerste een tijdloze sfeer op het plein. Ik moest denken aan de biologielessen die mijn eigen liefde voor de natuur hadden aangewakkerd. Een gastdocent had ooit iets over mieren verteld en dat je die in principe ook kon eten. Avontuurlijk als wij waren hadden we dat in de pauze meteen uitgeprobeerd. Ik kan nu, 30 jaar later, nog de uiterst scherp-zure smaak ervan proeven op mijn tong. Zoveel indruk kunnen gastlessen op de basisschool dus maken. Ik voelde opeens de zware verantwoordelijkheid die op mijn schouders rustte deze middag.

Eenmaal boven in het lokaal werd me al snel duidelijk dat ik in een gespreid bedje was beland. Juf Marleen had met haar eigen enthousiasme voor vogels de interesse van de kinderen al tot grote hoogte opgestuwd. Verspreid over het lokaal lagen verrekijkers en vogelgidsen, er hingen platen aan de muren en vogelvoer buiten voor het raam en in de boom. Ik slaakte een zucht van verlichting: hier was het belangrijkste zendingswerk al gedaan. De snaveltjes voor me stonden wijd opengesperd om meer lekkers toegestopt te krijgen. En het bleken allesetertjes te zijn: een vogelquiz, verhalen over eigen waarnemingen, korte filmpjes van internet en de meegebrachte vogelklok (die elk uur met een ander vogelgeluid komt) – alles was even opwindend en vermakelijk. En natuurlijk bleven de vragen komen, er hingen voortdurend vingers in de lucht. Hoeveel vogels bestonden er eigenlijk in de wereld? Hoe konden vogels vliegen, en hoe hoog?

De spanning naderde het hoogtepunt toen ik de klas vroeg of ze ook vogelsoorten kenden die níet konden vliegen. Dit vraagstuk was duidelijk eerder besproken in de klas. Alle vingers gingen tegelijk de lucht in en iedereen begon meteen te roepen: de struisvogel! Toen ik vertelde dat deze exotische loopvogel om predatoren van zich af te houden wel 60 km per uur kon lopen werd het een leerling links van me te veel: hij stond op van zijn stoeltje en begon op zijn plaats renbewegingen te maken die moesten uitbeelden hoe snel dat wel niet was. Dit was voor de rest van de klas het sein om ook in beweging te komen en even leek mijn eerste gastles ooit te verzanden in complete chaos. Toen greep juf Marleen in die zo wijs was iedereen de gelegenheid te geven één struisvogelrondje door de klas te rennen, waarna de rust weerkeerde.

Een week later liet juf Marleen mij weten dat de klas een paar schitterende goudvinken had gezien vanachter het raam en dat iedereen ze was gaan tekenen. Ik kon tevreden zijn; de natuur zelf zou de rest wel gaan doen bij deze vogelaars-in-de-dop.

Door © Francis C. Franklin / CC-BY-SA-3.0, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=37675952 (bronvermelding van de foto van de goudvink)

Auteur column: Johan Ploegman.

Uitslag bloghop

Februari. Een korte maand en tijd die razendsnel verder gaat. In mijn beleving heb ik nog maar gisteren een thema bedacht, en mag ik nu alweer bedenken wie de volgende bloghop mag organiseren en deze bloghop dus gewonnen heeft..

Een deskundige jury is er eens uitgebreid voor gaan zitten en heeft er breedvoerig over nagedacht en is tot een conclusie gekomen. Nu eerst eens zien wie er meegedaan hebben:

Daar gaan we dan, op volgorde van binnenkomst:

  • Lineke, zij vertelt over de eerste keer voorlezen aan mensen met een verstandelijke beperking. Het omgaan met mensen is niet nieuw voor haar, dat is juist wat Lineke goed kan en graag wil. Deze ‘activiteit’ is voor nu wel nieuw. ik lees haar bewogenheid!
  • Petrina Haak was de tweede inzender. Zij vertelt over een powervrouwenevent waar ze voor het eerst is geweest. Hier heeft ze veel geleerd over wie ze mag zijn voor God. Wat volgt is een (zeer) uitgebreide beschrijving van de inhoud van de cursus, en wat Petrina daar leerde. Het eerste keer iets doen werd wel genoemd, ik miste een beetje de uitwerking hiervan in het verhaal.
  • Toen stuurde Anne Stekhoven haar bijdrage in. Op een (in mijn beleving) humoristische manier vertelt zij over haar belevenissen in de wondere wereld van Iphones en andere enge apparatuur.
  • Deborah mocht voor de eerste keer een kinderfeestje meemaken. Een spannende gebeurtenis, (en stressverwekkend, ik kan het me nog goed herinneren…. wat was ik blij toen dat niet meer hoefde) Ik las het meer als een verslag, miste een beetje een verhaal component.
  • Jantine Huisman vertelde over haar verhuizing van het studentenleven naar het ‘burgerleven’ en welke haken en ogen ze daarin tegen kwam. Jantine noemt haar bijdrage: de angst voor het onbekende, en eerlijk gezegd vond ik dat ook meer het onderwerp voor haar blog, dan het hopthema.
  • Chiel Voerman  moest wat ‘opgepord’ worden voordat hij een bijdrage instuurde. Eenmaal zover gekomen stond er in no time een bijdrage op het www. Sporen van zijn snelheid zijn wel in de blog terug te vinden. Chiel vertelt over de aanschaf van een andere cv-ketel Leuk om van iets niets bijzonders toch iets bijzonders te maken.
  • Wendy Born laat in ons in haar bijdrage meelezen over een spannende tocht, voor het eerst in een ambulance, omdat haar zus overhaast naar het ziekenhuis moest, i.v.m. hartklachten. Wendy voert de lezer mee op haar tocht. Leuk vind ik dat ze in het verhaal niet het onderwerp van de bloghop noemt, maar het ons laat zien. (oftewel in goed schrijversjargon: show, do’nt tell). Het verhaal begint superspannend, en zakt wel een beetje in. (vonden wij dan hè)
  • Yvonne Nederend neemt ons op haar blog mee in haar creativiteit, we krijgen beelden te zien van wat ze gemaakt heeft, het nieuwe zit in het schilderen met de Ipad. Ook Yvonne was wat digibetisch, net zoals Anne dat was.
  • Terwijl ik dit aan het typen ben, flitst er nog een bijdrage voorbij. Ook Tirza Atsma doet een duit in het zakje. Daarin vertelt ze niet zozeer wat er nu voor nieuws is ontdekt, wel benoemt Tirza een heel aantal dingen die ze ooit voor het eerst heeft gedaan. We worden bemoedigd met de belofte uit de bijbel dat er een nieuwe hemel en nieuwe aarde komen. Eerlijk gezegd kon ik niet heel erg een lijn of een clou in het verhaal ontdekken.

Tja, en dan nu: wie mag de volgende bloghop organiseren? De jury heeft zich beraden, dit is onze uitspraak en hier moeten jullie het mee doen:

Wendy, wil jij de volgende bloghop organiseren? Jouw bijdrage was het meest aansprekend, vonden allernaaste en ik.

Het leven….

Deze week heb ik vakantie. Ik heb geen werkafspraken, andere dingen gaan gewoon door. Het is best lekker om even geen gesprekken te voeren, ietsje minder na te denken over van alles en nog wat. Ik heb een enorme lijst gemaakt van allerlei dingen die ik wil doen. Maar misschien ga ik wel heel andere dingen doen, ik zie wel. Daar is het vakantie voor.

Op mijn keukentafel liggen boeken, papieren, studiegidsen, bolletjes garen en nog meer zooi. Opruimen vind ik ook zo’n vakantie ding. Straks weer meer ruimte in m’n kast. Opruimen betekent kasten leegmaken en het is verrassend wat ik allemaal tegen kom. Een sigarenkistje dat beplakt is met stof, door mijn vader beplakt, gekregen op een verjaardag. Als ik me goed herinner zaten er handwerkspulletjes in. Hoe oud zou ik toen geworden zijn? Ik vind veel sieraden waarvan ik het bestaan min of meer vergeten was. Wanneer kreeg ik die oorbellen, of wanneer kocht ik dat armbandje?  Ik her ontdek een aantal mappen met allerlei schrijfsels, schrijfsels van diverse cursussen die ik gevolgd heb. Wat is het toch heerlijk om te schrijven!

Om nog niet te hoeven beslissen welke spullen waar  belanden, ga ik eerst maar eens een eindje lopen.Ik geniet van de zon op m’n gezicht. In de zon ervaar ik Gods liefde. M’n gedachten vliegen alle kanten op. Ik denk aan het overlijden van Mies Bouwman. “Open het dorp”,  een bijzondere televisie uitzending, de eerste grote tv actie waarbij geld werd ingezameld. Het hele land stond op z’n kop. ik kan het me nog herinneren. Keek ik toen? Dat weet ik niet meer, we hadden toen nog geen tv. Oud mocht ze worden, 88 jaar. Ik denk aan het overlijden van de jongste dochter van staatssecretaris Blokhuis, dochter Julia, zij mocht maar 18 jaar worden. Ik kan me slechts een voorstelling maken van de diepte van het verdriet van de ouders en verder familie.

Het leven is niet eerlijk, wordt er dan gezegd. Dat vind ik altijd een moeilijke, het leven? Is het leven dan een persoon?